


“Ustica” markeert een volgende fase in de hechte relatie tussen Benoît Mernier (1964) en het label Cypres, die in de loop van 25 jaar de evolutie van de muzikale taal van de componist en de bevestiging van zijn artistieke identiteit heeft gevolgd. Deze cd verschijnt ter gelegenheid van de première van zijn nieuwe opera, Bartelby, in de Opéra Royal de Wallonie.

Ustica markeert een mijlpaal in deze samenwerking, schetst een portret van een componist en getuigt van een langdurig artistiek partnerschap. Ustica onthult een moment van volwassenheid waarin formele strengheid, poëzie en herinnering met elkaar verweven zijn. De twee symfonische delen contrasteren een contemplatief adagio, gevormd door Baudelaire (Comme d’autres esprits), met een helder, virtuoos scherzo (Sur un ciel immense), een vreugdevol eerbetoon aan Philippe Boesmans. Offering, voor altstem en ensemble, zet drie spirituele gedichten van Rabindranath Tagore op muziek in een continue stroom die beweegt van verlangen en hoop naar vreugde. Deux poèmes pour violon et piano, opgedragen aan Jacques De Decker, verkennen de herinnering door middel van een speelse en luchtige compositiestijl, bestaande uit fragmenten en snippers. Ten slotte ontvouwt Ustica, geïnspireerd door een gedicht van Octavio Paz (foto), een orkestrale meditatie over leven, dood en herinnering die oscilleert tussen zonovergoten stilte en de mysterieuze vloeiendheid van bezwerende melodieën.
Benoît Mernier begon zijn orgelstudie bij Firmin Decerf voordat hij naar het Koninklijk Conservatorium van Luik ging. Daar ontving hij diverse prijzen en behaalde hij een orgeldiploma in de klas van Jean Ferrard (foto), van wie hij enkele jaren assistent was. Na twee jaar les bij Jean Boyer ontdekte Mernier de hedendaagse muziek door zijn ontmoetingen met Claude Ledoux, Henri Pousseur, Bernard Foccroulle, Célestin Deliège en Philippe Boesmans, die later samen met hem compositie gingen studeren.
Mernier is docent en uitvoerend musicus en treedt op als solist met een repertoire dat zich uitstrekt van vroege muziek (17e tot 18e eeuw) tot romantische muziek en hedendaagse werken. Zijn composities zijn in opdracht geschreven voor festivals zoals Ars Musica, Festival Présences, Wien Modern en Gaudeamus Festival, en zijn uitgevoerd door musici en ensembles als Patrick Davin, Pascal Rophé, het Arditti Quartet, Ensemble Modern, Nouvel Ensemble Moderne, het Danel Quartet, het Trio Medici, het Trio Fibonacci, Ensemble Ictus, Musiques Nouvelles, Spectra Ensemble, het Chœur de Chambre de Namur, La Monnaie Symphony Orchestra, de Koninklijke Philharmonie van Luik, het Belgisch Nationaal Orkest, het Orchestre Philharmonique de Radio France en het Wiener Rundfunk Symphoniker.
In 2002 en 2003 was Mernier componist-in-residence aan het Centre for Fine Arts in Brussel en aan het Oostenrijkse festival Carinthischer Sommer. Zijn eerste opera, Frühlings Erwachen (Lenteontwaking), ging in 2007 in première in het Théâtre de la Monnaie in Brussel, dat het werk ook in opdracht had gegeven. Dit stuk werd in 2015 opnieuw uitgevoerd in een versie voor kamerorkest en is tevens het onderwerp van een monografie. De opera, opgenomen door het label Cyprès en uitgebracht als cd-dvd-boxset, werd in 2009 bekroond met de Diaposon d’Or. Mernier was tevens eregast op het Festival de Wallonie in 2008. In 2013 ging zijn tweede opera, La Dispute, in première, gebaseerd op de gelijknamige prozakomedie van Pierre de Marivaux. Mernier nam deel aan het Pierrot Rewrite- project van Musiques Nouvelles, waarvoor hij een van de Pierrot lunaire-gedichten van de Belgische symbolistische dichter Albert Giraud op muziek zette. Na ongeveer tien jaar muziekanalyse te hebben gedoceerd aan verschillende Belgische kunstacademies, werd Mernier hoogleraar orgel en improvisatie aan het Institut Supérieur de Musique et de Pédagogie (IMEP) in Namen, waar hij tot 2019 werkzaam was. Daarna werd hij hoogleraar orgel aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel. Sinds 2007 is hij lid van de Koninklijke Academie van België in de categorie beeldende kunsten. Hij is tevens organist van de Onze-Lieve-Vrouwekerk van de Sablon in Brussel.
In Merniers oeuvre staat het orgel centraal, zoals in Artifices (1989), Cinq Inventions (Vijf Inventies) (1998-2001), Toccata (2004) en Missa Christi Regis Gentium (2000). Ook de piano speelt een belangrijke rol in zijn werk, in liederen als Esquisse (Schets) (2002), Les Ombres errantes (Dwalende Schaduwen) (2004), Couleurs astrales (Astrale Kleuren) (1986) en Les Idées heureuses (Vrolijke Ideeën) (1997-2000). Deze stukken verkennen een vorm van contrapunt die Mernier “oblique” noemt, wat betekent dat het zich richt op de wisselwerking van texturen in plaats van op de opbouw met blokken. Frühlings Erwachen (Lenteontwaking) is hiervan een goed voorbeeld. Volgens de Belgische pianist Jean-Luc Fafchamps behoort Mernier niet tot een bepaalde school. Zijn benadering van het componeren is er een van begrip voor de muziek die hem voorging, en zijn doel is niet zozeer om met de traditie te breken als wel om ermee de confrontatie aan te gaan. Deze benadering verklaart waarom het grootste deel van zijn oeuvre in traditionele vormen is geschreven, zoals pianoconcerten, missen en opera’s. Zijn werk wordt uitgebracht door Durand, Billaudot en XXI Music Publishing en opgenomen door het label Cyprès.
Gergely Madaras, geboren in Boedapest in 1984, begon op vijfjarige leeftijd voor het eerst volksmuziek te studeren bij de laatste generatie authentieke Hongaarse zigeuner- en boerenmuzikanten. Daarna studeerde hij klassieke fluit, viool en compositie, waar hij afstudeerde aan de Liszt Academie in Boedapest, hij studeerde directie aan de universiteit in Wenen, waar hij afstudeerde bij Mark Stringer. Gergely Madaras is muziekdirecteur van Orchestre Philharmonique Royal de Liège. Gergely trad in 2019 terug als muziekdirecteur van het Orchestre Dijon Bourgogne en in 2020 als chef-dirigent van het Savaria Symphony Orchestra in zijn geboorteland Hongarije, nadat hij beide functies zes jaar vervulde.
Tracklist:
Mernier, Benoit
Comme d’autres esprits pour orchestre
Sur un ciel immense, pour orchestre
Offering, pour voix d’alto et ensemble instrumental
Deux poèmes pour violon et piano
Ustica, pour orchestre de chambre


Benoît Mernier Ustica, Sturm und Klang Tatiana Samouil David Lively Gergely Madaras Sarah Laulan Musiques Nouvelles Jean-Paul Dessy, Orchestre Philharmonique de Liège cd Cypres CYP4673