


Met dit diepzinnig, filosofisch traktaat, schreef Thomas van Aquino over één van de kernvragen van de metafysica, nl. over, wat is het verschil tussen wat iets is (in wezen of het wezenlijke ) en, vooruit lopend op Wittgenstein, over dát iets is (als zijn of bestaan)? 
“De ente et essentia” was samen met “De principiis naturae”), een proeve van Thomas’ superieure, filosofische kennis. Maar, het was weliswaar onmiskenbaar ook nog een jeugdwerk, waarin nog niet alles zijn definitieve vorm kreeg. Ook ontbraken er nog ideeën en argumentaties die karakteristiek zouden zijn voor zijn latere metafysica, zoals de notie van het zijn als “actus essendi”, de leer van de zijnsparticipatie, en de leer van de transcendentalia (het ware, het goede, het ene).
In het algemeen kan men zeggen dat de voor Thomas karakteristieke zijnsmetafysica in “De ente” hooguit in aanzet aanwezig was. “De ente” wordt trouwens nogal eens gebruikt als een overzichtelijke introductie tot zijn filosofie (in onderscheid tot zijn theologie). Men moet zich dan wel realiseren dat “De ente” een nog onvolledig beeld van Thomas’ filosofie gaf en dat het eigenlijke, metafysisch perspectief, de formele gerichtheid op het zijnde als zijnde, nog ontbrak, of althans (nog) niet gethematiseerd werd.
Hoe dan ook, dit vroeg maar meesterlijk werk markeerde het begin van Thomas’ zelfstandig filosofisch denken. In een heldere en systematische stijl legde hij nl. de begripsmatige fundamenten voor zijn verder werk, waaronder zijn grootse “Summa Theologiae”. Hij bouwde voort op Aristoteles en niet op Plato, en ontwikkelde een originele synthese van rede en geloof, kenmerkend voor de magistrale, scholastieke traditie. Zo had hij het bv. over de betekenis van de termen ‘zijnde’ en ‘wezen’, het wezen van de samengestelde substanties, de kwestie van de universalia, de compositie van “wezen”, en de drie graden van “zijn”.
“Thomas”, zo schrijft de vertaler, “was nog geen dertig en nog niet benoemd tot magister in de theologie toen hij het werkje De ente et essentia schreef voor zijn dominicaanse medebroeders in Parijs. Een jeugdwerk dus, maar briljant in zijn heldere en doordachte verklaring van de ontologische basisbegrippen die ten grondslag liggen aan onze kennis van de werkelijkheid. Het werkje, geschreven in de geest van de filosofie van Aristoteles, is zeker niet eenvoudig, maar nauwkeurige bestudering ervan levert ongetwijfeld naast kennis van de filosofie van Thomas ook inzicht op in de grondvragen van de ontologie, wat in zichzelf waardevol is en genoegen verschaft.”
“De ente et essentia (‘over het zijnde en het wezen’)”, zo lezen we nog, “is een van de eerste door Thomas geschreven werken. Het is ontstaan in de jaren kort na Thomas’ vertrek uit Keulen naar Parijs in 1252 om aldaar, op voordracht van zijn leermeester Albertus de Grote, baccalaureus (een soort wetenschappelijk assistent) te worden aan de theologische faculteit van de Parijse universiteit. De hoofdtaak van Thomas in deze periode voorafgaande aan zijn benoeming als magister in 1256 bestond in het les geven over de vier boeken der Sententiën van Petrus Lombardus.” “Dit werk”, zo vervolgt d vertaler, “resulteerde in het omvangrijke Sententiën-commentaar. Daarnaast heeft hij in deze jaren twee filosofische teksten geschreven, het genoemde De ente et essentia, en De principiis naturae (‘over de principes van de natuur’). Beide werken zijn geschreven op verzoek van zijn dominicaanse medebroeders in het convent St. Jacques, waar Thomas verbleef. In de lijst van werken, samengesteld door Bartholomeus van Lucca, staat bij De ente et essentia vermeld dat het geschreven is “voor zijn medebroeders en collega’s voorafgaande aan zijn benoeming tot magister”.
Deze herziene vertaling, voorzien van een inleiding en uitgebreid commentaar door Rudi te Velde, biedt een bijzonder interessante kennismaking met het vroeg werk van één van de grootste denkers uit de westerse filosofiegeschiedenis. Daarenboven bevat deze uitgave een woordenlijst van de belangrijkste ontologische termen en een bibliografie.



Thomas van Aquino, “Over het zijnde en het wezen” 137 bladz. uitg. Damon ISBN 9789463403849