


“Zingend rood” voert u naar het hart van het Belgisch modernisme, waar kleur spektakel brengt, trilt en resoneert. In de schilderijen van James Ensor, Rik Wouters en Jules Schmalzigaug waren pigmenten geen stille materie, maar muzikale krachten. Vermiljoenrood schreeuwde, blauw kletterde, geel schetterde, en groen schalde… Deze publicatie verschijnt naar aanleiding van de tentoonstelling “Zingend rood. Topstukken van Ensor, Wouters en Schmalzigaug”, nog tot 30 augustus 2026, in het subliem Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen (KMSKA). 


Dit magnifiek boek schetst een meeslepende cultuurgeschiedenis van kleur als klank. Aan de hand van kunstenaarsbrieven, kunstkritiek, poëzie, muziek en filosofie illustreert deze publicatie nl. hoe moderne kunstenaars en denkers, van Baudelaire en Vincent van Gogh tot Wassily Kandinsky, Alexander Scriabin en de futuristen, zochten naar synesthetische verbindingen tussen zien en horen. Het ‘zingende rood’, een metafoor ontleend aan Schmalzigaug, vormt daarbij de leidraad voor een bredere reflectie over expressie, emotie en moderniteit, van moderne meesters tot oude bekenden zoals Rubens en Henri De Braekeleer, maar ook Adolphe Monticelli, Willem Paerels en Jean Brusselmans.


James Ensor, Rik Wouters en Jules Schmalzigaug staan niet voor niets gekend als de grote drie moderne kleurkunstenaars van België. Het zijn klinkende namen, die elk op hun manier het zachte kleurenpalet van de impressionisten wilden overstijgen. Voor hen huisde de kracht van een vernieuwde, post-impressionistische vormgeving net in het spel van volle pigmenten. In Zingend rood verkent het KMSKA hun vermiljoenroden, intense blauwen of felle gelen, en de rol die deze frisse beeldtaal met zich meebracht.
Dat het museum de grootste collectie herbergt van de drie meesters vormt een uitgelezen vertrekpunt voor deze originele collectiepresentatie in de tijdelijke expozalen. Aangevuld met enkele gerichte topbruiklenen wil de expo het publiek naar moderne kunst leren kijken volgens het zwierige ritme van kleur.
Schmalzigaug sprak niet toevallig over het zingende rood dat hij met zijn collega-futuristen wilde herintroduceren. Hij keek terug naar het rood van Rubens’ schilderijen. Volgens Schmalzigaug kwam die volheid van kleur pas in het werk van Ensor terug helemaal tot uiting. Ensor componeerde zijn tableaus, zo meende de schilder, met “onwaarschijnlijke akkoorden van kleur”.
Ook Wouters was ervan overtuigd dat het rood altijd de aandacht opeist en emotie genereert. Hij schreef lyrisch over de “vermiljoenen dingeskes die over de stoffen en voorwerpen kruipen” in de beginnend moderne schilderijen van de Antwerpenaar Henri De Braekeleer. Ook in Wouters’ composities bepalen felrode toetsen de kijkrichting.
Het is opvallend dat het zogenaamd neurologisch verschijnsel “chromesthesie”, oftewel het koppelen van kleuren aan klanken, aan het einde van de 19de eeuw een prominente plek kreeg in het debat over moderne kunst. Schilderijen van Ensor werden onthaald als “symfonieën van kleur”. “Zingend rood” brengt dan ook drie oeuvres samen op het moment dat kleur allesbepalend werd.
Zingend rood, Topstukken van James Ensor, Rik Wouters en Jules Schmalzigaug
KMSKA – Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen
Nog tot 30 augustus 2026



“Zingend rood, Topstukken van James Ensor, Rik Wouters en Jules Schmalzigaug”, 170 bladz. geïllustreerd uitg. Hannibal!