


Met de meer dab schitterende, Franse Suites neemt Cédric Pescia u mee op een innerlijke reis naar de intieme wereld van Johann Sebastian Bach. Van de ingetogen, dansante dynamiek van de Allemandes tot de intense diepgang van de polyfone Sarabandes onthult deze muziek een stralende, muzikale menselijkheid, waar dans herinnering wordt en elk motief rechtstreeks tot de existentiële essentie lijkt door te dringen. Dit is een uitgave vol contemplatie, waarop de piano ademend zingt, en voorbij stijlen en tradities, de diep menselijke stem van Bach als tolk van de mensheid, onthult. Subliem !
“L’art de toucher le clavecin” van François Couperin (1668-1733) (foto) werd in 1716 gepubliceerd als handleiding voor de Franse stijl en geeft belangrijke aanwijzingen voor het spelen van het klavecimbel aangaande vingerposities en versieringen. De préludes zijn uitgeschreven improvisaties in de stijl van de Préludes non mésurée. De Suites van Georg Böhm (1661-1733) werden gecomponeerd in het Frans georiënteerde hof in het Duitse Celle, van Éléonore Desmier d’Olbreuse, dame d’Harburg en comtesse de Wilhelmsburg, de Franse Hugenoten gemalin van Georg Wilhelm, Herzog (“Heideherzog“) zu Braunschweig-Lüneburg . Na de dood van haar man woonde ze nog enkele jaren in Lüneburg, waar Böhm als organist verbonden was aan de St. Johannis Kirche.
Ook Bach heeft een aantal jaren in Lüneburg doorgebracht en kende de muziek van Böhm. Het Ricercar a 3 voci uit het Musikalisches Opfer (BWV 1079) is ontstaan in 1747 bij een bezoek dat hij bracht aan het hof van Frederik II in Potsdam, waar zijn oudste zoon Carl Philipp Emanuel werkte als hof klavecinist. Bach heeft zeker ook Franse muziek gekend, aangezien hij Franse muziek opnam in zijn klavierboeken (“Büchlein”) voor zijn vrouw Anna Magdalena en zijn zoon Wilhelm Friedemann. Hij bezat o.a. muziek van Dandrieu, Marchand, d’Anglebert en kende de Pièces de clavecin van Couperin.
De term “Franse Suites” kwam weliswaar niet van Bach, maar van Friedrich Wilhelm Marpurg (1718-1795) (foto) vermoedelijk vanwege het feit dat Bach allerlei Franse ‘galanterieën’, zoals een air of een menuet, toevoegde aan de standaarddansen, allemande, courante, sarabande en gigue. Afschriften van de suites uit de omgeving van Bach bevatten veel versieringen waarvan we niet echt weten of dit wel de praktijk was van Bach. Een aantal komt uit het Mempell-Preller-handschrift, genaamd naar de cantors/componisten Johann Nicolaus Mempel (1713-1747) en Johann Gottlieb Preller (1727-1786).
Tijdens zijn periode in Weimar verkende Bach de suite als vorm in zes Franse suites en in de grote suites met de titel Partita’s en een Ouverture. De verkenning van Bach van de structurele en expressieve mogelijkheden van de suite als vorm, was zeer uitgebreid. De suites bleken opmerkelijk veelzijdige muzikale creaties te zijn die een breed scala aan stemmingen en stijlen omvatten in allemandes, courantes, bourrée’s en gigues, tot de quasi-improviserende préludes en de beschouwende intensiteit van de langzame en statige sarabande.
Johann Sebastian Bach componeerde zijn partita’s in ‘forma bipartita’, ofwel ‘tweedelige vorm’ (A-A’ of A-B), overeenkomstig met het model van de Franse suite van Louis Couperin en Johann Jakob Froberger. De gebruikelijke, ‘klassieke’ indeling van de klaviersuite bestond uit gestileerde dansen, volgens het patroon allemande-courante-sarabande-gigue, met mogelijke invoeging na de sarabande van bv. een air of een menuet. Bachs zogenaamde Franse en Engelse suites volgden dit patroon ook min of meer. Toen Bach in 1726 de eerste partita onder deze titel uitbracht, was hij nog maar net benoemd tot cantor in Leipzig als opvolger van Johann Kuhnau (foto).
Met Bachs Franse Suites opent Cédric Pescia de deuren naar een intiem, bijna huiselijk universum waarin dans de taal van het hart wordt. Ver van elke vorm van vertoon, onthullen deze pagina’s een Bach van stralende menselijkheid, balancerend tussen ingetogenheid en diepgang, waar elke allemande, elke sarabande, elke gigue de contouren schetst van een innerlijk theater. Compactere composities dan de grootse architecturen van het ‘Das Wohltemperierte Klavier’ of ‘Die Kunst der Fuge’ ontvouwen de ‘Franse Suites’ een ingetogen welsprekendheid. Onder de vingers van de pianist zingen ze met een natuurlijke klank, ondersteund door constante aandacht voor vocaliteit, ademhaling en klankkleur. In de afwisseling van majeur- en mineurtoonsoorten, in de diversiteit aan dansen uit heel Europa, ontstaat een gevoelige reis – een reis waarin zwaartekracht en licht elkaar beantwoorden. Deze opname, gemaakt op zijn eigen Steinway uit 1901 in de beschermde omgeving van zijn studio, biedt een interpretatie die tegelijk doordacht en instinctief is: een grote cyclus die wordt ervaren als een innerlijke reis, waar vingers, geest en hart worden gevormd – geheel volgens Bachs eigen wens.
Cédric Pescia (°1976) studeerde eerst aan het Conservatoire de musique van Lausanne waar hij in 1993 zijn Premier Prix de Virtuosité won. Daarna werd hij leerling aan het Conservatoire de musique van Genève waar hij in 1997 zijn Premier Prix de Virtuosité behaalde. Daarna ging Cédric naar Klaus Hellwig aan de Universität der Künste in Berlijn. Hellwig was ook de leraar van Severin von Eckardsteinn (Koningin Elisabethwedstrijd, 2003). Daarna trok Pescia naar Leon Fleisher, Andreas Staier e.a. aan de Internationale Piano Academie aan het Como-meer en perfectioneerde hij zich bij Pierre-Laurent Aimard, Daniel Barenboim en Christian Zacharias.
Hij werd de begeleider op de meestercursussen van Dietrich Fischer-Diskau en behaalde in 2002 Goud op de Gina Bachauer International Artists Piano Competition in het betoverende Salt Lake City in Utah. Gina Bachauer (1913-1976) was een beroemde Grieks-joodse pianiste die nog les had gekregen van Rachmaninov. Cédric vormt een duo met de violiste Nurit Stark en geeft meesterklassen aan de Accademia Pianistica Internazionale “Incontri col Maestro” in de Italiaanse, Ferrari-Formule 1-stad, Imola.


Bach The French Suites Cédric Pescia cd La dolce Volta LDV 130.1