


Na de veroveringen van Caesar drukten de Romeinen een onuitwisbare stempel op het gebied dat nu België en Nederland vormt. Ze organiseerden het bestuur, legden wegen aan, stichtten steden die uitgroeiden tot bakens van Romeinse cultuur en ontwikkelden deze uithoek met zijn vruchtbare gronden en economische centra tot een sleutelregio van het West-Romeinse Rijk. 

Nederland en België bestonden nog niet in de Romeinse tijd. Halverwege de eerste eeuw voor onze jaartelling onderwierp Julius Caesar het gebied dat hij Gallië noemde en waarvan hij de Rijn als de noordoostelijke begrenzing beschouwde. Toch zou het nog enkele decennia duren voordat er onder keizer Augustus op grote schaal Romeinse troepen naar onze streken kwamen en Rome daadwerkelijk gezag in de regio ging uitoefenen.
De limes, de Romeinse rijksgrens die langs de Rijn liep, was een gordel van militaire versterkingen die de Romeinen vanaf de eerste eeuw bouwden en die als geheel een van de grootste infrastructurele werken was die ooit in de Lage Landen gerealiseerd zijn. Recente opgravingen hebben daar veel van blootgelegd, waardoor de belangstelling voor de limes de laatste tijd is aangewakkerd.
Van west naar oost, dwars door Vlaanderen, liep vroeger de Romeinse heerbaan van Franse Kassel via Tienen en Tongeren naar Maastricht. Hij verbond de kuststad Boulogne-sur-Mer met de Rijnstad Keulen en maakte deel uit van een groot en complex netwerk van (water)wegen dat Rome verbond met de verste uithoeken van het Romeinse Rijk. Men spreekt in dat verband trouwens terecht van militaire wegen. De Romeinen slaagden erin om uiteindelijk een voor die tijd schitterend wegennet te realiseren van nagenoeg 120.000 kilometer.
Lang voor er gedacht werd aan een Europese Unie, hadden de Romeinen Europa al verenigd. Zij brachten een uniforme regelgeving en een eenheidsmunt. Het was een militair bondgenootschap om “Europa” tegen agressie van buitenaf te beschermen. De Romeinen hadden de overheerste volken al onder de wapenen geroepen om gezamenlijk vrede en veiligheid binnen het rijk, de “pax Romana”, te waarborgen. Soldaten die in de Lage Landen gelegerd werden, kwamen uit verre streken. Met een speciaal goudstuk kondigde keizer Hadrianus bv. in 121, een gouden eeuw aan en vertrok naar de Lage Landen. Daar liet hij de Weg van Hadrianus aanleggen en het landschap herinrichten, en stichtte hij zijn eerste en strategisch zeer belangrijke stad in de buurt van het huidige Den Haag, Forum Hadriani.
“Germania Inferior” was een Romeinse provincie in de Lage Landen ten noordoosten van de provincie “Gallia Belgica”, (die aan het einde van de 5de eeuw, het door de Frankische koning Clovis gesticht Merovingische rijk zou worden), die een groot deel van Zuid-Nederland omvatte ten zuiden van de Rijn, bijna heel het oostelijk deel van België, een deel van het noordoosten van Frankrijk, en het Duits Rijnland, tot aan het riviertje Vinxtbach ter hoogte van Schalkenbach, die de grens met Germania Superior, de noordgrens (de Rijn) van het Romeinse Rijk, vormde.
Toch had de Romeinse overheersing ook een donkere keerzijde. De verwoestende Gallische oorlogen en opstanden kostten duizenden mensen het leven. De daaropvolgende Pax Romana bracht dan wel welvaart, maar was ook gebaseerd op een gewapende vrede. Finaal luidde een nietsontziende machtsstrijd tussen brute keizers, troonpretendenten en lokale krijgsheren het einde van het Romeinse gezag in het westen in.
Al te lang bleven de Lage Landen in de periferie van het Romeinse Rijk. “Rome en de Lage Landen”, zo schrijft de auteur, “beslaat een periode van vijf eeuwen en is chronologisch opgebouwd. Daarmee wil ik in de eerste plaats duidelijk maken dat de geschiedenis van Gallia Belgica en Germania Inferior geen homogeen of monolithisch geheel vormt, maar juist wordt gekenmerkt door voortdurende veranderingen in telkens wisselende omstandigheden. Binnen die context wil ik uitvoeriger stilstaan bij individuen — vaak nobele onbekenden — die op hun eigen manier hebben bijgedragen aan dit historische proces. Niet alleen keizers, legeraanvoerders en gouverneurs — de figuren die de aandacht van antieke geschiedschrijvers trokken — komen aan bod, maar ook de talrijke gewone mensen: soldaten, boeren, handelaars en ambachtslieden, de onderdanen van de keizer, van wie de levens tot ons zijn gekomen via opschriften en archeologisch onderzoek.” 
Door onze streken resoluut naar het middelpunt van de aandacht te schuiven, schrijft Robert Nouwen met zijn 4 uitgebreide delen, “De verovering van Gallia Belgica (58 tot 31 voor Christus), “Gallia Belgica tijdens de Julisch-Claudische dynastie (31 voor Christus tot 68 na Christus)”, “De Pax Romana: Gallia Belgica en Germania Inferior van de Flavii tot de Antonini (70 tot 192 na Christus)” en “De overgang: de noordelijke provincies en het laat-Romeinse Rijk (192 tot 476 na Christus)”, niet alleen het definitief boek over het leven aan de noordgrens van het Imperium, maar werpt tegelijk ook een verrassend nieuw licht op de geschiedenis van het oude Rome zelf. Zijn boek is daarenboven voorzien van kaarten, de tijdlijn en de verklarende woordenlijst, en de handige persoons- en plaatsnamenregisters. Indrukwekkend!
Robert Nouwen is historicus en auteur. Hij was onder meer conservator van het Gallo-Romeins Museum Tongeren en directeur erfgoedcollecties van de Koninklijke Bibliotheek van België. Hij publiceerde veelvuldig op het vlak van Gallo-Romeinse archeologie en geschiedenis en de landelijke geschiedenis van de 19de en vroege 20ste eeuw.



Robert Nouwen “Rome en de Lage Landen Een geschiedenis van Caesar tot Clovis” 622 bladz. uitg. Lannoo ISBN 9789401411
