“English Cello Works, Bridge Elgar Ireland” door Andreas Brantelid, cello, Bengt Forsberg, piano en The Royal Danish Orchestra o.l.v. Thomas Søndergård, op het label Naxos. Subliem!

Edward Elgars Celloconcerto uit 1919, is een meesterwerk vol stemmingen, dat zowel wereldmoeheid en ontroering als vluchtigheid en passie omvat. Twee andere cellowerken, gecomponeerd rond dezelfde tijd, bleken cruciaal voor de carrières van de componisten. John Irelands Cellosonate combineert sombere, beknopte kracht met lyriek en bravoure, terwijl Frank Bridge’s tweedelige Cellosonate, de romantiek van vóór de oorlog weerspiegelde, gekoppeld aan de melancholie en het verzet in de oorlogstijd.

Het celloconcerto werd gecomponeerd tijdens de zomer van 1919 in zijn afgezonderd landhuis “Brinkwells” in de Cotswolds, waar Elgar een aantal jaren daarvoor, ’s nachts nog het gerommel van de artillerie hoorde over het Kanaal. In 1918 onderging Elgar een operatie om zijn amandelen te laten verwijderen, wat toen een gevaarlijke operatie was voor iemand van zestig jaar. Na het weer bij bewustzijn komen en rustig worden, vroeg Elgar om pen en papier en noteerde het eerste thema van zijn celloconcerto.

In 1918 componeerde Elgar drie kamermuziekwerken welke volgens zijn vrouw noemenswaardig verschillend waren van zijn vorige werken. Na de première van deze drie stukken in de lente van 1919, begon Elgar aan  een celloconcerto. Sommige fragmenten vertoonden opmerkelijke overeenkomsten met de Romance voor cello en orkest op. 35 uit 1888 van Edward MacDowell. De première in oktober 1919 in de Queen’s Hall in Londen, werd gespeeld door de cellist Felix Salmond en het London Symphony Orchestra o.l.v. Elgar zelf. Naast zijn Vioolsonate, componeerde Elgar, tussen 1877 en 1891, 11 genrestukken voor viool en piano.

Frank Bridge werd geboren in Brighton en studeerde van 1899 tot 1903 o.a. bij Charles Villiers Stanford, aan het Royal College of Music in Londen. Hij speelde altviool in een aantal strijkkwartet ensembles, en was dirigent, soms ter vervanging van Henry Wood, voor hij zich toelegde op compositie en hij een mecenas vond in de persoon van Elizabeth Sprague Coolidge, een Amerikaans pianiste en mecenas van muziek, vooral van kamermuziek. Ze gaf compositieopdrachten aan de grootste componisten van de 20ste eeuw, en vanwege het beroep van wijlen haar man, gaf ze ook financiële steun aan medische instellingen. Ze trouwde nl. de arts Frederic Shurtleff Coolidge die stierf aan syfilis die hij tijdens een operatie van een patiënt had opgelopen, en liet haar achter met hun enig kind, Albert. Kort daarna overleden ook haar ouders. Zij erfde een fortuin en besloot het uit te geven ter promotie van de kamermuziek, een missie die zij zou volhouden tot aan haar overlijden op 89-jarige leeftijd in Cambridge (Massachusetts).

Volgens Benjamin Britten had Frank Bridge sterke pacifistische overtuigingen en was hij diep verontrust door de Eerste Wereldoorlog. Tijdens de oorlog en onmiddellijk daarna componeerde Bridge een aantal pastorale en elegische stukken waarin hij leek te zoeken naar spirituele troost, o.a. “Lament”, “Summer”, “A Prayer” voor koor en orkest, en een reeks pastorale pianowerken. Frank Bridge gaf privéles aan Benjamin Britten, die later de muziek van zijn leraar verdedigde en hem eer betoonde in zijn “Variations on a Theme of Frank Bridge” (1937), gebaseerd op een thema uit het tweede van Bridge’s “Three Idylls for String Quartet” (1906). Bridge leek zich als compositieleraar eerder te hebben gericht op esthetische kwesties, idiomatisch schrijven en duidelijkheid, in plaats van op een uitgebreide technische opleiding. Britten sprak nochtans zeer lovend over zijn lessen. Toen Benjamin Britten in 1939 met Peter Pears naar de Verenigde Staten vertrok, overhandigde Bridge hem zijn Giussani altviool. Bridge overleed in 1941 zonder Britten ooit nog terug te zien.

Het grootste deel van het oeuvre van de Engelse componist en muziekdocent John Ireland (1879-1962), bestaat uit pianominiaturen en liederen met piano. Tot zijn bekendste werken behoren het kort instrumentaal of orkestraal werk ” The Holy Boy “, een toonzetting van het gedicht ” Sea-Fever ” van John Masefield, een vroeger veel gespeeld pianoconcerto, de hymne “Love Unknown” en het koormotet “Greater Love Hath No Man”. Vanaf 1923 doceerde hij aan het Royal College of Music. Tot zijn leerlingen behoorden Richard Arnell, Ernest John Moeran, Benjamin Britten (die Ireland later beschreef als iemand met “een sterke persoonlijkheid maar een zwak karakter”), de componisten Alan Bush en Geoffrey Bush (geen familie van Alan), die later veel van Irelands werken redigeerde of arrangeerde voor publicatie, Anthony Bernard en Percy Turnbull (die een levenslange vriend werd).

Andreas Brantelid (1987) is een Zweeds-Deense cellist. Hij debuteerde op 14-jarige leeftijd als solist met Elgars Celloconcert bij het Koninklijk Deens Orkest. In 2006 won hij het Eurovision Young Musicians Festival waar hij Zweden vertegenwoordigde, en het jaar daarop werd hij uitgeroepen tot DR Kunstner 2007 (Kunstenaar van het Jaar). In 2009 ontving Brantelid de Cultuurprijs van het Deense Kroonprinsenpaar. Andreas Brantelid was van 2012 tot 2015 een “Junge Wilde”-artiest in het Konzerthaus Dortmund.

Tracklist:

Elgar: Cello Concerto in E minor, Op. 85

Ireland: Cello Sonata in G minor

Bridge: Cello Sonata in D minor, H125

Elgar: Salut d’amour, Op. 12

English Cello Works Bridge Elgar Ireland Andreas Brantelid Bengt Forsberg The Royal Danish Orchestra Thomas Søndergård Naxos 8573690