Tiny de Liefde-van Brakel, “La Bohème, Hollandse kunstenaars in Parijs 1866-1874”, een prachtuitgave van Wbooks.

Rond 1900 trokken almaar nieuwe generaties kunstenaars uit de Lage Landen naar Parijs, de onbetwiste culturele hoofdstad van de wereld. Daar zochten zij inspiratie en succes. In ateliers en salons maar ook in cafés op de boulevards, leerden zij over het leven, en passant vonden zij mee de moderniteit uit. In “La Bohème, Hollandse kunstenaars in Parijs 1866-1874” wordt het beeld geschetst van het artistiek, onconventioneel, arm, maar vrij leven van vier jonge, Hollandse schilders in de toen nog zeer romantische wereldstad Parijs.

Het Katwijks Museum toont een bijzondere collectie schilderijen van bekende Nederlandse en buitenlandse schilders die rond 1900 aangetrokken werden door de grote kunstenaarskolonie die Katwijk destijds was. Er hangt onder andere werk van Jan Toorop, Willy Sluiter, Bernardus Johannes Blommers, Jan van Goyen en Hans von Bartels. Ook is er een fraaie verzameling lokale en streekgebonden bezienswaardigheden, zoals unieke erfgoedstukken uit de visserijgemeenschap.

Dit bijzonder Museum nam u in 2023 mee naar Parijs. Vier Nederlandse kunstenaars beproefden daar nl. omstreeks 1870 hun geluk, de broers Jacob (1837-1899) en Matthijs (1839-1917) Maris, Frederik Hendrik Kaemmerer (1839-1902) en David Adolphe Constant Artz (1837-1890). In de stad, bij Fontaineblau en Barbizon en aan de Marne vonden ze nieuwe landschappen, jonge Sintivrouwen uit Midden-Europa die poseerden als ‘Italiennes’ en la vie de Bohème van Saint-Germain-des-Prés.

“Scènes de la Vie de Bohème” (1851) van Henry Murger (1822-1861) (foto) was gebaseerd op zijn eigen ervaringen als straatarm schrijver op een zolderkamertje in Parijs, met een aantal vrienden die zich spottend ‘de waterdrinkers’ noemden omdat ze nooit geld hadden voor wijn. Zijn “Scènes” lagen aan de basis voor de opera “La bohème” van Puccini. In 1965, verscheen het gelijknamig chanson van Charles Aznavour op een tekst van Jacques Plante.

Ruim een derde van alle belangrijke beeldende kunstenaars, die tussen 1850 en 1899, waar ook ter wereld werd geboren, trok doorgaans voor een langere periode, naar Parijs. Niet alleen voor artiesten was (en is) Parijs met zijn musea, galeries, tijdschriften, ateliers, kunstkenners en verzamelaars, een magneet. Als weinig andere metropolen sprak en spreekt ze tot de verbeelding, en dat deed en doet zij in krachtige metaforen als la Ville Lumière, de stad waar het licht nooit uitgaat, ‘het nieuwe Babylon’ of ‘de hoofdstad van het intellect’

Na de Frans-Duitse oorlog van 1870 en de Communeopstand van 1871 ging ieder van de 4 Hollandse kunstenaars vol ideeën voor de toekomst, zijn eigen weg. Artz en Kaemmerer vonden nieuwe inspiratie in Katwijk aan Zee. Schilders uit binnen- en buitenland voegden zich bij hen waarna het eenvoudig vissersdorp, dankzij zijn schilderachtige bomschuiten en vissersvrouwen uitgroeide tot een ware kunstenaarskolonie. In 1871 keerde Jacob Maris terug naar Den Haag. Ook Artz besloot Parijs voor goed te verlaten. Hij vond in de zomer van 1873 samen met Kaemmerer nieuwe inspiratie in het vissersdorpje Katwijk aan Zee, waar ze verbleven in Logement De Zwaan. Schilders uit binnen- en buitenland volgden hun voorbeeld.

In 1865 besloot de kunstschilder Jacob Maris (1837-1899) samen met zijn vriend Frederik Hendrik Kaemmerer (1839-1902) zijn geluk te beproeven in de wereldstad Parijs. Korte tijd later stond de schilder David Adolphe Constant Artz (1837-1890) voor hun deur in de bruisende metropool en in 1869 trok Matthijs Maris (1839-1917) bij de schilders in. Het waren arme maar productieve artistieke jaren. Inmiddels was ook de aan tuberculose lijdende violist Jan de Graan (1852-1874) – eens een beroemd wonderkind – bij de schilders in Parijs gearriveerd. De musicus, een wees, was goed bevriend met Artz, die zich het lot van de jongen zeer aan trok. De schilders bleven werken in Parijs ondanks de bloedige Frans-Duitse oorlog en de Commune. Jacob Maris legde zich onder meer toe op het schilderen van ‘Italiennes’, jonge meisjes in Italiaanse klederdracht. Kaemmerer koos voor een opleiding aan de Académie des beaux-arts en schilderde Scheveningse strandgezichten. Artz schilderde steeds vaker Hollandse onderwerpen en Matthijs Maris maakte na alle oproer in Parijs meerdere sprookjesachtige symbolistische schilderijen. Het was een enerverende periode in Parijs: La vie de Bohème.

Bij het onderzoek naar het leven en werk van die kunstenaars hoopte men een nieuwe bron op het spoor te komen waaruit men informatie kon putten. Dat gebeurde bij het onderzoek naar de kunstschilder David Adolphe Constant Artz (1837-1890). Er werd bij de familie nl. een doos vol brieven aangetroffen, geschreven vanuit Parijs door de toen nog jonge schilder aan zijn mecenas Johannes Kneppelhout (1814-1885) in de roerige jaren tussen 1866 en 1874. Ook bleek de correspondentie van Kneppelhout en van Artz’ vriend en ateliergenoot Frederik Hendrik Kaemmerer (1839-1902) uit die periode bewaard te zijn gebleven. David Adolphe Constant Artz schreef vanuit Parijs aan zijn mecenas Jan Kneppelhout over schilders, musici, kunsthandelaren en kunstliefhebbers en liet hij een fascinerend beeld zien van het wel en wee van jonge Hollandse kunstenaars op zoek naar inspiratie, liefde en geluk – ‘la vie de Bohème’. Voor de jonge Nederlandse schilders waren het arme maar productieve artistieke jaren.

In deze historische novelle”, vertelt Tiny de Liefde-van Brakel, “vertelt Artz middels brieven zijn belevenissen en de lotgevallen van zijn ateliergenoten onder wie Jacob Maris (1837-1899) en Matthijs Maris (1839-1917) in de kunstmetropool Parijs. Ook de bijzondere vriendschap tussen Artz en de vioolvirtuoos Jan de Graan (1852-1874) die destijds bij de kunstenaars in Parijs woonde wordt uitgebreid belicht.

Dit verhaal waarin schilders, musici, schildersmodellen, kunsthandelaren en kunstliefhebbers een rol spelen is grotendeels gebaseerd op brieven die vanuit Parijs per post, per luchtballon en in enkele gevallen per postduif naar het thuisland werden verzonden. In deze beschrijving worden brieven, brieffragmenten en aanhalingen niet letterlijk geciteerd maar in hedendaagse spelling weergegeven.

La Bohème, Hollandse kunstenaars in Parijs 1866-1874/ 143 bladz. geïllustreerd uitg. Wbooks ISBN 9789462585614