


De naam Josquin des Prez (1450/53-1521) roept prachtige, briljante en zelfs magische muziek op, maar meer dan vijf eeuwen sinds hij zijn laatste noot componeerde, ontdekken we nog steeds hoe we hem kunnen horen. Begin jaren dertig ontwikkelde de componist al een uniek gevoel voor klank en taal. Hij wist ritmes te laten resoneren, waardoor ze soms omhullend, soms bevrijdend klonken.
Zijn melodieën, vol leven, soms zacht, soms kronkelig, en zijn duetten leken te bestaan uit blikken die tussen stemmen werden uitgewisseld. Josquin componeerde met grote finesse en speelde met de contrasten tussen het intieme en het stralende. Zoals gebruikelijk in de kunst van zijn tijd, bevatte zijn muziek, zelfs wanneer hij religieuze thema’s behandelde, een sensuele schoonheid, vol emotie en menselijkheid.
Josquin Despez componeerde tijdens zijn lange carrière meer dan vijftien missen, talloze motetten en chansons. Een unieke onderdompeling in het betoverend universum van a capella zang. Josquin Desprez had dankzij zijn vocale werken een benijdenswaardige beroemdheid, vooral in Italië, Vlaanderen en Spanje. Hij werkte achtereenvolgens voor René d’Anjou, koning van Napels en van Jeruzalem, koning Louis XI van Frankrijk, hertog Galeazzo Maria Sforza in Milaan (waar hij Leonardo da Vinci ontmoette, die zijn portret schilderde), kardinaal Ascanio Sforza, Matthias I van Hongarije (Matthias Corvinas), paus Innocentius VIII in Rome, koning Louis XII van Frankrijk en tenslotte voor de hertog van Ferrara, voor hij in 1504, terugkeerde naar zijn thuisregio Condé-sur-l’Escaut in Noord-Frankrijk, waar hij proost werd van Notre Dame. Vooral het gebruik van contrapunt, gedomineerd door het principe van imitatie, afgewisseld met sequensen in de stemmen, die elkaar twee aan twee imiteren, d.i. paarsgewijze imitatie, en canontechniek (proportiecanon of mensuratiecanon) zijn voorbeelden van Josquins originele inventiviteit.
Josquin Desprez, een centrale figuur van de Franco-Vlaamse school, is tegenwoordig vooral bekend om zijn religieuze werken. Zijn vele chansons hebben, daarentegen op enkele uitzonderingen na, eigenlijk nog maar weinig aandacht gekregen. Zijn chansons, verschillend in talen en thema’s, bieden een heerlijk gevarieerd programma, van ernstig naar teder tot brutaal, getuigend van de weergaloze kunst van Josquin Desprez. Hij erfde immers de grote muzikale traditie van die noordelijke regio, bakermat van het 15de -eeuws contrapunt. Twee eeuwen lang bleef zijn faam in heel Europa intact. Met Leonardo da Vinci was Josquin een van de eerste kunstenaars die zich volledig bewust was van zijn eigen waarde en in staat was om als gelijke te spreken met de machthebbers. Muziekhistorici zijn het erover eens dat hij, net als Beethoven in de 19de eeuw, een belangrijke schakel was in de muziekgeschiedenis.
Josquin Desprez, door zijn tijdgenoten omschreven als princeps musicorum, “prins der musici”, is tegenwoordig vooral bekend om zijn missen en motetten, die op grote schaal zijn uitgevoerd en opgenomen. Verrassend genoeg lijken de uitvoerders zijn chansons te hebben verwaarloosd, afgezien van deze voor 5 en 6 stemmen, postuum gepubliceerd door Tielman Susato in Antwerpen, in zijn Septième livre van 1545. Sommige van deze chansons zijn weliswaar niet door Josquin gecomponeerd. Zowel tijdens als na zijn leven was het nl. niet ongebruikelijk om Josquins naam te gebruiken om meer exemplaren te verkopen. Josquin erfde de hele traditie van het gebied, dat werd gecontroleerd door de hertogen van Bourgondië waar hij opgroeide, een gebied waar andere grote namen uit de 15de eeuw werden geboren, zoals Pierre de La Rue, Marbrianus de Orto, Gilles Binchois en Johannes Ockeghem. Bewonderd door zijn tijdgenoten, was Josquin Desprez een componist, die in zijn meer dan 60 chansons, het melancholisch karakter en de emblematische elegantie van de renaissance sublimeerde.
Jesse Rodin is universitair hoofddocent muziek aan Stanford University en co-redacteur van het Journal of Musicology. Hij heeft veel gepubliceerd over 15de-eeuwse muziek en ontving prijzen en beurzen van de Guggenheim Foundation, de American Council of Learned Societies, de Université Libre de Bruxelles, de American Musicological Society en de American Society of Composers, Authors, and Publishers. Hij leidt het Josquin Research Project, een digitaal hulpmiddel voor het verkennen van een groot corpus renaissancemuziek, en het door hem in 2003, opgericht, vocaal ensemble Cut Circle. “Cut Circle”, de voorloper van C barré (afbeelding), is een symbool dat in de 15de eeuw fungeerde als maatsoort. De “O” gaf een drievoudige maatsoort en de “|” er door sloeg als tempomarkering op een versneld tempo (2/2).
Tracklist:
Josquin: Missa L’ami Baudichon, NJE 5.1
anon.: L’ami Baudichon, mevrouw
Josquin : Que vous ma dame / In tempo, NJE 27.33
Josquin : Vultum tuum deprecabuntur, NJE 25.14
Josquin : Qui velatus facie fuisti, NJE 22.3



Josquin, Missa L’ami Baudichon Motets milanais Cut Circle Jesse Rodin cd Musique en Wallonie MEW 2514