“Couperin, Leçons de Ténèbres – Lalande: Miserere” door Le Concert Spirituel o.l.v. Hervé Niquet. Magistraal !

Frankrijk en Italië waren in de 17de- en 18de eeuw, belangrijk voor de geschiedenis van het toonzetten van klaagliederen. In Frankrijk ontstond een unieke vorm, de “Leçons de ténèbres”, die zich sterk onderscheidde van het vroeger, Frans motet en de Italiaanse lamentaties.

Het Officie van Tenebrae was in de 17de – en 18de eeuw in Frankrijk zeer populair. Het was strak gestructureerd en had ook een echte theatrale dimensie, met name door het gebruik van licht en het geleidelijk doven van een kaars na elke les. De drie Leçons de Ténèbres van François Couperin waren een bekwame mix van theatrale geschriften die de uiterst aangrijpende tekst van de Klaagliederen van Jeremia uitdrukten.

Deze muziek wordt vaak geassocieerd met de vrouwenstemmen van kloosters en abdijen, hoewel religieuze huizen voor mannen zoals de jezuïetenhuizen de Tenebrae ook met muziek vierden. Louis-Noel Bestion de Camboulas heeft ervoor gekozen om dit programma op te nemen met mannenstemmen, een keuze die onverwachte nieuwe kleuren en texturen in de muziek onthult. Het programma bevat ook Lalande’s Miserere, eveneens met mannenstemmen: haute-contre, taille en basse.

De Leçons de ténèbres hadden een liturgische functie, maar werden ook aan het hof van Louis XIV uitgevoerd. Leçons de ténèbres werden gekenmerkt door een melismatische vocale lijn en het frequent gebruik van de “tonus lamentationum”, een middeleeuws, Gregoriaans gezang voor de klaagliederen, dat als melodische basis diende. “De Leçons de ténèbres vormden het officie van de Metten voor Witte Donderdag, Goede Vrijdag en Heilige zaterdag, waarop elke dag drie leçons werden gezongen. Traditioneel werd de eerste leçon bij het aanbreken van de dag gezongen, zoals de term Metten of Matins impliceert, maar in de tijd van Couperin werden de diensten van de vorige avond gevierd. Vandaar dat de leçon voor donderdag ‘Mercredi’ is getiteld. Leçons de ténèbres werden in het midden van de 17de eeuw als muzikale composities, almaar populairder.

Michel Lambert was de eerste in Frankrijk die in 1662 een cyclus componeerde, gevolgd door Charpentier en de Lalande. Maar de bekendste en de eerste die tegenwoordig de aandacht van uitvoerders en van het grote publiek hebben herwonnen, zijn deze van François Couperin, uit 1714. Aan het einde van de regering van Louis XIV was Frankrijk een land van vroomheid, maar ook van Italianisme in muziek, inclusief de religieuze muziek. Vocaliteit en spiritualiteit werden gecombineerd met kunst, wat getuigde van de verfijning van de prachtige Franse zang, een synthese tussen de Italiaanse monodie uit het begin van de 17de  eeuw en het Frans air de cour met melismatische doubles (versieringen), die evenzeer in huiskamers werd beoefend als in theaters en gebedshuizen. Men haastte zich om in de Parijse kloosters te luisteren naar goddelijke stemmen die de lezingen (Leçons) van de Goede Week zongen. Deze gezichtsloze stemmen waren weliswaar geen stemmen uit de hemel, maar vaak zangers van de opera tijdens de sluiting in tijden van boetedoening. De kaarsen werden traditioneel één voor één gedoofd om te eindigen in de duisternis van de nacht. De laatste kaars, het symbool van Christus, werd weliswaar niet gedoofd, maar werd achter het altaar geborgen. Op Pasen werd deze weer tevoorschijn gehaald als symbool van zijn Opstanding.

Couperin, Leçons de Ténèbres – Lalande Miserere Le Concert Spirituel Hervé Niquet cd Alpha1210