“Geminiani – Concerti Grossi Op.2 & 3”, door L’Archicembalo, op het label Brilliant Classics.

Francesco Geminiani (1687-1762), geboren in Lucca, begon al op jonge leeftijd met zijn studie bij zijn vader, maar zijn belangrijkste lessen volgden tijdens zijn jaren bij de grote Romeinse meester Arcangelo Corelli. Compositielessen bij Alessandro Scarlatti inspireerden en versterkten zijn vakmanschap. De muziek van Geminiani had nog één voet in de zeventiende eeuw en de andere in de achttiende eeuw. De gebruikte retoriek en architectuur waren nog steeds compatibel met de barok.

In 1714 vestigde Geminiani zich in Londen, waar hij snel faam verwierf als ensemblespeler, concertviolist en docent. Daar raakte hij bevriend met Händel en dirigeerde hij het orkest tijdens vele gezamenlijke uitvoeringen. Geminiani genoot groot succes, niet alleen in Londen, maar ook in Ierland, waar hij een aanzienlijke tijd doorbracht. In 1760 vestigde hij zich in Dublin, waar hij in 1762 in enigszins armoedige omstandigheden overleed. Geminiani’s spel onderscheidde zich door zijn grote expressiviteit, rijke dynamische kleuring, buitengewone levendigheid en een sterk temperament. Tartini noemde Geminiani veelbetekenend “il furibondo” – de furieuze!

Hoe het komt dat Francesco Geminiani tegenwoordig niet in dezelfde adem wordt genoemd als de andere grootheden van de muzikale barok, kan niet echt worden verklaard. Naast Corelli en Händel was nochtans hij het die carrière maakte in het achttiende-eeuws Groot-Brittannië. Concerto Köln is hem niet vergeten, integendeel, het vereert hem terecht als één van de groten. Uit verschillende delen van zijn oeuvre koos het ensemble hun persoonlijke favorieten: Quinianus van Geminiani. “Dit zijn de werken die wij als de mooiste en meest succesvolle composities beschouwen”, zegt fagottist Lorenzo Alpert. Bepalend voor hun interpretatie was ook het feit dat Geminiani verschillende technische en interpretatieve handboeken heeft nagelaten. “Deze rijke informatiebronnen hebben ons in staat gesteld om enkele verrassende en ongebruikelijke stilistische elementen te gebruiken bij de interpretatie van zijn Concerti Grossi”, vertelt Alpert. “Ze hebben geleid tot deze speciale en zeer persoonlijke ‘Quinta Essentia’.”

De violist Francesco Geminiani (foto) studeerde viool bij de vioolvirtuoos Carlo Ambrogio Lonati, die in dienst was van hertog Ferdinando Carlo Gonzaga in Milaan en bij Arcangelo Corelli, en compositie bij Alessandro Scarlatti. In 1714 vertrok Geminiani naar Engeland (zijn leraar Lonati had er eerder ook gedaan), waar hij gewaardeerd werd door het Engelse hof en de aristocratie als violist, dirigent en muziekleraar.  Reeds in 1714 verscheen hij met Händel in Londen. In 1715 speelde Geminiani zijn vioolconcerti voor het hof van George I, met Händel aan het klavecimbel. In het midden van de jaren 1720 werd hij vrijmetselaar in Londen, met name als een leidend lid van de kortstondige loge “Philo-Musicae et Architecturae Societas” (1725-27) in de “Queen’s Head taverne” aan Fleet Street, waar nu het mooi gebouw van “The Old Bank of England” staat. In 1733  kwam hij aan in Dublin.Graaf William Capel, 3rd Earl of Essex, nam hem onder zijn bescherming waardoor Geminiani een grote reputatie kon opbouwen. Het was trouwens deze Capel die o.a. met de gepensioneerde zeekapitein Thomas Coram, in 1739, één van de stichters was van het “Foundling Hospital for abandoned children”, waarvoor Händel zijn magistraal “Anthem for he foundling Hospital” componeerde.

Met uitzondering van twee perioden die hij in Dublin doorbracht en één periode in Parijs, verbleef Geminiani in Engeland. Hij introduceerde voor het eerst de moderne viooltechniek in Engeland. Zijn “Art of Playing on the Violin” (1751) was overigens één van de vroegste leerboeken over het vioolspel in het algemeen. In 1749 publiceerde hij in Londen een collectie songs) en mtunes, bewerkt tot sonaten voor verschillende instrumenten. Geminiani overleed in Dublin.

De bekendste composities van Geminiani zijn drie reeksen concerti grossi, Opus 2 (1732), Opus 3 (1733) en Opus 7 (1746) (er zijn in totaal 42 concerti) waarin hij de altviool als lid van de concertino-groep solisten introduceerde. Daardoor waren ze in wezen concerti voor strijkkwartet. De concerti waren contrapuntisch om tegemoet te komen aan de voorkeur van het Londens publiek dat nog steeds hield van de stijl van Corelli. Dit in tegenstelling tot de nieuwe, galante stijl die op dat moment reeds in de mode was op het continent. Geminiani herwerkte ook Corelli’s opusnummers. 1, 3 en 5 tot concerti grossi. Tot zijn belangrijkste bijdragen aan het barokke concertrepertoire behoren zijn Concerti grossi Opp. 1710. 2 en 3, respectievelijk gepubliceerd in 1732 en 1733. Deze sets bestaan ​​elk uit zes concerten en volgen het model dat door Corelli is vastgesteld, met name zijn Concerti grossi Op. 6. Geminiani’s werken zijn echter expansiever en harmonisch avontuurlijker. Ze kenmerken zich vaak door ingewikkelde contrapuntische structuren en dramatische contrasten tussen het concertino (de groep solo-instrumenten) en het ripieno (het volledige ensemble), een kenmerk van de concerto grosso-vorm.

Op. 2 valt op door zijn lyrische elegantie en verfijnde structuur, terwijl Op. 3 een gedurfdere, expressievere stijl onthult, wellicht een weerspiegeling van Geminiani’s groeiende onafhankelijkheid van Corelli’s invloed. Deze werken waren niet alleen bedoeld voor openbare concertuitvoeringen, maar ook voor onderwijs en thuismuziek, wat Geminiani’s vaardigheid aantoont in het balanceren van artistieke diepgang met toegankelijkheid.

Geminiani’s Concerti Grossi werden in zijn tijd goed ontvangen en blijven bewonderd worden om hun rijke texturen en expressieve kracht. Ze belichamen het laatbarokke ideaal van het samensmelten van virtuositeit met emotionele intensiteit. Ook vandaag de dag vormen ze nog steeds een vast onderdeel van ensembles voor oude muziek, waarmee Geminiani’s rol als sleutelfiguur in het overdragen en transformeren van de Italiaanse baroktraditie voor een internationaal publiek wordt onderstreept, hier uitgevoerd door het Italiaans topensemble L’Archicembalo, dat eerder met veel lof de strijkconcerti van Vivaldi voor Brilliant Classics opnam.

L’Archicembalo werd in 2000 opgericht door Marcello Bianchi (viool en concertmeester) en Daniela Demicheli (klavecimbel en artistiek leider) met als doel een ensemble te vinden dat gespecialiseerd is in de uitvoering van een muzikaal repertoire van de barok tot het vroegklassieke tijdperk, volgens de oude tradities en met originele instrumenten. L’Archicembalo is het resultaat van jarenlang werk en onderzoek, Marcello en Daniela hebben er namelijk altijd naar gestreefd een structuur te creëren waarin de schoonheid van de uitvoering niet alleen voortkomt uit de virtuositeit van de individuele musici en het respect voor de auteurs en hun historische periode, maar ook uit gedeelde doelen en visies die verder reiken dan deze onvermijdelijke aannames. De twee musici zijn er nu van overtuigd dat ze de perfecte opstelling hebben gevonden, een opstelling die volledig vertrouwen in collega’s mogelijk maakt.

De jarenlange carrière en de unieke ervaring die Archicembalo heeft opgedaan naast grote barokkenners – N. Harnoncourt, G. Leonhardt, S. en B. Kuijken, T. Koopman, S. Preston, C. Banchini en A. Beyer, om er maar een paar te noemen – verrijken de uitvoeringen van Archicembalo met een belangrijke bron van inspiratie en een diepgaande analyse van de muzikale resultaten. Het ensemble zette zich met name in voor de verspreiding van het Italiaanse repertoire uit de 15e en 16e eeuw, met een focus op het werk van Antonio Vivaldi, en bestond uit verschillende leden, variërend van een trio tot een octet.

Geminiani Concerti Grossi Op.2 & 3 L’Archicembalo 2 cd Brilliant Classics 97383