Ontdek “Charles Silver, La Belle au bois dormant” door het Hungarian National Philharmonic Orchestra en het Hungarian National Choir o.l.v. György Vashegyi, op het label Bru Zane.

Charles Silver (1868-1949), die vandaag helaas totaal vergeten is, was nochtans één van de meest veelbelovende leerlingen van Jules Massenet, wiens elegante stijl en effectieve dramatische gebaren hij volledig beheerste. In zijn opera “La Belle au bois dormant” (“Doornroosje”), gebaseerd op het sprookje van Charles Perrault, was door zijn kleurrijke, levendige en verrassend moderne muziek, de invloed van Puccini duidelijk hoorbaar. Het libretto verrijkte daarenboven het oorspronkelijk verhaal met heerlijke, komische elementen van de personages Jacotte en Barnabé, die samen een luchtig contrast vormden met de sprookjesachtige plot.

Het thema van “Doornroosje” werd zelden op muziek gezet in Frankrijk voor de jaren 1890, toen Silver het begon te verkennen. Alleen een opera van Carafa en een ballet van Hérold, beide gecomponeerd in de jaren 1820, hadden de Parijse Opera ertoe aangezet interesse te tonen in Perraults sprookje. In Silver’s tijd daarentegen zorgde het voor een veel levendiger opleving van de belangstelling: Binnen een paar jaar verschenen een mélodie van Debussy, een symfonisch gedicht van Alfred Bruneau, een romance van Edmond Missa en een opéra-bouffe van Charles Lecocq onder deze titel. Silver’s “Féerie” stond al lang bovenaan de lijst van curiositeiten die het Palazzetto Bru Zane had geselecteerd voor onderzoek. Een fragment werd gezongen door Jodie Devos in een recital gewijd aan sprookjesmuziek en opgenomen door Alpha Classics in 2016. Er restte hen niets anders dan de sprong te wagen en het hele werk nieuw leven in te blazen. Hun samenwerking met het Hongaars Nationaal Koor en Orkest – waarvan de eerste vruchten David’s “Herculanum”, Massenet’s “Werther” en Lalo’s “Le Roi d’Ys” waren – bleek de ideale setting voor deze onderneming.

Nu opgenomen in januari 2025, in de magistrale Béla Bartók Nationale Concertzaal, Müpa Boedapest in Hongarije, werd “La Belle au bois dormant”, een lyrisch spektakel in 4 bedrijven en 9 scènes, inclusief een proloog, in januari 1902, gecreëerd in het magnifiek Grand-Théâtre de Marseille. De nochtans grootse première, amper een jaar na Charles Lecoqs bewerking van hetzelfde verhaal in het Théâtre des Bouffes-Parisiens, vond dus niet zoals gebruikelijk in Parijs plaats. Het werk werd wel warm ontvangen door zowel publiek als critici.

“La Belle au bois dormant” werd door de componist opgedragen “aan mijn lieve vrouw”, de zangeres Madame Bréjean-Silver (foto). Charles Silver werkte samen met Michel Carré en Paul Collin om het verhaal voor het operapodium te bewerken en de belangrijkste scènes te verwerken in verschillende taferelen, de Doop (proloog), Aurora’s Slaap, Honderd Jaar Verleden, de Grot van de Fee Urgèle, de Azuurblauwe Grot, het Betoverd Woud, Doornroosje en het ontwaken en de feeën (apotheose). De actie concentreerde zich op het ontwaken van prinses Aurora na honderd jaar magische slaap door de kus van de koningszoon, aan wie ze in een droom verscheen, gevolgd door de vereniging van de geliefden. Het is een detail, maar de auteurs kozen ervoor om de scène met de prik van het spinnewiel te vervangen door de kus van een “Dwalende Ridder”. 

De vertolking van Mme Bréjean-Silver, een toen befaamde vertolkster van Massenets “Manon”, in de dubbele rol van de Koningin en Aurora, werd alom geprezen. Ook de prestaties van Mlle Passama als Urgèle en van de tenor Cornubert als respectievelijk de dolende Ridder en de Prins, waren het vermelden waard. Zij droegen minstens evenveel bij aan het succes van het werk als het weelderig decorontwerp van de schilder Eugène Apy. Hoewel de opera in 1902, een succesvolle première beleefde, kreeg hij helaas nooit een Parijse première, wat de bredere verspreiding van het werk belemmerde, ondanks een veelgeprezen heropvoering in het Théâtre de la Monnaie in Brussel. Toegankelijk, verfijnd en met een universeel thema, verdient deze partituur een nieuwe kans, die hem zeker een ​​plaats op de internationale opera-stage zou moeten opleveren. In het bijbehorend boek leest u alweer heel interessante teksten van Alexandre Dratwicki, Vincent Giroud, Étienne Jardin en Émile Trépard.

Rolverdeling:

Thomas Dolié (Le Roi) 

 Guylaine Girard (Aurore/La Reine)

 Kate Aldrich (La Fée Urgèle/Dame Gudule)

 Adrien Fournaison

 Julien Dran (Le Prince/Le Chevalier errant)

 Matthieu Lécroart (Barnabé)

Charles Silver La Belle au bois dormant Hungarian National Philharmonic Orchestra, Hungarian National Choir, György Vashegyi boek + 2 cd’s Bru Zane BZ1064