


Anton Bruckner begon aan zijn Te Deum in mei 1881, toen hij zijn Symfonie nr. 6 afwerkte. Na het voltooien van zijn symfonie nr. 7, hervatte Bruckner in september 1883, het werk aan zijn Te Deum. De vocale en orkestpartituur werd voltooid op 7 maart 1884. De ad lib. orgelpartij werd enkele dagen later toegevoegd op een aparte partituur. Toen hij in 1886 zijn Te Deum in première bracht in het Wiener Musikverein, noemde hij het later “de trots van mijn leven”. Deze zeldzame blijk van zelfvertrouwen is opvallend, aangezien Bruckner anders bekend stond om zijn artistieke twijfels en frequente herzieningen van zijn werken. Maar in dit geval was hij zeker van zijn zaak – en de critici waren het daarmee eens: het Te Deum werd een van zijn grootste successen en overtrof zelfs veel van zijn symfonieën qua publieke waardering. 
De componist wijdde het stuk A.M.D.G. (Ad majorem Dei gloriam (tot meerdere eer van God)), “uit dankbaarheid dat ik me in Wenen veilig door zoveel ellende heen heb gebracht.” Het Te Deum ging op 2 mei 1885 in première in de Kleiner Musikvereinssaal in Wenen, met als solisten, Frau Ulrich-Linde, Emilie Zips, Richard Exleben en Heinrich Gassner, met het koor van de Wiener Akademischer Richard Wagner Verein en Robert Erben en Joseph Schalk die de orkestpartij op twee piano’s speelden. Hans Richter dirigeerde de eerste uitvoering met orkest op 10 januari 1886 in de Großer Musikvereinssaal in Wenen. Daarna waren er nog bijna dertig uitvoeringen tijdens Bruckners leven. De laatste uitvoering, die Bruckner bijwoonde, werd geleid door Richard von Perger, op voorstel van Johannes Brahms. Op zijn kopie van de partituur schrapte Gustav Mahler “für Chor, Soli und Orchester, Orgel ad libitum” (voor koor, solo’s en orkest, orgel ad libitum) en schreef “für Engelzungen, Gottsucher, gequälte Herzen und im Feuer gereinigte Seelen!” (voor de tongen van engelen, Godzoekers, gelouterde harten en zielen, gezuiverd in het vuur!).
De eerste uitvoering in de Verenigde Staten vond plaats op het Cincinnati May Festival in 1892. Theodore Thomas dirigeerde het Chicago Symphony Orchestra, het Cincinnati May Festival Chorus en de solisten Corinne Moore-Lawson, Marie Ritter-Goetze, Edward Lloyd en George Ellsworth Holmes. De conceptversie van 1881 en de eerste schets van 1883 worden bewaard in het archief van de abdij Kremsmünster. De vocale partijen en de orkestpartituur, en de ad lib. orgelpartituur van 1884, zijn opgeslagen in het archief van de Österreichische Nationalbibliothek. 
De geschiedenis van de Mis in f mineur verliep heel anders. In opdracht van de Wiener Hofmusikkappelle in Wenen werd het werk bijna twintig jaar vóór het Te Deum gecomponeerd. Bruckner onderwierp het werk tot 1893 aan talloze herzieningen – een creatief proces dat typerend was voor de componist. Hij dirigeerde zelf de première en betaalde zelfs de aanzienlijke kosten, nadat de Hofkappelle de Mis aanvankelijk als “onzingbaar” had afgewezen. Pas geleidelijk aan kreeg het werk een vaste plaats in het repertoire. De opnames op dit album zijn gemaakt in 2024 en 2025 en brengen een uitstekende groep gerenommeerde zangers samen onder leiding van een dirigent van internationale faam.
De Spaanse dirigent Pablo Heras-Casado (1977) uit Granada, volgde het conservatorium in Granada. Aan de universiteit van Granada studeerde hij kunst en geschiedenis. Zijn opleiding tot dirigent vervolledigde hij aan de Universidad de Alcalá de Henares. Onder zijn leermeesters waren Christopher Hogwood en Harry Christophers. Het repertoire van Pablo Heras-Casado bestrijkt de grote symfonische werken en opera’s, zowel met historisch geïnformeerde uitvoeringen als op moderne instrumenten, van barok tot hedendaags. In het seizoen 2017/2018 keerde Heras-Casado terug naar de Staatskapelle Berlin waar hij debuteerde in de Boulezsaal en trad onder andere ook op met het London Philharmonic Orchestra, St. Luke’s Orchestra waar hij van 2011 tot 2017 chef-dirigent was, Berliner Philharmoniker, Wiener Philharmoniker. In 2018 werd hij aangesteld als directeur van het Granada Festival en was hij eerste gastdirigent aan het Teatro Real in Madrid. Met het Freiburger Barockorchester verbindt hem reeds een lange samenwerking met talrijke tournees en cd-opnamen. Heras-Casado dirigeerde een groot aantal cd-opnamen die bekroond werden met prijzen, waaronder de Preis der Deutschen Schallplattenkritik, Diapason d’Or, en een Grammy.
De vocale solisten zijn Christina Landshamer (sopraan), Sophie Harmsen (mezzo-sopraan), Daniel Behle (tenor), Franz-Josef Selig (bas), Erika Baikoff (sopraan), Wiebke Lehmkuhl (alt), Sebastian Kohlhepp (tenor) en Matthew Rose (bas).


Anton Bruckner Te Deum Messe Nr. 3 f-Moll SWR Symphonieorchester SWR Vokalensemble WDR Rundfunkchor Pablo Heras-Casado cd SWR Music SWR19168