


Religieuze rituelen en festivals bepaalden het ritme van het dagelijks leven in de klassieke oudheid. Mensen vereerden verschillende goden, soms kwamen er nieuwe bij en boetten andere aan populariteit in. Maar, niet iedereen vereerde dezelfde goden en sommige filosofen twijfelden zelfs sowieso aan het bestaan van goden. Hoe dan ook, in dit dynamisch, religieus landschap, ontstonden de eerste christelijke gemeenschappen. 
In ‘Leven met de goden’ belicht de historica Inger N.I. Kuin het kleurrijk maar complex religieus leven van de oude Grieken en Romeinen en de vroege geschiedenis van het christendom. Hoe werd er in de oudheid omgegaan met religieuze diversiteit en met religieuze verandering, en hoe kritisch mochten gelovigen zijn? Sommige aspecten, zoals dionysische extase, laten zien hoe anders religie toen was. Andere elementen zijn door de eeuwen heen helaas onverminderd actueel gebleven, zoals corrupte priesters en religieuze intolerantie.
De structuur van het boek is thematisch en niet chronologisch. “In hoofdstuk 2 ‘Overal goden’”, zo lezen we, “worden de belangrijkste goden van de Grieken en Romeinen besproken in hun vele verschijningsvormen: godsbeelden, als epifanie, in poëzie etc. Ook komen namen, bijnamen en genealogie van goden en halfgoden aan bod. Hoofdstuk 3 ‘Religie doen: ritueel en festival’ gaat over de praktijk en betekenis die achter de religieuze kalender schuilgingen. Ging bij voorbeeld het rituele dierenofffer vooral om samen eten of waren het lezen van de ingewanden en de communicatie met de goden het belangrijkst?” “In hoofdstuk 4 ‘Religie denken: mythe en geloof’”, zo gaat het verder, bespreek ik de rol van verhalen en ideeën in antieke religie. Hoe belangrijk waren mythen en wat was hun relatie tot religieuze handelingen? Wat geloofden mensen zoal over de goden en bij voorbeeld het hiernamaals en hoe gingen ze met geloofszaken om?”
“In de tweede helft van het boek”, zo lezen we nog, “zal de nadruk liggen op de maatschappelijke context van religie in de oudheid en de verhouding tot andersdenkenden. In hoofdstuk 5 ‘Religie in context: stad, familie en individu’ is de centrale vraag wie de relatie met de goden onderhoudt. Doe je dit als stad, als familie, als individu, of juist op ieder niveau? En wat is de rol van de ‘professional’?”
Hoofdstuk 6 ‘Polytheïsme vs. monotheïsme’, zo schrijft de auteur nog, “gaat over de centrale verschillen tussen polytheïsme en monotheïsme; over monotheistische (of henotheïstische, afgeleid van het Griekse woord voor één) elementen in de antieke polytheïstische religie; en over de verhoudingen tussen monotheïstische religies in de oudheid, jodendom en christendom, enerzijds, en de Grieks-Romeinse polytheïstische traditie anderzijds. In hoofdstuk 7 ‘Diversiteit, innovatie en de grenzen van tolerantie’ staat de veelheid en diversiteit van cultussen centraal. Antieke religie wordt soms beschreven als een grote supermarkt waarin het individu zijn of haar karretje naar voorkeur kan volladen met verschillende goden, groepen en praktijken. Was er inderdaad sprake van volledige keuzevrij heid of gingen sommige keuzes toch te ver, richting superstitio? Hoe gingen verschillende cultussen de ‘concurrentie’ met elkaar aan en hoe werden nieuwkomers, zoals het christendom, ontvangen?”

“Hoofdstuk 8 ‘Twijfelaars, critici en ongelovigen’”, zo vervolgt ze, “gaat in belangrijke mate ook over tolerantie, maar nu ten aanzien van denkers die kritiek hadden op de bestaande religieuze tradities. Een aantal belangrijke namen zijn al genoemd – Socrates, Epicurus en Lucretius – maar het twijfelen aan de goden begon al ver vóór Socrates en bleef, meestal ongehinderd, tot en met de late oudheid voortbestaan. Hoofdstuk 9 ‘Verder lezen’ bevat een verantwoording van het in de eerdere hoofdstukken besproken materiaal. Om de leesbaarheid en toegankelijkheid te bevorderen is geen gebruik gemaakt van voetnoten, maar de ideeën in dit boek zijn in belangrijke mate gevormd door het onderzoek van vele voorgangers en collega-historici. Aan hun werk zal ik hier zoveel mogelijk recht proberen te doen. Tegelijkertijd dient het laatste hoofdstuk als vertrekpunt voor wie geïnteresseerd is geraakt in een bepaald onderwerp of een bepaalde bron en meer wil weten.”
Inger Kuin is onderzoeker, schrijver en docent, gespecialiseerd in de intellectuele geschiedenis van het oude Griekenland en Rome. Ze is universitair hoofddocent Klassieke Talen aan de Universiteit van Virginia. Oorspronkelijk afkomstig uit Nederland, verdeelt ze haar tijd tussen Charlottesville (Virginia) en Rotterdam en publiceert ze zowel in het Engels als in het Nederlands.



Inger Kuin Leven met de goden, religie in de oudheid 172 bladz. geïllustreerd uitg. Amsterdam University Press ISBN 9789462984806