


“Het was op Amerikaanse bodem dat Antonín Dvořák (1841-1904) begon met de compositie van zijn celloconcert. Vrij van alle vooroordelen had hij tijdens zijn lange verblijf in de Verenigde Staten een grote belangstelling ontwikkeld voor de Indiaanse en Afro-Amerikaanse culturen. 
Antonin Dvořák componeerde zijn celloconcerto tussen 1894 en 1895 toen hij les gaf aan het net opgericht Conservatorium van New York. Hanuš Wihan, de cellist van het Boheems Strijkkwartet, had hem al een tijdje gevraagd om een concerto voor zijn instrument te willen componeren, maar Dvořák was terughoudend. Er was tot dan toe een reden voor Dvořáks restrictie, aangezien het componeren voor cello en orkest toen nog als een moeilijke combinatie werd beschouwd. De impuls kwam nadat hij in 1894 de wereldpremière van het tweede celloconcerto van zijn collega aan het conservatorium, de Ierse cellist en componist Victor Herbert (1859-1924), meemaakte, waar hij erg onder de indruk van was.
Het concerto is een groots werk, vol betoverende melodieën en virtuoze delen die goed geïntegreerd zijn in de drie bewegingen. Maar de grootsheid verbergt een aangrijpende persoonlijke noot, die terug gaat tot de tijd dat hij aan de compositie begon. Zijn schoonzuster Josefina Kaunic, had ooit Dvořáks huwelijksvoorstel geweigerd. Toen ze overleed herzag Dvořák de coda van de laatste beweging. Ter herdenking aan Josefina verving hij het oorspronkelijke, optimistischer deel van de finale door een lied dat hij eerder had gecomponeerd, en die tot de favorieten van Josefina behoorde. In een soort synthese combineerde hij uiteindelijk het hoofdthema van de eerste beweging met de melodie van zijn lied als herinnering aan haar.
Raphaël Jouan, die zich bewoog tussen klassieke muziek, jazz, improvisatie en wereldmuziek als onderdeel van zijn trio of zijn duo met accordeon, kon niet anders dan ontvankelijk zijn voor de openheid van de Tsjechische componist. En toen hij voor zijn debuutopname met orkest besloot zich te meten met dit iconische werk, deed hij dat om een gezamenlijk avontuur te beleven, in het teken van delen, met musici die hem na aan het hart lagen.
Raphaël Jouan, een Franse cellist, die bekendstaat om zijn toegewijde en verfijnde spel en door de Adami-vereniging is uitgeroepen tot ‘klassieke revelatie’, kenmerkt zich ook door zijn eclectische stijl en nieuwsgierigheid. Hij verkent de werelden van kamermuziek, grote concerten en improvisatie met evenveel plezier en passie, en is te vinden op prestigieuze podia en festivals, maar ook in intieme of ongebruikelijke omgevingen en jazzclubs. Als gepassioneerd kamermusicus, een fundamentele activiteit in zijn muzikale leven, richtte hij in 2014 het Trio Hélios op. De leden van het trio studeerden aan het Conservatorium van Parijs en de ECMA.
Raphaël studeerde aan het Conservatorium van Metz bij Jean Adolphe en vervolgens aan het Conservatorium van Boulogne-Billancourt bij Xavier Gagnepain. Daarna ging hij naar het Conservatorium van Parijs (CNSM) in de klas van Michel Strauss en Guillaume Paoletti. Hij studeerde er ook piano bij Zhu Xiao Mei, barokcello bij Bruno Cocset en kreeg les van Gary Hoffman, Jérôme Pernoo, Gustav Rivinius, Jens Peter Maintz, Yo-Yo Ma en anderen. Na zijn masteropleiding werd Raphaël geselecteerd voor Gautier Capuçons prestigieuze Classe d’Excellence aan de Louis Vuitton Foundation. Vervolgens vervolgde hij zijn studies en behaalde een DAI (Diplôme d’Artiste Interprète – Diploma van Uitvoerend Kunstenaar) aan het CNSM en aan de Universiteit van de Kunsten Berlijn (UdK) bij Danjulo Ishizaka. Tot zijn discografie behoren ook de albums Facéties – in duo met cellist Thibaut Reznicek – en Sérénade , samen met pianiste Flore Merlin, een album dat door critici werd geprezen (5 sterren Classica, 5 Diapason, “Supersonic Award”, ICMA-nominatie, enz.). Raphaël voelt zich sterk aangetrokken tot geïmproviseerde muziek en treedt regelmatig op in jazzclubs en op alternatieve festivals (Uzeste Musical, Café de la Danse, Festival Jazz Contreband, Fête de l’Huma, Atelier du Plateau, Opéra Underground de Lyon, enz.), met name in zijn duo met accordeonist Bruno Maurice. Raphaël speelt op een cello van Frank Ravatin, die in 2020 voor hem is gemaakt, en op strijkstokken van Alexandre Aumont (2020) en Louis Morizot (1930), evenals een klassieke strijkstok van Charles Riché (2021).
De in Wallonië geboren David Reiland (foto), recentelijk dirigent van het Orchestre national de Metz, het vroegere Orchestre national de Lorraine, was van 2013 tot 2017 artistiek en muzikaal directeur van het Luxemburgs kamerorkest. Hij studeerde compositie en directie aan het Koninklijk Conservatorium in Brussel en aan het Mozarteum in Salzburg. Hij maakte al snel carrière zowel in het symfonisch repertoire als in het operaveld en staat aan het hoofd van prestigieuze orkesten, zoals het Mozarteum Orchester, de Münchner Symphoniker of de Opera van Leipzig. Deze Belgisch/Waalse dirigent is tevens de directeur van de Sinfonietta van Lausanne en is reeds vier seizoenen, eerste gast-chef en artistiek adviseur van de Opéra de St-Etienne, de stad van Massenet. Na zijn opleiding in Brussel, Parijs en Salzburg, assisteerde hij vooraanstaande dirigenten als Simon Rattle, Iván Fischer, Sir Roger Norrington, Vladimir Jurowski en Frans Brüggen.
Tracklist :
Dvořák: Cello Concerto in B minor, Op. 104
Dvořák: Rondo in G minor for cello & orchestra, Op. 94, B. 181
Dvořák: From the Bohemian Forest, Op. 68: No. 5, Waldesruhe (Version for Cello and Orchestra)
![]()

![]()
Dvořák Cello Concerto Raphaël Jouan Orchestre National de Metz Grand Est, David Reiland cd La Dolce Volta LDV152