Lully “Atys” met Mathias Vidal (Atys), Véronique Gens (Cybèle), Sandrine Piau (Sangaride), Tassis Christoyannis (Célénus), Les Ambassadeurs & La Grande Écurie o.l.v. Alexis Kossenko op het label Alpha.

In 1672 verkreeg Jean-Baptiste Lully (1632-1687) van Louis XIV, het Privilege van de Académie Royale de Musique. Een jaar later componeerde hij zijn eerste Tragédie lyrique, “Cadmus et Hermione”, wat een overweldigend succes was.  Lully’s “Atys” is een tragédie en musique, bestaande uit een proloog en vijf bedrijven op een libretto van Philippe Quinault naar Ovidius Fasti. De opera ging in januari 1676, in première voor het koninklijk hof door Lully’s Académie Royale de Musique in het Château de Saint-Germain-en-Laye. De eerste publieke uitvoering vond plaats in april 1676 in het Théâtre du Palais-Royal in Parijs.

Een Tragédie lyrique of Tragédie mise en musique, was het belangrijkste operagenre aan het Franse hof van de 17de – en 18de eeuw. Het genre werd door Lully ontwikkeld uit elementen van de Franse tragedie, het komedieballet, het ballet de cour en de Italiaanse opera, en werd later stilistisch voortgezet door Rameau. Opera was nl. in de loop van de 17de eeuw, zowel bij het hof als bij het muziekminnend publiek, heel populair geworden in Parijs.

In 1669 werd aan de koning toestemming gevraagd tot de oprichting van een speciale voor de opera geschikte schouwburg. Deze kreeg officieel de naam Académie d’opéra en werd in 1671 geopend. De eerste stukken die werden opgevoerd waren van Robert Cambert en Perrin. Maar Perrin moest naar de gevangenis vanwege een schuldprobleem en Cambert kreeg al spoedig concurrentie van Lully, die in 1672 privileges van Perrin overnam en van de koning toestemming kreeg tot de oprichting van de overkoepelende “Académie Royale de Musique”, waarvan hij de directeur werd. In 1673 nam hij ook de privileges van Cambert over en kwam de koninklijke schouwburg volledig onder zijn beheer.

Een kwart eeuw lang regeerde Jean-Baptiste Lully als de machtigste musicus in Frankrijk, en van daaruit was zijn invloed verspreid over heel West-Europa. Die macht was vooral voelbaar in het theater, in opera en ballet, hoewel hij veel had geïmporteerd uit zijn geboorteland Italië. Hij was ook essentieel in het creëren van een nieuwe stijl van de Franse ouverture. Lully behield Italiaanse componenten als de ouverture (maar met het ‘Frans’ schema langzaam-snel-langzaam), voegde introductiemuziek voor de dansers toe, voegde instrumentale delen bijeen tot symfonieën, die sfeer of actie uitdrukten, en introduceerde enkele Italiaanse dansstijlen. Verder introduceerde hij verschillende nieuwe instrumenten in het strijkorkest zoals hout- en koperblazers, wat nieuwe muzikale mogelijkheden bood, met een specifieke instrumentatie, die werd doorgegeven aan zijn opvolgers, onder wie Rameau.

Als directeur van de muziekacademie kreeg Lully van de koning ook de bevoegdheid opera’s en gelijkaardige producties in andere schouwburgen goed- of af te keuren, waardoor hij veel invloed kon uitoefenen op het geboden repertoire. Hij beperkte het aantal musici in dienst van andere theaters en had het volledig monopolie in het Frans muziekleven, gesteund door de openlijke bewondering voor zijn werk door de Franse koning en de vele privileges die hem geschonken waren. Het publiek vond zijn werk prachtig en in 1681 werd de sur-intendant, Lully, secrétaire du roy. Het hofleven met zijn vele feesten, partijen en ontvangsten stelde speciale eisen aan het soort muziek dat een hof musicus diende te componeren.

Lully componeerde in zijn begintijd een serie Italiaanse divertissementen en tussen 1655 en 1671, wel dertig balletten. Hij had daarmee grote invloed op de dansstijl aan het koninklijke hof. In plaats van de gebruikelijke muziek die geschikt was voor langzame en statige bewegingen, componeerde Lully levendige dansen op een snel ritme, het menuet, de gavotte en de bourrée. De maître de ballet, Pierre Beauchamp op zijn beurt, bekend als zowel danseur groteske’ als ‘danseur noble’, was daarenboven vermaard om zijn expressieve en knotsgekke uitbeelding van dronkaards, jaloerse echtgenoten, waanzinnige heksen en absurde Moren.

Hoewel Atys door het Parijs publiek met onverschilligheid werd onthaald, werd het bekend als “l’Opéra du Roi” vanwege de voorliefde van Louis XIV ervoor, het werd gegeven in het Château de Fontainebleau in augustus 1677 en herhaald in Saint-Germain in 1678 en 1682. Er werden nog concertuitvoeringen gegeven in het Château de Versailles in juni 1749 en juni 1751 en in Fontainebleau (zonder de proloog) op 17 november 1753. Het meesterwerk werd voor het eerst uitgevoerd in Den Haag in 1687, Marseille in februari 1689, Lyon op 7 augustus 1689, Brussel op 19 november 1700 en Lille in 1720.

Atys was de eerste Franse tragedie over liefde. In de opera moet Atys nl. als gunsteling van Célénus, de koning der Phrygiërs, een groot feest voorbereiden vanwege de komst van godin Cybèle. Sanaride moet binnenkort met de koning trouwen, maar ze houdt van Atys, die ook van haar houdt. Maar ook godin Cybèle is verliefd op Atys… De scène voor de proloog is in het paleis van het allegorisch personage Time. Een koor van de getijden van de dag en de nacht zingt de lof van een ‘held’ (Louis XIV) in “Ses Justes loix, ses grands exploits” (“Zijn rechtvaardige wetten, zijn grote heldendaden”). Flore, de godin van de lente en haar nimfen arriveren en bespreken de komst van de lente en voeren dansen uit. Een Zephyr daarentegen klaagt over de komst van de lente en de veldslagen die zullen volgen.

Net als de held op het punt staat te vertrekken naar de strijd, arriveert Melpomene en, in een gebaar dat functioneert als een overgang naar Act I, gaat hij verder met het vertellen van het verhaal van Atys. Iris komt dan binnen en geeft de boodschap van de godin Cybèle door. Dit wordt gevolgd door meer dansen en het koor, “Préparez vous de nouvelles festes”. De opera die volgt is een verhaal over de goden en offers. Letterlijk goddelijk en heldhaftig gebracht met veel fantasie en fijne ornamenten in muziek en stemmen.

Deze nieuwe opname uit maart 2024 van Jean-Baptiste Lully’s muzikale tragedie, die 348 jaar eerder in Saint-Germain-en-Laye in première ging, is het resultaat van het meest recente historische, musicologische en organologische onderzoek. De aanwijzingen in het libretto uit 1676 met betrekking tot de orkestbezetting, het aantal en de verdeling van de musici, en de instrumentale klankkleur, met name van de blazers, zijn nauwgezet gevolgd door Alexis Kossenko en Benoît Dratwicki, artistiek directeur van het Centre de Musique Baroque de Versailles. De keuze van de solisten is zo dicht mogelijk bij de kenmerken van de zangers gebleven die het werk uitvoerden toen het voor het eerst werd gecreëerd, aangezien er veel bekend is over hun vocale en theatrale kwaliteiten. Dit heeft geresulteerd in een vocaal ensemble van topniveau, met onder meer Mathias Vidal, Véronique Gens, Sandrine Piau, Tassis Christoyannis, Hasnaa Bennani, Eléonore Pancrazi, Adrien Fournaison, David Witczak… evenals de Pages en Chantres du CMBV (die kinderen en volwassenen samenbrengen) en Les Ambassadeurs – La Grande Écurie, stuk voor stuk experts in dit repertoire.

Rolverdeling

Atys : Mathias Vidal

Cybèle : Véronique Gens

Cœlénus : Tassis Christoyannis

Sangaride : Sandrine Piau

Flore : Virginie Thomas

Doris : Hasnaa Bennani

Melpomène, Mélisse : Éléonore Pancrazi

Le Temps, un Songe funeste, Le Fleuve Sangar : David Witczak

Idas, Phobétor : Adrien Fournaison

Un Zéphyr, Morphée, un Dieu de Fleuve : Antonin Rondepierre

Le Sommeil : Carlos Rafael Porto

Iris, une Fontaine : Marine Lafdal-Franc

Phantase : François-Olivier Jean

Les Ambassadeurs ~ La Grande Écurie, Les Pages en les Chantres du Centre de Musique Barok de Versailles

Alexis Kossenko , Reinoud Van Mechelen

Lully Atys Mathias Vidal  Véronique Gens  Sandrine Piau Tassis Christoyannis  Les Ambassadeurs ~ La Grande Écurie, Alexis Kossenko 3 cd ALPHA1193