Ad van der Zee, “Floris van Egmond (1469-1539), veldheer in dienst van hertog, keizer en landvoogdessen”, uitgegeven door Walburg Pers.

Floris van Egmond, heer van IJsselstein, leefde op het kruispunt van de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd. Hij reisde met de hertog Filips de Schone mee naar Spanje, achtervolgde de Friese krijgsheer, vrijheidsstrijder, kaper, zeerover en volksheld, “Grote Pier” in Friesland, bestreed zijn achterneef hertog Karel van Gelre, joeg Maarten van Rossem op na diens plundering van Den Haag, en bevocht bovendien de Franse koning Frans I op de slagvelden in Artesië.

Floris van Egmond werd geboren in een middeleeuws graafschap en overleed in oktober 1539, in het immens wereldrijk van Karel V, op zijn eigen kasteel in Buren. Zijn devies luidde “sans faute”,‘zonder mankeren’. Hij was een ijzervreter pur sang en voor honderd procent loyaal aan zijn heer, die de meeste tijd overigens een…vrouwe was.

Floris van Egmont (“Fleurken Dunbier”), de zoon van Frederik van Egmont en Aleida van Culemborg, werd vanaf het begin van de jaren 1490, kamerheer in de hofhouding van Filips de Schone. Zijn moeder was trouwens de erfdochter van Gerard van Culemborg en Elizabeth van Buren. Door haar huwelijk kwam de heerlijkheid Sint-Maartensdijk en de Graafschap Buren uiteindelijk in het bezit van Anna van Egmond, de echtgenote van Willem van Oranje. Na diens overlijden zetelde Floris in de Hofraad van Margaretha van Oostenrijk, landvoogdes van de Nederlanden.

Zijn vader, Frederik van Egmont (ca 1440-1521) (“Schele Gijs”) was heer van IJsselstein, graaf van Buren en Leerdam en raadslid-kamerheer van Karel de Stoute en Maximiliaan I van Oostenrijk. Ook was hij heer van Cranendonck en Eindhoven. Frederik was de tweede zoon van Willem IV van Egmont en Walburga van Meurs. Samen met zijn broers steunde hij de acties van hun vader in Gelre. Nadat de Bourgondiërs het hertogdom hadden veroverd, kreeg Frederik er belangrijke functies toebedeeld. In 1478 werd Frederik in Nijmegen gevangen genomen door aanhangers van Adolf van Gelre en zat er drie jaar gevangen (1478-81).

Na zijn vrijlating stond hij bisschop David van Bourgondië bij in de Stichtse Oorlog (1481-83). In 1482 wist hij het beleg van IJsselstein te verijdelen door een troepenmacht in Schoonhoven te verzamelen. In de jaren 1480 steunde hij de politiek van Maximiliaan I van Oostenrijk. In 1486 woonde hij diens kroning tot Rooms koning bij en in 1488 voerde Frederik een leger aan dat naar Brugge trok om Maximiliaan te ontzetten toen die daar werd vastgehouden. In 1492 werd hij door Maximiliaan beleend met de titels graaf van Buren en graaf van Leerdam. In 1499 werd hij als ‘gezworen broeder’ toegelaten tot de Onze Lieve Vrouwebroederschap in ‘s-Hertogenbosch. Het beleg van Franeker in 1500 (foto) was Frederiks laatste militaire actie.

In 1505, werd hun zoon Floris, ridder in de Orde van het Gulden Vlies, was graaf van Buren en Leerdam, heer van IJsselstein, Kortgene, Jaarsveld (vanaf 1518) en Sint-Maartensdijk. Hij was stadhouder van Gelre (1507-1511) en stadhouder van Friesland (1515-1518). Ook was hij heer van Eindhoven en Cranendonck (1521-1539). Als stadhouder vertegenwoordigde Floris tussen 1507 en 1511, de Habsburgse regering in die delen van Gelre die zij beheerste. Hij was in juni 1515, aanwezig onder de edelen in Dordrecht bij de inhuldiging van Karel van Spanje als ‘graaf van Holland’, en in 1515, werd hij de eerste stadhouder van Friesland. Hij raakte daarbij betrokken in de Gelderse Oorlogen en was onder andere aanwezig bij het beleg van Sneek. Rond 1517-18 gaf hij weliswaar het stadhouderschap van Friesland op.

In 1498 schonk keizer Maximiliaan van Oostenrijk nl. (Midden)-Friesland en Groningen aan Albrecht van Saksen. Deze richtte de heerlijkheid Friesland op, bestuurd door het nieuwe Hof van Friesland. De bevolking verzette zich echter tegen de nieuwe machtshebber, en kreeg daarbij hulp van het hertogdom Gelre (Gelderse Oorlogen). Erfgenaam George van Saksen had onvoldoende middelen om de opstand te onderdrukken en verkocht zijn rechten aan Karel V (1515). Die verdreef de Geldersen en lijfde de heerlijkheid in bij de Habsburgse Nederlanden (1524). Een nieuwe ambtelijke bestuurslaag van niet-Friezen werd in Friesland gevestigd en zou Nederlands definitief een plaats geven als bestuurstaal.

In de jaren 1570, aan het begin van de Nederlandse Opstand, kwam de bevolking in opstand tegen stadhouder Robles. De Staten van Friesland namen de macht over en sloten zich aan bij de Unie van Utrecht. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog kwam Friesland in handen van de Republiek. In het begin van de oorlog moesten nog veel protestanten vluchten, vooral naar de Oost-Friese stad Emden die een Nederlands protectoraat (1595) werd waar de Calvinistische Kerk een organisatorische basis kreeg. De eerste synodes van de Nederduitsch Gereformeerde Kerk vonden hier plaats en hoewel de kerkelijke bovenlaag na 1590 over de opstandige provincies uitstroomde bleef Emden een in cultuur Nederlandse stad totdat zij in 1744 onder het koninkrijk Pruisen kwam, toen Frederik II van Pruisen aanspraak maakte op geheel Oost-Friesland.

Floris was een legerleider. In 1523, werd hij als bevelhebber van een Bourgondisch leger aangesteld dat samen met Engelse troepen Frankrijk zou binnenvallen. In 1528 belegerde hij Harderwijk en veroverde deze stad op de opstandige Geldersen. Het beleg van Tiel in datzelfde jaar werd echter afgeslagen door Jelis van Riemsdijk, ambtman van Maas en Waal. In 1536 was Floris kapitein-generaal van het leger dat opereerde in het noorden van de Lage Landen. Maar, al bij al, wat is eigenlijk zijn betekenis geweest en was hij wel echt zo’n goede veldheer, vraagt de auteur zich af, en vooral, wat is nu eigenlijk precies de relatie tussen Floris van Egmond en de huidige koning Willem-Alexander…? Een intrigerend boek. Zeker lezen!

Ad van der Zee (1957) studeerde middeleeuwse geschiedenis en werkte onder meer in de uitgeverij en in de erfgoedwereld. Hij was en is actief op diverse historische deelgebieden. In 2018 publiceerde hij De Wendische Oorlog, over de relatie tussen Holland, Amsterdam en de Hanze.

Ad van der Zee Floris van Egmond (1469-1539) veldheer in dienst van hertog, keizer en landvoogdessen 248 bladz. uitg. Walburg Pers ISBN 9789464566536