


“De werelden van Jan Toorop” biedt een nieuw perspectief op het werk van de fascinerende kunstenaar, Jan Toorop (1858-1928). En dit door o.a. zijn deels Indonesische identiteit terug te geven en door zijn schatplichtigheid aan zijn Javaanse wortels te presenteren als een belangrijke sleutel tot een beter begrip van zijn kunst.

Singer Laren presenteert nog tot en met 10 mei 2026 ‘De werelden van Jan Toorop’. Met ruim tachtig topstukken – schilderijen, werken op papier, beelden en brieven – en verrassende combinaties met werk van tijdgenoten en navolgers biedt de tentoonstelling een nieuw perspectief op een van de belangrijkste en meest veelzijdige kunstenaars in Nederland rond 1900: Jan Toorop (1858–1928). De werelden van Jan Toorop laat voor het eerst zien hoe Toorop zich zijn hele carrière expliciet en blijvend verhoudt tot zijn Javaanse en Chinese wortels.
Toorops werk wordt er zij aan zij getoond met dat van tijdgenoten van wie hij onder de indruk was, zoals James Abbott McNeill Whistler (1834-1903) en Paul Gauguin (1848-1903), en met kunst van jongeren die op hun beurt door Toorop werden geïnspireerd, zoals Floris Verster (1861-1927) en Piet Mondriaan (1872-1944). Dankzij deze brede en internationale context komen ook Toorops eigen bijdragen aan de internationale kunst rond 1900 duidelijker naar voren. Toorop blijkt een grenzeloze wereldburger die met zijn heel eigen beeldtaal en voortdurende vernieuwingsdrang de Nederlandse kunstwereld naar een nieuw niveau wist te tillen.

Toorop verenigde nl. verschillende culturele, sociale en geografische werelden in zich. Geboren op het Indonesische eiland Java, in de toenmalige kolonie Nederlands-Indië, groeit hij uit tot een grenzeloze wereldburger die in elke nieuwe omgeving een netwerk van gelijkgestemden om zich heen weet te verzamelen. Zijn jeugd op Java en Bangka vormt een belangrijke voedingsbodem voor zijn verbeelding en opent hem al vroeg voor diverse culturele invloeden. Ook de ontmoetingen met Chinese arbeidsmigranten op Bangka laten een blijvend spoor na in zijn denken en beeldtaal. Zelf vat hij dit treffend samen: “Indië heeft heel véél voor mij beteekend. Indië kan niet uit mij worden weggedacht. De grondslag van mijn werk is Oostersch.”
Rond 1900 gold Toorop als de meest avant-gardistische kunstenaar in Nederland. Hij absorbeerde nieuwe stromingen in de Europese kunst, zoals pointillisme en art nouveau, en gaf deze een geheel eigen vorm. Zijn werk wordt bewonderd in Laren, maar ook in Parijs, Wenen en Kopenhagen. Binnen de van oudsher conservatieve Nederlandse kunstwereld brengt Toorop vernieuwing, niet alleen door zijn eigen internationaal georiënteerde werk, maar ook door tentoonstellingen te organiseren met kunstenaars uit de Europese voorhoede. Geen wonder dat hij vaak in één adem wordt genoemd met Piet Mondriaan en Vincent van Gogh.
Toorop was behalve een kunstenaar van formaat ook een koloniaal migrant en een man van kleur. Zijn Indo-Europese achtergrond en uiterlijk zijn voor tijdgenoten onmiskenbaar. Terwijl zijn succes groeit, wordt zijn identiteit in de kunstkritiek vaak verbonden met zowel fascinatie als racisme. In de loop van de tijd is Toorops afkomst naar de achtergrond verdwenen: hij wordt herleid tot een ‘witte’ Nederlandse kunstenaar, terwijl juist zijn Javaanse en ook Chinese wortels (aan moederskant) sleutels vormen tot het begrijpen van zijn werk.
Oosterbeek, bekend van de Slag om Arnhem (Operation Market Garden) en van het Hotel De Bilderberg, waar in 1954, de eerste Bilderberg-conferentie werd gehouden, behoorde tot één van de bekendste kunstenaarsdorpen in Nederland, meer bepaald op de Veluwe. Vanaf 1840, werd Oosterbeek in de gemeente Renkum nabij Arnhem (provincie Gelderland), omwille van de natuurlijke schoonheid van de Veluwe, hét dorp waar kunstenaars zich kwamen vestigen om er buiten in de ongerepte natuur te schilderen.

Ook Jan Toorop (1858-1928) verbleef in Oosterbeek. Hij werkte er nl. van 1916 tot 1919, aan de 14 panelen met daarop de kruiswegstatiën of lijdenstaferelen (foto) voor de plaatselijke neogotische Sint-Bernulphuskerk. Toorop verbleef daarvoor in het Hotel Schoonoord, dat verwoest werd tijdens de Slag om Arnhem.

In 1912 had de 54-jarige Toorop de toen 22-jarige schilderes, tekenares, aquarelliste en dichteres, W (1890-1953) (foto’s), de dochter van de toenmalige eigenaar van het hotel, in zijn atelier in Nijmegen leren kennen. Zij stond in aanbidding voor zijn mystiek katholiek geïnspireerde werken. Weet dat de viool spelende dochter van Toorop, de schilderes en lithografe, bekend als “Charley Toorop” (1891-1955) (foto), eigenlijk Annie Caroline Pontifex heette…

Miek stond model voor een aantal van zijn tekeningen en voor de kruiswegstaties van de Sint-Bernulphuskerk. De 32 jaar oudere en daarenboven gehuwde Toorop had met haar een intieme, buitenechtelijke relatie, die duurde tot zijn overlijden in 1928. Annie Josephine Hall, sedert 1886, de Ierse echtgenote van Toorop, overleed het jaar daarop en Miek, die heel wat publiceerde over het werk van Toorop, trouwde nog op haar 45ste met Rodolphe le Conge Kleyn, een toen 65-jarige rentenier, weduwnaar en vader van twee jonge kinderen. Ook interessant om weten is dat het hoogaltaar in de Sint-Bernulphuskerk grotendeels vervaardigd werd door de Keulse beeldhouwer Friedrich Wilhelm Mengelberg, de vader van de dirigent Willem Mengelberg (1871-1951).
Uniek in “De werelden van Jan Toorop” is de presentatie van deze veertien kruiswegstaties, in bruikleen van de kerk van St. Bernulphus in Oosterbeek. Toorop maakte deze krijttekeningen (op paneel), waarin zijn verfijnde detailbehandeling en expressieve lijnen duidelijk zichtbaar werden. Ze vormden daarmee een hoogtepunt in zijn katholiek oeuvre. Een kruiswegstatie is een schilderij of reliëf dat een scène uit de lijdensweg van Jezus verbeeldt. Samen vormen de veertien staties een devotionele reeks, bedoeld om stap voor stap de laatste levensfase van Christus te overdenken. De kruisweg van Toorop bleef bewaard doordat de werken in 1944, tijdens de Slag om Arnhem, veilig in een kluis werden opgeborgen. Voor het eerst wordt deze complete reeks buiten de kerk getoond.
De tentoonstelling “De werelden van Jan Toorop” is samengesteld door conservator van Singer Laren, Suzanne Veldink, die eerder tekende voor de succesvolle Breitner tentoonstelling en is in afstemming met kennispartner Museum Sophiahof tot stand gekomen. Suzanne Veldink is senior conservator bij Singer Laren en heeft een voorliefde voor Franse en Nederlandse kunst uit de 19de eeuw. Eerder werkte ze als conservator en tentoonstellingsmaker bij onder andere Glasgow Museums, het Van Gogh Museum en het Rijksmuseum en als hoofd museale zaken voor Museum Panorama Mesdag.



Suzanne Veldink De werelden van Jan Toorop 175 bladz. geïllustreerd uitg. Wbooks ISBN 9789462587434
