


De “Metamorfosen” van de Romeinse dichter Ovidius, eigenl. Publius Ovidius Naso, één van de belangrijkste werken uit de klassieke oudheid, werd in de 17de eeuw een ‘Bijbel voor kunstenaars’ genoemd. Het meeslepend epos verweefde nl. verhalen over chaos en kosmos, ontmoetingen tussen goden, mensen en de natuur, en talrijke daaruit voortvloeiende gedaantewisselingen.

Al eeuwen vonden en vinden kunstenaars inspiratie in deze fantasierijke verhalen over passie, jaloezie, list en bedrog van goden, helden en gewone stervelingen. Hun interpretaties werden zowel in marmer en verf als in bewegend beeld uitgevoerd. Deze publicatie toont de enorme invloed van Ovidius op de beeldende kunst, van de oudheid tot vandaag. Sculpturen van Cellini, Bernini, Rodin en Bourgeois staan naast schilderijen van Titiaan, Correggio, Caravaggio, Arcimboldo en Rubens.
In veel gedichten was Ovidius een geleerde dichter, een zogenaamde poeta doctus, die schreef voor een hoogopgeleid publiek dat zijn klassieken kende. Hij heeft de literatuur verrijkt met heldinnenbrieven en ballingschapsgedichten. Zijn De Ars Amatoria (“De kunst van de liefde”) of de Ars Amandi (“De kunst van het beminnen”) bv. is de oudste systematische handleiding tot verleiden. Het is een leerdicht in drie boeken en bevat in totaal 2330 versregels. De eerste twee boeken dateren van circa 1 v. Chr. en het derde van circa 1 n. Chr.
In zijn eerste Boek, geeft Ovidius tips om een vrouw te versieren, o.a. kies het juiste moment, blijf zo veel mogelijk in haar nabijheid, verzorg je voorkomen, maar wees niet verwijfd, wees matig met wijn, complimenteer en kus haar, neem het initiatief, maar doe ook een stapje terug, wees op je hoede voor vrienden en verwanten, en pas je aan haar aan.
In boek 2 geeft Ovidius’ tips voor een duurzame relatie, o.a. werk aan je karakter en ontwikkel je intellect, vermijd harde woorden, stuur kleine maar fijne geschenken, streel haar ijdelheid, ga niet langdurig weg, verdraag tegenvallers, wees niet jaloers op rivalen, betracht discretie in de liefde, verbloem haar tekortkomingen en rek het liefdesspel en streef naar een gelijktijdig orgasme.
In zijn derde boek geeft hij tips aan de vrouwen om een man te bekoren, o.a. verzorg je kapsel, kies mooie maar geen te dure kleding, wees zuinig met make-up, camoufleer je onvolmaaktheden, lach en huil gedistingeerd, loop elegant, ontbloot een bovenarm en een stukje schouder, leer zingen en muziek spelen, ken de literatuur en oefen je in dans en spel, doe niet aan sport, maar flaneer in de stad en begeef je onder de mensen, wees niet hooghartig, kijk vrolijk en niet somber, wees niet goedgelovig, beheers het minnespel en simuleer zo nodig een orgasme. Als vervolg schreef Ovidius het leerdicht, “Remedia Amoris”, waarin hij zowel mannen als vrouwen richtlijnen gaf hoe ze weer van de liefde af konden komen.
Ovidius’ mythen gaan daarentegen over universeel menselijke gevoelens en spreken daarom nog altijd onverminderd tot onze verbeelding. Dit rijk geïllustreerde boek, met essays van Francesca Cappelletti, Claudia Cieri Via, Bart Ramakers, Frits Scholten en Lucia Simonato, is daarvan het levend bewijs.
In de Metamorfosen worden de schepping en geschiedenis van de wereld verhaald volgens de Griekse en Romeinse mythologie. Het boek geldt als een van de belangrijkste werken uit de Romeinse literatuur. Het is vermoedelijk in 8 n.Chr. voltooid en is sindsdien een van de populairste mythologische werken. Metamorfosen heeft grote invloed gehad op de renaissancistische literatuur en schilderkunst, ook omdat het eeuwenlang als lesmateriaal gebruikt is.
“Metamorfosen” is een kunstige aaneenrijging van verhalen, anders dan bij een echt epos waarin één verhaallijn en één held centraal staan, zoals het epos van de Romeinse dichter Vergilius over het leven van Aeneas. In de verhalen schetst Ovidius het leven van de klassieke goden, stervelingen en andere mythische figuren, die telkens een dramatische gedaantewisseling (metamorfose) ondergaan. Enkele voorbeelden zijn de verandering van de nimf Daphne in een laurierboom, de gedaanteverwisseling van de jager Actaeon in een hert nadat hij de godin Diana naakt zag, en de metamorfose van de nimf Io, geschaakt door Jupiter die door deze in een koe veranderd wordt om zijn achterdochtige echtgenote te misleiden. In het laatste boek geeft Ovidius dan weer een filosofische onderbouwing, bij monde van de Griekse filosoof en wiskundige Pythagoras, die de leer van eeuwige verandering predikte: omnia mutantur, nihil interit – alles verandert, niets gaat ten gronde. Alles in de kosmos is voortdurend in beweging, niets blijft gelijk, maar ook niets vergaat volledig.
“Sinds de eerste gedrukte editie van Ovidius’ meesterwerk het licht zag in het Italiaans, in Venetië in 1497”, schrijft Francesca Cappelletti, de directeur van Galleria Borghese, maakten de talrijke verhalen over de gedaantewisselingen van goden en mensen hun opmars in de kunst van Italië en de rest van Europa. Honderd jaar later had zijn klassieke meesterwerk ook de Nederlanden ruimschoots veroverd – zozeer zelfs dat Karel van Mander in zijn Schilder-Boeck uit 1604 de Metamorfosen kon typeren als ‘een bijbel voor kunstenaars”
“Ovidius’ mythen over de ontmoetingen tussen goden, mensen en de natuur, en de daaruit voortvloeiende gedaantewisselingen”, zo vervolgt ze, “spreken nog onverminderd tot onze verbeelding, hoewel ze ruim tweeduizend jaar geleden zijn geschreven in een taal die niet meer levend is. Dat komt omdat ze zo beeldend, fantasierijk, zo veelomvattend en vooral zo universeel menselijk zijn. De verhalen bieden niet alleen verklaringen voor kosmische fenomenen – hemel, aarde, de loop van de seizoenen en de hemellichamen –, het zijn ook vertellingen over de condition humaine, over onze angsten en passies, vreugdes en verdriet, jaloezie, wraak, lust en pijn. Veel van Ovidius’ mythen beschrijven het mysterie van de aanraking door het goddelijke: allesoverstijgende momenten die met enorme intensiteit en emotie gepaard gaan, zoals dat ook gebeurt in de magische bezieling van de dode materie bij het maken van grootse kunstwerken. Kortom, de Metamorfosen zijn van alle tijden, van iedereen, en Ovidius is misschien wel actueler dan ooit.”
Metamorfosen brengt ruim 80 internationale topstukken samen uit musea en collecties van over de hele wereld. Van Bernini, Titiaan, Correggio en Caravaggio tot Rodin, Brancusi, Magritte en Bourgeois. Te zien zijn schilderijen, beeldhouwwerken, edelsmeedkunst en keramiek, maar ook hedendaagse fotografie en videokunst. De tentoonstelling is een bijzondere samenwerking met Galleria Borghese in Rome. In de tentoonstelling komen eeuwenoude meesterwerken en hedendaagse interpretaties samen. Naast iconische werken als Bernini’s De Slapende Hermaphroditus en Caravaggio’s Narcissus, ontdek je dus ook moderne vertalingen van de Metamorfosen. Zoals in het grensverleggende werk van Ulay, of de video-installatie van Juul Kraijer, geïnspireerd op de mythe van Medusa.
Tentoonstelling in het Rijksmuseum Amsterdam nog tot 25 mei 2026.

De Nederlandse kunsthistoricus, conservator en hoogleraar, Frits Scholten (1959) werkte bij het Haags Gemeentemuseum en werd in 1993 senior conservator beeldhouwkunst van het Rijksmuseum Amsterdam. Als curator was hij onder meer in 1998-1999 betrokken bij de tentoonstellingen rond Adriaen de Vries in het Rijksmuseum, het Nationalmuseum in Stockholm en het The J. Paul Gettymuseum in Los Angeles. Voor zijn Engelstalige tentoonstellingscatalogus ontving hij de Eric Mitchell Prize 2000. In 2003 promoveerde Scholten aan de Universiteit van Amsterdam op de 17e-eeuwse Nederlandse grafsculptuur. Van 2009 tot 2016 was hij bijzonder hoogleraar ‘Theorie en Geschiedenis van de Collectievorming’ aan de Vrije Universiteit. In 2016 werd hij benoemd tot hoogleraar Geschiedenis van de Westerse beeldhouwkunst, in het bijzonder van de Nederlanden, van de late Middeleeuwen tot 1800, aan de Faculteit der Geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam.


Frits Scholten Metamorfosen Ovidius en de kunsten 352 bladz. geïllustreerd uitg. Hannibal Books ISBN 9789493416550