“Brahms, Concerto for Violin & Cello – Mozart, Sinfonia Concertante” door Leoš Čepický (viool), Michal Kanka (cello) en de Komorní filharmonie Pardubice o.l.v. Stanislav Vavřínek, op het label Nimbus. Grandioos!

Tegen het einde van zijn leven verklaarde Johannes Brahms meermaals dat hij zou stoppen met componeren – gelukkig voor ons heeft hij dat nooit helemaal gedaan. Niet omdat zijn inspiratie op was – Brahms was trouwens op het hoogtepunt van zijn kunnen – maar omdat hij zich steeds meer aangetrokken voelde tot de intimiteit van kamermuziek, pianostukken en liederen, die hem meer persoonlijke voldoening gaven dan grootse orkestwerken. Toch keerde Brahms in 1887 nog één keer terug naar het orkest met een Dubbelconcert in A mineur, opus 102 – zijn laatste orkestwerk. De reden was een persoonlijk gebaar van verzoening met zijn vervreemde vriend, de violist Joseph Joachim…

Johannes Brahms was een gevoelige verteller, die typisch Duitse balladen en legenden vol “Sehnsucht”, diffuus licht, elfen en woudromantiek, vertelde. Thematische dialectiek zorgde voor diepgang, contrast, subtiele kleurschakeringen, muzikale conversatie of dispuut. Soms liet Brahms zich even kort gaan in extraverte blijheid, zoals de Meister uit Hamburg het ooit op één of ander eiland of bij één of ander meer moet hebben gevoeld. Componeerde Brahms één van zijn onweerstaanbare wiegenlied melodieën, deinde ieder instrument mee op de hartverwarmende tonen die hij uit zijn diepste, tederst innerlijk toverde.

Het Dubbelconcert in a mineur , opus 102, van Johannes Brahms is een concert voor viool , cello en orkest , gecomponeerd in 1887 als zijn laatste werk voor orkest. Het werd gecomponeerd in de zomer van 1887 en voor het eerst uitgevoerd op 18 oktober van dat jaar in het Gürzenich  in Keulen. Brahms benaderde het project met enige bezorgdheid over het schrijven voor instrumenten die niet de zijne waren. Hij schreef het voor de cellist Robert Hausmann , een frequente kamermuziekpartner , en zijn oude maar vervreemde vriend, de violist Joseph Joachim . Het concert was deels een gebaar van verzoening met Joachim, nadat hun lange vriendschap was verbroken na Joachims scheiding van zijn vrouw Amalie . (Brahms had in het conflict de kant van Amalie gekozen).

Het concerto maakt gebruik van het motief A–E–F, een permutatie van F–A–E, dat stond voor een persoonlijk motto van Joachim, “Frei aber einsam”. Vierendertig jaar eerder was Brahms nl. betrokken geweest bij een gezamenlijk werk waarin het FAE-motief werd gebruikt als eerbetoon aan Joachim: de FAE-sonate uit 1853. De zogenaamde F-A-E Sonate voor viool en piano, was een gezamenlijke compositie van Albert Dietrich (foto), Robert Schumann en de jonge Johannes Brahms (foto), gecomponeerd in 1853, voor de violist Joseph Joachim (foto), n.a.v. de aanwezigheid van de violist in Düsseldorf. Joachim was nl in Düsseldorf voor de première in oktober 1853 van de Fantasie voor viool en orkest, op. 131 van Schumann. Dit was voor Robert Schumann de aanleiding om een vioolsonate te componeren ter ere van Joachim.

Schumann (foto) componeerde voor de “FAE Sonate”, twee bewegingen (Intermezzo en Finale), en zijn leerling Albert Dietrich en de toen twintigjarige Johannes Brahms, die als gast van de familie Schumann in Düsseldorf verbleef, componeerden elk één beweging. Dietrich componeerde de eerste beweging (Allegro) en Brahms componeerde het Scherzo als derde beweging. Het in oktober 1853 voltooid manuscript van de “F.A.E. Sonate”, werd in oktober 1853, ten huize van de Schumanns, aan Joseph Joachim aangeboden in een bloemenmand, als onderdeel van een “Abendgesellschaft”. De dan 26-jarige sprookjesschrijfster, Gisela von Arnim (foto), de dochter van Bettina (Brentano) en Achim von Arnim, was erbij, en was die avond voor de gelegenheid verkleed als “Gärtnerin”, als vrouwelijke tuinman.

Het Motto F. A. E. “Frei aber einsam”, was het devies van Joseph Joachim. Vertaald in of corresponderend met muzieknoten, werd dit de letters F-A-E., de noten fa, la en mi. Deze werden in de vier bewegingen verwerkt, ook in een andere volgorde, deels als motief, in thema’s of als begeleidingsfiguren, maar zijn het duidelijkst hoorbaar in de bewegingen van Albert Dietrich en Schumann. In het Scherzo van Brahms zitten de 3 noten eerder verborgen.

Mozart componeerde zijn meesterlijke Sinfonia Concertante voor viool en altviool in Es, K. 364 / 320d, in de zomer van 1779 als een ware synthese van symfonie en concerto. Dit werk is breed en nobel van karakter, vol briljante passages voor beide solisten. Mozart, zelf een begenadigd violist, begreep duidelijk hoe hij met flair en gevoeligheid voor het instrument moest schrijven. Een opvallend kenmerk van het werk is dat de altvioolpartij in D-majeur is geschreven, waardoor het instrument een halve toon hoger gestemd moet worden (een techniek die bekend staat als scordatura). Scordatura, gebruikelijk in de barok, werd in Mozarts tijd nog steeds af en toe gebruikt om een ​​helderder, indringender geluid te verkrijgen. Het autograaf van het stuk is verloren gegaan; alleen latere kopieën zijn bewaard gebleven – met uitzondering van de originele versies van de cadenza’s. Op deze opname wordt de altvioolpartij gespeeld door een cellist, die in de originele altvioolpositie speelt zonder octaafverschuiving.Leoš Čepický studeerde in 1985 af aan het Conservatorium van Pardubice in de klas van Ivan Štraus. Aan de Academie voor Uitvoerende Kunsten in Praag studeerde hij viool bij  Jiří Novák en kamermuziek bij Antonín Kohout (beiden leden van het Smetana Kwartet ). Aan de Academie voor Uitvoerende Kunsten werd hij concertmeester van het Wihan Kwartet, waarvan hij tot op de dag van vandaag lid is. Hij heeft deelgenomen aan zowel solo- als kwartetwedstrijden. Hij volgde ook interpretatiecursussen bij Igor Bezrodný in Weimar, Duitsland. Hij treedt regelmatig op, zowel solo als in concerten met orkesten in binnen- en buitenland (Zagreb Philharmonie, Košice Philharmonie, Pardubice Kamerphilharmonie, Hradec Králové Philharmonie, Virtuosi Pragensis, enz.). In 2000, ter gelegenheid van de 250e sterfdag van J.S. Bach, voerde hij de volledige Sonates en Partita’s voor soloviool uit op het Smetana Litomyšl Festival. Met het Wihan Quartet won hij de eerste prijs tijdens de Praagse Lente in 1988 en de eerste prijs bij de International String Quartet Competition in Londen in 1991. Hij bespeelt een viool uit het atelier van meester-vioolbouwer Jan B. Špidlen, een kopie van de Guarneri del Gesu uit 1741.

Michal Kaňka, geboren in Praag in 1960, is zonder twijfel een van de meest gevraagde cellisten van Europa. Tijdens zijn studie bij Josef Chuchro aan de Praagse Academie voor Schone Kunsten nam hij deel aan de G. Piatigorsky-seminars in Los Angeles onder leiding van beroemde cellisten zoals André Navarra, Maurice Gendron en Paul Tortelier. Hij nam deel aan 32 nationale en internationale muziekcompetities. Zijn eerste grote succes was de hoofdprijs in alle categorieën van de Tsjechoslowaakse Nationale Competitie in 1981. Michal Kaňka heeft opgetreden met vooraanstaande orkesten in Europa en Japan en is als solist in vele landen over de hele wereld te zien geweest. Als lid van het Pražák-strijkkwartet (sinds 1986) en het Beethoven-strijktrio heeft hij op grote concertpodia over de hele wereld opgetreden en vele werken opgenomen. Sinds april 2017 werkt hij ook als cellist samen met het Wihan-strijkkwartet. Hij bespeelt een instrument van de Franse vioolbouwer Christian Bayon uit 2006 en een strijkstok van de Franse strijkstokkenmaakster Nicole Descloux uit 2000.

Brahms Concerto for Violin & Cello Mozart Sinfonia Concertante Leoš Čepický Michal Kanka Komorní filharmonie Pardubice Stanislav Vavřínek cd Nimbus NI6463