


De laatste ijstijd, het weichselien, eindigde 12.000 jaar geleden. Het klimaat warmde op, landschappen veranderden en de mens maakte opnieuw zijn intocht in Europa. In “Wereldreizigers” beschrijft Alexander van de Bunt hoe het continent ‘ontdekt’ en bevolkt werd. 
Samen met het Eemien maakte het Weichselien deel uit van het Laat interglaciaal Pleistoceen. De wetenschappelijke term voor een koudere periode zoals het Weichselien is weliswaar glaciaal, maar in de praktijk wordt vaak ook de term “ijstijd” gebruikt. Gedurende het Weichselien bereikte het Scandinavisch landijs het noorden van Duitsland en Denemarken, maar het kwam niet tot in wat nu België of Nederland is. Het “Weichselien” dankt trouwens zijn naam aan de Poolse rivier de Wisła, de Weichsel het Duits.
Het Weichselien was de laatste van de duidelijk koudere perioden (de glacialen) die in het Pleistoceen optraden, maar tijdens het Weichselien waren België en Nederland niet door landijs bedekt. De zuidelijkste punt van het landijs lag ter hoogte van Sleeswijk-Holstein en de Scandinavische en de Britse ijskappen hebben elkaar, in tegenstelling tot het voorlaatste glaciaal, het Saalien, nooit bereikt. In Nederland en België heerste nl. een toendraklimaat. Door de lage zeespiegel lagen de Noordzee en de Ierse Zee droog. Hier heersten omstandigheden van een poolwoestijn.
Maar, hoe bewogen mensen zich, en wat dreef hen? Hoe zagen hun samenlevingen eruit? Wat troffen ze aan langs de grenzen van hun leefwereld? Wel, het uitgestrekt, open landschap van de toendra was de graasplek voor kudden dieren, waarop de mens jaagde. Tijdens het Weichselien werd Centraal-Europa nl. bevolkt door nomaden die achter de kuddes aantrokken voor hun voedsel. Het gaat hierbij om mensen van onze soort, Homo sapiens. Naast onze soort zijn Neanderthalers nog gedurende het grootste deel van het Weichselien in Europa aanwezig geweest. Zij verdwenen grotendeels ongeveer 30.000 jaar geleden. Dankzij wat de derde archeologische revolutie wordt genoemd, is dat sinds kort te reconstrueren. Van de Bunt beschrijft op een boeiende en toegankelijke wijze de ‘ontdekking’ van Europa vanaf de prehistorie tot en met de oudheid en brengt hiermee de vroegste mensheid tot leven. Grandioos!
De archeoloog en fotograaf Alexander van de Bunt (1988) studeerde archeologie en prehistorie aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij onder meer deelnam aan archeologische opgravingen in Satricum in Italië. Vanaf 2012, was hij werkzaam bij Landschap Erfgoed Utrecht als publieksarcheoloog. In 2023, maakte hij een reconstructie van de zonnekalender van Tiel, die wereldwijd werd verspreid. In 2020, debuteerde hij heel succesvol met “Wee de overwonnenen, Germanen, Kelten en Romeinen in de Lage Landen”, dat de shortlist van de Homerusprijs haalde.


Alexander van de Bunt Wereldreizigers De ontdekking van Europa 432 bladz. geïllustreerd uitg. Omniboek ISBN 978940192080