


De opname van James McVinnie van Bachs Clavier-Übung III onthult de samensmelting van technische meesterlijkheid, theologische diepgang en emotionele resonantie. Het is een heldere en gevoelige reis door een van de meest diepgaande en architectonisch, meest sublieme prestaties uit het orgelrepertoire. 
Bachs “Clavier-übung” bestaat uit vier delen, nl. Clavier-Übung I (1726-1731): de zes partita’s, BWV 825-830, Clavier-Übung II (1735): het Italiaans concert (‘Concerto nach italienischen Gusto’), BWV 971, en de Ouverture in de Franse stijl (Ouverture nach französischer Art), BWV 831, Clavier-Übung III (1739): Prelude en Fuga in Es, BWV 552’Deutsche Orgel-Messe’, liturgische orgelmuziek, BWV 552i/ii, 21 koraal preluden BWV 669-689 en Duetten BWV 802-805, en Clavier-Übung IV (1741): de Aria met verschillende variaties, bekend als de ‘Goldbergvariaties’, BWV 988.
Als derde en meest uitgebreide deel met 77 pagina’s, publiceerde Bach in 1739 een reeks orgelwerken, een prelude en fuga in Es groot, met daartussen 21 koraalbewerkingen. De oorspronkelijke titel was “Dritter Theil der Clavier Übung bestehend in verschiedenen Vorspielen über die Catechismus- und andere Gesaenge, vor die Orgel: Denen Liebhabern, und besonders denen Kennern von dergleichen Arbeit, zur Gemüths Ergezung verfertiget von Johann Sebastian Bach, Koenigl. Pohlnischen, und Churfürstl. Saechs. Hoff-Compositeur Capellmeister, und Directore Chori Musici in Leipzig. In Verlegung des Authoris”.
Bach componeerde systematisch voor twee verschillende orgeltypes, een groot orgel met pedaal (pedaliter) en een klein orgel zonder pedaal (manualiter). Er zijn telkens twee arrangementen van elke koraalmelodie. De versie voor het groot orgel wordt gevolgd door een versie voor het orgel zonder pedaal. De inleidende prelude en de laatste vijfdelige fuga vereisen een groot orgel met pedaal (organo pleno). Daarnaast bevat de collectie ook vier tweedelige composities die duetten worden genoemd.
De Clavier-Übung III, ook wel de Duitse Orgelmis genoemd, is een verzameling orgelcomposities, begonnen in 1735-1736 en gepubliceerd in 1739. Het wordt beschouwd als het belangrijkste en meest uitgebreide orgelwerk van Bach, met enkele van zijn meest muzikaal complexe en technisch meest veeleisende composities voor dat instrument. Door gebruik te maken van vormen in motetstijl en canons, blikte hij terug op de religieuze muziek van meesters van de stile antico, zoals Frescobaldi, Palestrina, Lotti en Caldara. Tegelijkertijd was Bach vooruitstrevend en incorporeerde en distilleerde hij ook moderne barokke muziekvormen, zoals de Franse ouverture stijl. Het werk heeft de vorm van een orgelmis. Tussen de openende en sluitende bewegingen, de prelude en fuga in Es, BWV 552 en de fuga a 5, vormen 21 koraalvoorspelen, BWV 669–689, de delen van de Lutherse mis en grote en kleine catechismus, gevolgd door vier duetten, BWV 802–805.
Het was Albert Schweitzer (foto) die naar het geheel verwees als orgelmis, omdat de gebruikte koralen niet gebonden waren aan specifieke tijden van het kerkjaar en tijdens een dienst (Missa brevis) werden gespeeld, Kyrie, Gloria en Credo. De koraalvoorspelen variëren van composities voor een enkel klavier tot een zesdelige, fugatische prelude met twee partijen in het pedaal. Het doel van de Übung was viervoudig, een geïdealiseerd orgelprogramma, met als uitgangspunt de orgelrecitals die Bach zelf in Leipzig gaf, een praktische vertaling van de lutherse leer in muzikale termen voor devotiegebruik in de kerk of thuis, een compendium van orgelmuziek in alle mogelijke stijlen en uitdrukkingen, zowel oud als modern, en als een didactisch werk met voorbeelden van alle mogelijke vormen van contrapuntische compositie.
De koraalmelodieën komen uit het “Neu Leipziger Gesangbuch”, dat Gottfried Vopelius, leraar aan en cantor van de Nikolaischule en Nikolaikirche in Leipzig, in 1682 uitgaf. De titel luidde “Neu Leipziger Gesangbuch: Von den schönsten und besten Liedern verfasset, In welchem Nicht allein des sel. Herrn D. Lutheri und andere mit Gottes Wort, und unveränderter Augsburgischer Confession überein stimmende … und gebräuchliche Gesänge, Lateinische Hymni und Psalmen, Mit 4. 5. bis 6. Stimmen, deren Melodeyen Theils aus Johann Herman Scheins Cantional, und andern guten Autoribus zusammen getagen, theils aber selbsten componiret … , Mit Fleiß verfertiget und herausgegeben von Gottfried Vopelio …. Mit einer Vorrede D. Georgii Moebii” (Leipzig: Klinger, 1682). D. Georgii Moebii was de Lutherse theoloog, Georg Möbius (1616-1697), Domherr in Zeitz en Domherr van het Stift Meißen (foto).

Bach koos niet zonder reden de titel Clavier-Übung. Toen hij in 1726 de eerste partita van Clavier-Übung I onder deze titel uitbracht, was hij nog maar net benoemd tot cantor in Leipzig als opvolger van Johann Kuhnau (foto). Kuhnau had in 1689 en 1692 respectievelijk zijn “Neuer Clavier-Übung Erster Theil” en “Andrer Theil”, die elke zeven partita’s omvatten, gepubliceerd. Kuhnau koos waarschijnlijk als eerste de naam Clavier-Übung (‘klavieroefening’) en hij deed dit in navolging van de Italiaanse term essercizi (oefeningen), die terugging tot de vroege 17de eeuw. Ook Domenico Scarlatti (Essercizi per gravicembalo, oefeningen voor het klavecimbel, uit 1738) en Telemann (Essercizii musici, 1739-1740) gebruikten de term. In Duitsland was de eerste volgeling van Kuhnau met een Clavier-Übung, Johann Krieger (“Anmuthige Clavier-Übung”, 1699).
De Engelse organist en pianist James McVinnie (1983) was tussen 2008 en 2011, assistent-organist van Westminster Abbey. Daarvoor bekleedde hij soortgelijke functies bij St Paul’s Cathedral, St Albans Cathedral en Clare College in Cambridge, waar hij trouwens studeerde. Hij debuteerde in maart 2014 in de Royal Festival Hall in Londen, waar hij een van de zes heropeningsrecitals gaf op het gerestaureerd iconisch Harrison & Harrison-orgel uit 1954. Op 26-jarige leeftijd maakte hij zijn solodebuut op de Salzburger Festspiele met het Freiburg Baroque Orchestra onder leiding van Ivor Bolton.
“Ik leerde een deel van “CÜ3” als tiener en voerde de hele collectie voor het eerst uit toen ik begin twintig was”, vertelt de pianist. “Het werd opgenomen midden in de winter van 2017 en heeft sindsdien in bijna voltooide staat op mijn harde schijf gestaan. Het is als een oude vriend geworden. De meeste van mijn opnames tot nu toe waren in de sfeer van de hedendaagse muziek, vaak met werken die ik in samenwerking met bevriende componisten heb geschreven. Ik voelde al lange tijd de behoefte om een project uit te brengen dat de gaten opvult, zeg maar, Bachs muziek vormt immers een centraal onderdeel van mijn muzikale identiteit en is er al vanaf het begin. Daarom voelt dit als een heel persoonlijk album. Dit is hoe ik vind dat muziek moet klinken”
Tracklist:
Praeludium pro Organo pleno BWV 552i
Kyrie, Gott Vater in Ewigkeit BWV 669
Christe, aller Welt Trost BWV 670
Kyrie, Gott heiliger Geist BWV 671
Kyrie, Gott Vater in Ewigkeit BWV 672
Christe, aller Welt Trost BWV 673
Kyrie, Gott heiliger Geist BWV 674
Allein Gott in der Höh sei Ehr BWV 675, 676 & 677
Dies sind die heiligen zehen Gebot BWV 678 & 679
Wir gläuben all an einen Gott BWV 680 & 681
Vater unser im Himmelreich BWV 682 & 683
Christ, unser Herr, zum Jordan kam BWV 684 & 685
Aus tiefer Not schrei ich zu dir BWV 686 & 687
Jesus Christus, unser Heiland, der von uns den Zorn Gottes wandt BWV 688
Jesus Christus, unser Heiland BWV 689
Duetto I-IV
Fuga a 5 con pedale pro Organo pleno BWV 552ii



Bach Clavier-Übung III James McVinnie 2 cd Pentatone