


De Johannespassie, gekenmerkt door een diepe dramatische en spirituele intensiteit, werd in 1724 gecomponeerd door Johann Sebastian Bach. Gebaseerd op het Evangelie volgens Johannes, vertelt het de laatste momenten van Christus’ leven, van zijn arrestatie tot zijn begrafenis in het graf. De cantorpassie is een van de meest sublieme werken in zijn repertoire en voert de luisteraar mee in een mystieke en contemplatieve bezinning. Gaétan Jarry dirigeert het Orchestre de l’Opéra Royal en de kinderzangers van het Tölzer Knabenchor om deze schat aan sacrale muziek zijn rechtmatige plaats terug te geven. 
Bachs Johannes-passie is net zo fenomenaal als zijn Matthäus-passie. Met zijn Johannes-Passion verrichtte Bach baanbrekend werk. Nooit eerder was er een passie gecomponeerd van zo’n omvang en met zo’n dramatiek. De nadruk in de Johannes-Passion ligt op Jezus als verlosser van de mensheid, en minder, zoals in de Matthäus-Passion, op het menselijk lijden van Jezus.
Bach herzag zijn Johannes-Passion wel vier keer, en dit over een periode van 26 jaar, van 1724 tot 1749. Het is de versie uit 1749, daterend van een jaar voor zijn dood, die hier werd opgenomen. Maar, de versie uit 1725, muzikaal al even schitterend, is hier ook volledig opgenomen en kan worden gedownload. Niet uitstellen want de vergelijking tussen die twee versies onthult de onderliggende betekenis van deze weergaloze muziek. Bach componeerde de Johannes-Passion in 1724 in drie maanden tijd. Op 7 april van dat jaar, op Goede Vrijdag, werd de Johannes-Passion voor het eerst uitgevoerd in de Nicolaïkirche in Leipzig. Een jaar later verving hij het openingskoor door een ingetogen koraalbewerking. Waarom weten we niet. Bach bleef wijzigingen aanbrengen zodat er uiteindelijk vier versies ontstonden (naast deze uit 1724 en 1725 zijn er ook de versies uit 1728 en 1749).
De Johannes Passion is ondanks de vele momenten van gebed, meditatieve koralen en contemplatieve aria’s, een passie met opgewonden tot hysterische koren, waarin Bach met grote expressie bv. publieke woede uitdrukt. Had Bach opera’s gecomponeerd, krijgen we hier een idee van hoe ze zouden hebben geklonken. Maar Bach was geen operacomponist. De schilderachtige, contrareformatorische pracht en praal, behoorde niet tot zijn ingetogen en devote, Lutherse wereld.
Jezus als Messias werd in het openingskoor door Bach treffend muzikaal gekarakteriseerd. Er wordt niet verwezen naar zijn komende lijdensweg, maar naar zijn koningschap “Herr, unser Herrscher”. Soldaten en dienaren van de hogepriesters en Farizeeën zingen opgewonden en militant “Jesum von Nazareth”. Jezus’ lijden is geen smartelijk en beklagenswaardig menselijk lijden (Helft mir klagen!) maar een fase in zijn terugkeer naar de hemel. Jezus ervaart geen innerlijke conflicten. Het accent ligt in de Johannes-Passion dus niet op Zijn lijden. Jezus is hier een krachtige, hippe persoonlijkheid. Bachs Johannespassie is daarom dramatisch en dynamisch. De swingende muziek zorgt voor een Jesus Christ Superstar imago.
![]()

![]()
Bach Johannes-Passie Gaétan Jarry Nicolas Brooymans Linard Vrielink Moritz Kallenberg Halidou Nombre Tölzer Knabenchor Orchestre de l’Opéra Royal Château de Versailles Spectacles Blu-ray + DVD Video CVS152