


Op deze nieuwe cd van b•records werken Jocelyn Mienniel (componist) en Fiona Monbet (muzikaal leider) samen aan een uitgesproken hybride herinterpretatie van Gustav Mahlers “Das Lied von der Erde”, gecreëerd tijdens een residentie bij de Royaumont Foundation. Gebaseerd op een originele tekst van Olivier Cadiot, combineert de compositie een kamerorkest, een jazzensemble, traditionele Chinese instrumenten, elektronische muziek, een kinderkoor en zang, waarbij gebruik wordt gemaakt van improvisatie en literaire knip-en-plaktechnieken. Deze transformatie onthult “Das Lied von der Erde” als een uitgesproken modern werk, waarvan het humanisme zich met hernieuwde intensiteit ontvouwt. Niet te missen!
Olivier Cadiot (1956) is een Franse schrijver, dichter, toneelschrijver en vertaler. Zijn eerste dichtbundel, L’Art poetic, waarin hij de knip-en-plaktechniek gebruikte, verscheen in 1988. In 1993 publiceerde Cadiot ‘Futur, ancient, fugitive’ en in 1997 ‘Le Colonel des zouaves’. In deze boeken presenteerde hij romans als gedichten. In 1995 en 1996 was hij samen met Pierre Alféri redacteur van de Revue de Littérature générale. Al een aantal jaren geeft hij zijn eigen teksten door in lezingen bij nationale dramacentra en het Théâtre national de la Colline . Zijn werk is sterk beïnvloed door de literaire avant-gardes van de 20e eeuw: Gertrude Stein, James Joyce , William S. Burroughs , onder anderen. Net als veel schrijvers van zijn generatie werd hij beïnvloed door de seminars van Roland Barthes. Zijn eerste esthetische schok kwam toen hij het gedicht Pour un Tombeau d’Anatole van Stéphane Mallarmé las . In zijn werk toont hij een constante aandacht voor formele inventiviteit, met knipsels, breuken en simultaneïteiten. Toch is zijn doel altijd om “ingewikkelde dingen eenvoudig te maken”. In 1993 richtte hij samen met Pierre Alféri de Revue de littérature générale op, die twee opussen produceerde. Hij heeft drie albums uitgebracht met gitarist en zanger Rodolphe Burger. In juli 2010 werd hij samen met Christoph Marthaler benoemd tot geassocieerd artiest van het Festival d’Avignon.
Jocelyn Mienniel is een fluitist en componist op het snijvlak van hedendaagse muziek, jazz en klankkunst. Het brede spectrum van zijn invloeden en activiteiten maakt deze artiest tot een werkelijk buitengewone figuur. Hij staat bekend om zijn inventieve spel en unieke klankkleur en verkent voortdurend de expressieve grenzen van de fluit in een poëtische, dromerige en rijke wereld, waarin virtuositeit, improvisatie en elektro-akoestische texturen samensmelten. Als veelzijdig kunstenaar werkt hij samen met artiesten van over de hele wereld en ontwikkelt hij projecten voor toneel, film en immersieve kunst, waarmee hij de fluit tot een uitgesproken modern instrument maakt.

De grote symfonische liedcyclus “Das Lied von der Erde, eine Symphonie für eine Tenor- und eine Alt- (oder Bariton-) Stimme und Orchester” van Gustav Mahler (1860-1911), ontstond gedurende 1908 en 1909 en was geïnspireerd door oud-Chinese gedichten uit de 8ste eeuw, in vertaling van Hans Bethge. De Duitse dichter, Hans Bethge (1876-1946) (foto), vertaalde de gedichten uit het Frans, waarbij hij zich baseerde op “Poésies de l’époque des Thang”, de vertaling van de sinoloog, Marie-Jean-Léon, Marquis d’Hervey de Saint Denys (1822-1892) (foto). Daarnaast baseerde hij zich op Hans Heilmans “Chinesische Lyrik” (1905), en Judith Gautiers “Livre de Jade”. Bethges bloemlezing “Die chinesische Flöte” uit 1907, waarvan Mahler gebruikmaakte, was een populair voorbeeld van Europese, literaire chinoiserie.
In 1851 publiceerde Marie-Jean-Léon, Marquis d’Hervey de Saint Denys zijn “Recherches sur l’agriculture et l’horticulture des Chinois”, over planten en dieren die wellicht in Westerse landen geïntroduceerd konden worden. Hij vertaalde Chinese teksten en verhalen, niet zozeer omwille van hun literaire waarde, maar voor het licht dat zij deden schijnen op de Chinese cultuur en gebruiken. Hij vertaalde ook Spaanse werken en schreef een boek over de geschiedenis van het Spaans drama. Mahler zette voor elk deel een gedicht uit “Die chinesische Flöte, Nachdichtungen chinesischer Lyrik” van Hans Bethge op muziek, nl. “Das Trinklied vom Jammer der Erde” (Li-Tai-Po), “Der Einsame im Herbst” (Qian Qi), “Von der Jugend” (Li-Tai-Po), “Von der Schönheit” (Li-Tai-Po), “Der Trunkene im Frühling” (Li-Tai-Po) en “Der Abschied” (Mong-Kao-Yen en Wang-Wei (foto)).
Mahler vermeed voor “Das Lied von der Erde” weliswaar de titel ‘Symfonie’, die hij overigens wel in de ondertitel gebruikte. Hij was bang dat een negende symfonie zoals bij Beethoven en Anton Bruckner, weleens zijn laatste zou kunnen zijn. Toch paste het werk binnen de vormcriteria van een symfonie, net als de andere late Mahlersymfonieën, zodat het met evenveel recht zowel een liedcyclus als een symfoniecantate kan worden genoemd. Het werk valt op omdat het enerzijds in de tijdspanne van twee jaar rond Mahlers 9de symfonie ontstond, en anderzijds vanwege de ongewone orkestratie en bijzondere stemming. Voor de bezetting koos Mahler een groot symfonieorkest en twee vocale solisten (een alt of bariton en een tenor). De première vond, na Mahlers overlijden, plaats in november 1911 in München o.l.v. Bruno Walter (foto). Voor zangers was en is het stuk een uitdaging. De tenor bv. moet de eigenschappen van de ’tenore di forza’ of heldentenor in het eerste en vijfde deel combineren met die van de ’tenore lirico’ of lyrische tenor in het derde. De alt of bariton staat in het slotdeel “Der Abschied”, voor de moeilijke taak de muziek bij de laatste woorden “Ewig… ewig…” bijna onhoorbaar te laten wegsterven. “Das Lied von der Erde” telt zes delen, waarvan vier op teksten van de Chineses dichter, Li Bai (701–762) (foto), vroeger meestal Li T’ai Po genoemd.

Li Bai, bijgenaamd “De Onsterfelijke Dichter”, wordt vaak samen met Du Fu, beschouwd als één van de twee meest eminente dichters uit de literaire geschiedenis van China. Er zijn tot op de huidige dag zo’n 1100 van zijn gedichten bewaard gebleven. Li Bai leefde en werkte net als Qian Qi, (710-782), de dichter van “Der Einsame im Herbst”, ten tijde van de Tang-dynastie. Voor de Chinese kunsten was deze periode een bloeitijd. Van symfonie naar lied lijkt een enorme stap, van de grootste vorm voor het grootste orkest naar de kleinste vorm voor het kleinste ensemble. Maar, Mahler bracht ze samen en verweefde het Lied in zijn “Wunderhorn”-symfonieën en in ‘Das Lied von der Erde’. Het lang, eindeloos uitgerekt crescendo op de enkele noot ’e’ (gevuld met zoveel verlangen) leidt naar het laatste deel van “Der Abschied”, dat alleen omschreven kan worden als kosmisch.
De uitvoerders zijn :
Marielou Jacquard (mezzosopraan)
Jean-Christophe Quenon (voordrager)
Jocelyn Mienniel (fluiten / elektronica)
Shao-Huan Hung (sheng)
Yaping Wang (yangqin)
Roberto Negro (piano / celesta / synthesizer)
Simon Drappier (contrabas / synthesizer)
Sylvain Lemetre (percussie)
Helene Marechaux (viool)
Cecile Roubin (viool)
Oriane Pocard Kieny (altviool)
Arthur Heuel (cello)
Choeurs d’enfants de l’Ecole Paul Eluard de Persan
Chanterie du Conservatoire a Rayonnement Communal de Persan 


Le Chant de la Terre Pour Mahler Jocelyn Mienniel Olivier Cadiot Fiona Monbet Marielou Jacquard Jean-Christophe Quenon cd b.records LBM089