


In ‘Opstand in Judea’ biedt historicus Barry Strauss, gebaseerd op recente archeologische vondsten en de nieuwste wetenschappelijke inzichten, een indrukwekkende kijk op deze cruciale periode en op de blijvende invloed van deze strijd op het jodendom en de wereldgeschiedenis. Met ‘Opstand in Judea’ schreef hij een intens en indringend beeld van de confrontatie tussen geloof en macht.

In 63 v.Chr. werd Judea nl. met de val van Jeruzalem, het slachtoffer van de Romeinse expansiedrift. In de twee eeuwen daarna voerde het kleine land, geleid door de Joodse meerderheid, een felle strijd tegen het Romeinse Rijk. Zij toonden zich Rome’s meest onverzettelijke opstandelingen. Vanuit verzet tegen onderdrukking, vooral op religieus gebied, volgden drie grote opstanden. Rome reageerde telkens met ongekende wreedheid, met als tragische hoogtepunten de verwoesting van de Joodse Tempel, de val van Massada en de ondergang van de Bar Kochba-revolte.
“Judea”, schrijft de auteur, “overleefde tweehonderd jaar totdat het Perzische Rijk werd veroverd door de Macedonische koning Alexander de Grote. Na de dood van Alexander ging het landje van de ene opvolgerstaat naar de andere. De steden langs de Middellandse Zeekust en ten oosten en ten zuiden van het Meer van Galilea behoorden grotendeels tot de niet-Joodse, Griekse cultuurkring. In een aantal ervan hadden de veteranen van Alexander zich gevestigd. Ook de Joden voelden de invloed van de Griekse cultuur.”
“In grote lijnen”, zo lezen we nog, “kunnen we ons twee Joodse reacties op het verlies van hun vrijheid voorstellen. Voor sommigen verliep het verhaal zo: onder de Makkabeeën versloegen de Joden een machtig rijk en herwonnen ze hun voorvaderlijke vrijheid. Toen kwamen de Romeinen die hen weer tot slaven maakten. Nu moesten de Joden vechten om hun vrijheid te heroveren. En alles, van begin tot einde, was afhankelijk van Gods hulp. Anderen vertelden een ander verhaal: het was Gods wil dat de Romeinen de wereld veroverden, inclusief Judea. De Joden zouden zich daarbij moeten neerleggen. Opstand zou zelfmoord betekenen en zelfs goddeloos zijn.”
De Amerikaanse historicus, Barry Strauss (1953) ontving bachelors, masters en doctoraten in geschiedenis van Cornell en Yale. Hij woonde en studeerde in Griekenland, Duitsland en Israël, heeft veel gereisd in Italië, Turkije, Kroatië, Cyprus, Jordanië, Tunesië en andere landen met klassieke locaties, en nam ook deel aan archeologische opgravingen. Hij spreekt en leest zeven talen, en afgezien van een korte periode als krantenverslaggever, werd hij docent aan de universiteit. Aan Cornell University is hij nl. hoogleraar Geschiedenis (Bryce and Edith M. Bowmar Professor in Humanistic Studies) en voorzitter van de afdeling Geschiedenis. Als voormalig directeur van Cornell’s Peace Studies Program, is hij daarenboven momenteel directeur en tevens oprichter van het Program on Freedom and Free Societies.


Barry Strauss Opstand in Judea, Joods verzet tegen de Romeinen 63 v.Chr.-136 n.Chr. 367 bladz. uitg. Omniboek EAN 9789401921268