Bij Unieboek/Het Spectrum verscheen “De kunst van het snijden”, een boek over de bloederige, 19de-eeuwse geneeskunde.

In ‘De kunst van het snijden’ (vertaling van “The Butchering Art”) vertelt Lindsey Fitzharris met humor en bloederige details, het indrukwekkend verhaal van een chirurg die zijn tijd ver vooruit was en de eerste stap zette naar de geneeskunde zoals wij die vandaag, gelukkig kennen.

“Aan het begin van de negentiende eeuw”, zo lezen we o.a., “werden de meeste microscopen verkocht als speelgoed voor heren in de hogere klassen. Ze werden in dure, met fluweel gevoerde kisten bewaard. Ze konden ook steunen op vierkanten houten sokkels met laatjes voor accessoires zoals extra lenzen, schuifstaven en armaturen, die vaker wel dan niet ongebruikt bleven. De meeste microscopenmakers voorzagen hun clientèle van een verzameling geprepareerde objectglaasjes met stukjes dierlijk bot, visgraten en fraaie bloemen. Maar weinig mensen die in deze periode een microscoop in huis haalden, maakten daar met een serieus wetenschappelijk doel voor ogen gebruik van.

“Joseph Jackson Lister (foto) was een uitzondering. Tussen 1824 en 1843 raakte hij verslingerd aan het instrument en legde hij zich erop toe veel van de beperkingen ervan te ondervangen”, schrijft Fitzharris. “De meeste lenzen zorgden voor vervorming van het beeld, doordat het licht van verschillende golflengten door glas in verschillende hoeken werd gebroken. Door dit verschijnsel ontstond rond het te bekijken object een paarse halo (lichtkrans); vanwege dit effect werden de openbaringen van de microscoop door velen gewantrouwd. Joseph Jackson spande zich in om dit gebrek te verhelpen en in 1830 toonde hij de wereld zijn achromatische lens die het probleem van de halo verhielp. Terwijl hij zich met zijn handel bezighield, zag Joseph Jackson ook nog kans zijn eigen lenzen te slijpen en vooraanstaande microscopenmakers in Londen de wiskundige berekeningen te leveren aan de hand waarvan ze konden worden gereproduceerd. Zijn werk leverde hem in 1832 het lidmaatschap van de Royal Society op” (sic).

De 19e-eeuwse chirurgie was schokkend. In anatomische theaters opereerden chirurgen op een brute, razendsnelle manier onder het oog van publiek. Operaties werden zonder verdovingsmiddelen uitgevoerd en het grootste deel van de patiënten overleed na afloop aan infecties. Tot de jonge chirurg Joseph Lister (1827-1912) uit het Quakermilieu van het Londense Upton, de man van het bekend, naar hem genoemd  Listerine mondwater, de geschiedenis van de geneeskunde voorgoed veranderde. Hij deed dat dankzij de kiemtheorie en ontsmettingsmiddelen. Lister was nl. de ontdekker van de… desinfectie.

In de 19de eeuw waren operaties levensgevaarlijk. Chirurgijnen werden niet geroemd om hun zorgvuldigheid, maar om hun snelheid en brute kracht, en hygiëne werd gezien als een uiterst overbodige luxe. In anatomische theaters voerden de medische heren ware spektakelshows op waarbij patiënten bij gebrek aan verdovingsmiddelen, het uitschreeuwden van de pijn, uiteraard onder het oog van een enthousiast publiek. Als een patiënt de operatie overleefde, was het gevaar nog niet geweken: infecties vormden een nog grotere bedreiging. Infecties doodden een grote groep alsnog, omdat niemand het belang besefte van…handen wassen. De specialisten hadden geen idee hoe die infecties konden ontstaan. Tot de jonge chirurg Joseph Lister van het University College Hospital in Londen, dit raadsel oploste en daarmee de medische wereld, fundamenteel, voorgoed veranderde. Het ontstaan van contact-dermatitis en zijn behandeling van gangreen, brachten hem er nl. toe, Charles Goodyear, de uitvinder van het vulkaniseren van rubber, te vragen rubber handschoenen te maken, waarmee het huidig gebruik van chirurgische handschoenen werd geïntroduceerd.

De kunst van het snijden verhaalt over “de bloederige, huiveringwekkende horrorwereld van de 19-eeuwse geneeskunde”. De 19e eeuw was ook medisch gezien een totaal andere wereld dan de onze. Door ingewikkelde operaties nam de kans op ziekte en overlijden door sepsis (de ontstekingsreactie als gevolg van een infectie), zienderogen toe. Tot Joseph Lister kwam, de uitvinder van de samengestelde microscoop. Hij stond mede aan de wieg van onze hoogstaande, moderne geneeskunde. “De kunst van het snijden” speelt zich af op dit nu voor ons, onvoorstelbaar keerpunt, van de dodenhuizen en spektakelshows naar onze steriele ziekenhuizen.

In “De kunst van het snijden” vertelt Lindsay Fitzharris het indrukwekkend verhaal van die chirurg, die zijn tijd ver vooruit was en de eerste stap zette naar de geneeskunde zoals wij die nu kennen. Ze neemt je mee naar de ongure plekken waar de chirurgen, van wie sommigen briljant en sommige ronduit crimineel, werden opgeleid, de dodenhuizen waar zij studeerden, en de begraafplaatsen waar zij in het geniep lijken en kadavers haalden voor onderzoek. Dit boek geeft een bijzondere kijk op de bloederige, schokkende en huiveringwekkende wereld van de negentiende-eeuwse geneeskunde. Lindsey Fitzharris behaalde een doctoraat in de geschiedenis van wetenschap en technologie aan de Universiteit van Oxford en is specialiste van “the horrors of pre-anaesthetic surgery” (cfr. haar website “The Chirurgeon’s Apprentice”). Ze schrijft voor de Guardian, de Lancet, en New Scientist. Een heuse aanrader. Zeker lezen!

Lindsey FitzHarris De kunst van het snijden, Hoe Joseph Lister de geneeskunde voorgoed veranderde 302 bladz. Uitg. Unieboek | Het Spectrum ISBN 9789000350889