


In Vlaanderen en Picardië ontstonden in de late elfde en eerste decennia van de twaalfde eeuw een aantal uitzonderlijke teksten: twee versies van het leven van de heilige Arnulfus, bisschop van Soissons en stichter van het Vlaamse klooster Oudenburg, en de autobiografie van Guibert van Nogent in Picardië. Lisiard van Crépy schreef de eerste versie van het heiligenleven waarvan Hariulf van Saint Riquier een bewerking maakte. Lisiard had Arnulfus persoonlijk gekend en wist samen met Hariulf diens heiligverklaring te bewerkstelligen. Ook met Guibert van Nogent onderhield Lisiard contacten. Deze vier mannen waren rond het midden van de elfde eeuw geboren in machtige adellijke families. 

De Graven van Vlaanderen regeerden vanaf de 9de eeuw. Boudewijn I (met de IJzeren arm) huwde in 861 met de 17-jarige Judith van West-Francië, de dochter van de Karolingische koning Karel de Kale, die op dat ogenblik al twee keer weduwe was… Boudewijn I werd de eerste graaf van Vlaanderen en Judith werd de stammoeder van de graven van Vlaanderen aan de Noordzee. Ze bouwden een machtig graafschap uit, onafhankelijk van Frankrijk en het zou meer dan vijfhonderd jaar duren voor het graafschap uiteindelijk overging in Bourgondische handen. Toen de Bourgondische vorsten hun rijk uitbouwden, werd Vlaanderen daarvan de welvarendste regio.
“Drie uitzonderlijke teksten die in het eerste kwart van de twaalfde eeuw zijn voltooid in de graafschap Vlaanderen en de regio Picardië, vormen de aanzet tot deze studie”, zo lezen we. “Het gaat hierbij om twee, of eigenlijk drie levensbeschrijvingen”, zo gaat het verder: “twee versies van een heiligenleven en een spirituele autobiografie. Het heiligenleven betreft de Vlaamse heilige Arnulfus van Oudenburg, bisschop van Soissons en stichter van het Sint-Pietersklooster in Oudenburg, niet ver van Brugge. Een pupil van Arnulfus, Lisiard van Crépy, vervaardigde een eerste versie van dit heiligenleven, dat door Hariulf, derde abt van de abdij te Oudenburg, werd bewerkt en in 1114 werd voltooid. Lisiard en Hariulf gebruikten deze tweede versie om gezamenlijk de kerkelijke erkenning als heilige te bewerkstelligen van Arnulfus. Lisiard, inmiddels zelf bisschop van Soissons, was bevriend met de schrijver van de derde tekst, die wel de eerste autobiografie van de middeleeuwen wordt genoemd. De schrijver hiervan was Guibert, abt van het klooster Notre-Dame in Nogent bij Laon in Picardië. Hij beschrijft hierin zijn leven vanaf zijn geboorte. Deze vier mannen waren tijd- en streekgenoten en behoorden allen tot de geestelijke stand. Zij zullen onze gidsen zijn op onze zoektocht naar een lang voorbije wereld.”
Renée Nip was tot haar pensionering als universitair docent Geschiedenis van de Middeleeuwen verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Haar specialisaties zijn religieuze cultuur en regionale geschiedenis van de middeleeuwen.



Renée Nip Vlaanderen en Picardië, ca. 1000–1125, de macht van adel en kerk door de ogen van vier geestelijken 286 bladz. uitg. Amsterdam University Press EAN 9789048574094