


Kierkegaard, of zijn pseudoniem Vigilius Haufniensis (de ‘wachter’ van Kopenhagen), was de eerste die in de wijsgerige antropologie het onderscheid tussen vrees en angst nauwkeurig formuleerde en hanteerde. Vrees betekende voor Kierkegaard dat men bang is voor iets concreets, angst dat men bang is voor iets onbekends. Niet te missen! 
De gespecialiseerde uitgeverij Damon publiceert sinds 2006, de reeks Kierkegaard Werken, gebaseerd op de kritische, Deense editie “Søren Kierkegaard Skrifter” (SKS). De reeks wil Kierkegaards werk toegankelijk maken in helder, betrouwbaar en zorgvuldig Nederlands. De Redactieraad “Kierkegaard Werken” bestaat uit Annelies van Hees, Paul Cruysberghs, Udo Doedens, Frits Florin, Johan Taels, Karl Verstrynge, Pieter Vos en Onno Zijlstra. Zij waken over de wetenschappelijke en tekstuele kwaliteit van de uitgaven en de aansluiting bij de SKS-editie.
De Deense denker Søren Kierkegaard (1813-1855) spreekt met zijn unieke stijl en scherpe inzichten nog steeds tot de verbeelding. Hijzelf was briljant, maar zijn teksten zijn moeilijk. Geen andere filosoof heeft zoveel over het concreet, dagelijkse bestaan geschreven als deze Deense filosoof. Hij heeft veel lezers eeuwenlang weten te verbazen met zijn scherpe inzichten. Tot zijn intellectuele bewonderaars behoorden filosofen als Ludwig Wittgenstein en beroemde auteurs als John Updike. Het overkoepelend thema in Kierkegaards werk én leven was ‘jezelf worden’, een proces dat zich niet voltrekt met piekervaringen en rustmomenten, maar in de realiteit van alledag. Geloven betekende voor Kierkegaard: in vertrouwen het leven omarmen zoals dat zich aandient. Overigens was Kierkegaards eigen verhouding met het ‘gewone leven’ tamelijk moeizaam: de relatie met zijn vader was problematisch en zijn liefdesleven kende weinig vreugde.
Kierkegaard, de denker van de menselijke existentie, was een protestantse theoloog, die de groei van het bewustzijn van de relatie van de mens tot God en het besef van het tijdelijk bestaan en de eeuwige waarheid, onderscheidde in fasen van esthetisch, ethisch en religieus leven. In 1848 had Søren Kierkegaard reeds een omvangrijk oeuvre bijeen geschreven waarvan een groot deel onder verschillende pseudoniemen was verschenen. Als in 1848 een tweede druk van zijn esthetische essays, voordrachten en opstellen, twee brieven en een preek, “Of/Of” ging verschijnen, voorzag hij het nl. van een toelichting, een soort van spirituele autobiografie, “Het gezichtspunt voor mijn schrijverswerkzaamheid”, één van zijn allerbelangrijkste geschriften. In 1851 verscheen een ingekorte versie met de titel “Over mijn schrijverswerkzaamheid”.
Hoewel de receptie van Kierkegaards werk aanvankelijk min of meer beperkt bleef tot Scandinavië, is zijn filosofie ondertussen wel internationaal bekend geworden. Naarmate zijn geschriften werden vertaald in verschillende talen, verspreidde zijn reputatie zich tot ver buiten zijn geboorteland Denemarken. Begin 20ste eeuw werden de belangrijkste werken van Kierkegaard en zijn dagboeken vertaald in het Duits, in de jaren 1930 gevolgd door de eerste academische Engelse vertalingen. Vandaag de dag zijn de verzamelde werken van Kierkegaard beschikbaar in alle belangrijke talen. In de laatste jaren van zijn leven werd hij in Scandinavië vooral berucht als de filosoof die de Deense Volkskerk had aangevallen. Later werden veel andere aspecten van zijn werk het voorwerp van ernstig wetenschappelijk onderzoek tot ver buiten de Noordelijke landen. Verschillende filosofische en religieuze bewegingen baseerden zich op zijn denkbeelden. Filosofen en theologen die werden beïnvloed door Kierkegaard waren onder meer Simone de Beauvoir, Albert Camus, Martin Heidegger, Karl Jaspers, Gabriel Marcel, Maurice Merleau-Ponty en Jean-Paul Sartre. Ludwig Wittgenstein was diep onder de indruk van Kierkegaards filosofie en Karl Popper noemde hem “de grote hervormer van de christelijke ethiek”.
Als Vigilius Haufniensis analyseert Kierkegaard de existentiële angst die voortkomt uit vrijheid en mogelijkheid. Hij maakt het klassieke onderscheid tussen vrees (voor iets concreets) en angst (voor het mogelijke), en bereidt thema’s voor uit zijn latere denken. Angst slaat op wat mogelijk is, maar er (nog) niet is. Daarom roept de confrontatie met de mogelijkheid van de vrijheid bij de mens angst op: angst voor de eigen mogelijkheden. Angst is een noodzakelijk stadium op weg naar de vrijheid, maar men kan daar ook in blijven hangen. Rond het centraal thema van de angst sneed Vigilius Haufniensis een hele reeks thema’s aan die in de latere geschriften van Kierkegaard uitgewerkt werden.
Het begrip angst vormt het vierde deel in de serie Kierkegaard Werken. Het boek werd uitgegeven in samenwerking met de ‘Redactieraad Kierkegaard Werken’ en de Søren Kierkegaard Skrifter (uitgegeven door het ‘Søren Kierkegaard Research Centre’ te Kopenhagen). Deze uitgave werd vertaald en voorzien van verklarende aantekeningen door Jan Sperna Weiland en werd geheel herzien met een nawoord door Frits Florin. Eindredactie: Johan Taels en Paul Cruysberghs. Zeker lezen!



Søren Kierkegaard Het begrip angst Vigilius Haufniensis 235 bladz. uitg. Damon ISBN 9789463402934