Bijzonder mooie “Apollo & Dafne” van Carl Heinrich Graun door de sopraan, Hannah Morrison en het Main-Barockorchester op het label Accent.

Carl Heinrich Graun componeerde, net als andere door Italië beïnvloede of door Italië opgeleide Duitse componisten van zijn tijd, gedurende zijn hele creatieve periode, Italiaanse cantates. De drie cantates behoren weliswaar tot een kleine groep cantates van Graun, voor sopraan. De cd verschijnt op 4 oktober.

De broers Graun waren drie belangrijke, Duitse componisten van de 18de eeuw. Ze behoorden tot de belangrijkste vertegenwoordigers van de Eerste Berlijn Liedschool en bereikten ook buiten de grenzen van Pruisen veel faam. Ze werden in Wahrenbrück geboren, kregen hun opleiding aan de Dresdense Kreuzschule en waren verbonden aan het hof van Frederik II. De violist Johann Gottlieb Graun (1703-1771) was er concertmeester, zijn jongere broer Carl Heinrich (1704-1759) was er dirigent. Hun oudste broer de cantor August Friedrich Graun (1698-1765), was minder bekend. Johann Gottlieb Graun was voornamelijk actief op het gebied van religieuze muziek. Hij componeerde o.a. de cantate “Auferstehn, ja auferstehn” op tekst van Klopstock. Carl Heinrich Graun componeerde in totaal 27 opera’s. In 1742 werd met de opvoering van zijn “Cesare e Cleopatra” het nieuw gebouwd Operagebouw in Berlijn geopend.

Carl Heinrich Graun maakte samen met Johann Adolf Hasse de opera in Duitsland populair. Graun bedacht ook het ‘damenisatie systeem’, dat gebruik maakt van de lettergrepen “da-me-ni-po-tu-la-be” i.p.v. “do-re-mi-fa-sol-la-si”. Hij bedacht dit systeem in functie van de (Duitse) uitspraak bij zangoefeningen. Carl Heinrich Graun studeerde zang, orgel en compositie en was een goeie tenor. Hij zong bv. in 1719 mee tijdens de opvoering van “Teofane”, een opera van Antonio Lotti, gecomponeerd ter gelegenheid van het huwelijk van de kroonprins van Saksen, de latere beroemde August III van Polen (foto).

Op 18-jarige leeftijd componeerde Graun al religieuze muziek. In 1724 werd hij op 20-jarige leeftijd als operazanger (tenor) aan het Hof in Braunschweig uitgenodigd. Algauw werd hij er operacomponist en vice kapelmeester van de “Oper am Hagenmarkt”. In 1733 componeerde hij voor het huwelijk van Frederik de Grote met Elisabeth Christine, de opera ‘La specchio della Fedelta”. Frederik de Grote nam daarop Carl Heinrich Graun in dienst in Rheinsberg in Brandenburg am Rhin (zijrivier van de Havel), aan de zijde van zijn broer Johann Gottlieb. Bij zijn aantreden als koning benoemde Frederik de Grote Carl Heinrich in 1740 tot kapelmeester van de nieuw gebouwde opera in Berlijn, tegenwoordig “Unter den Linden”. Graun werd naar Italië gezonden om zangers te engageren. Frederik de Grote leverde later het libretto voor Grauns opera “Montezuma”. Tot aan zijn overlijden heeft Graun in Berlijn gewoond en gewerkt. Graun schreef voor Brunswijk zes, en voor Berlijn 26 opera’s. Zijn oratorium “der Tod Jesu”, wordt nog steeds op Goede Vrijdag in Berlijn uitgevoerd.

Het grootste deel van zijn wel 38, aan hem toegeschreven, Italiaanse cantates, werden gecomponeerd voor tenor en dus waarschijnlijk voor zijn eigen stem. Grauns sopraan cantates werden waarschijnlijk gecomponeerd tijdens zijn Berlijnse jaren na de toetreding van Friedrich tot de troon in 1740, toen virtuoze castraten en zangers beschikbaar waren voor de veeleisende solopartijen. Na succesvolle cd’s met muziek van Fasch, Hertel en Molter, is het ensemble Main-Barockorchester nu toegetreden tot het Accent-label. Hannah Morrison wordt beschouwd als één van de meest veelbelovende, jonge sopranen van de oude muziekscene.

De kamercantate floreerde in Italië als een tegenhanger van de publieke opera, gecultiveerd door aristocratische beschermheren voor hun persoonlijk plezier en het religieus oratorium. Misschien vanwege zijn in wezen privé-oorsprong, bleef deze doordringende barokke vorm tot vandaag relatief weinig bekend. Op de cd staan de Cantate “Disperata Porcia”, de Sinfonia tot de opera »Cinna« (1748), de cantate “Apollo amante di Dafne” en de Cantate ”Lavinia a Turno”, op een libretto van Maria Antonia Walpurgis. Elke cantate bestaat uit twee recitatieven en twee aria’s. Van de cantates “Disperata Porcia” en “Apollo amante di Dafne” is de herkomst weliswaar niet zeker. Mogelijks werden deze gecomponeerd door zijn broer, Johann Gottlieb Graun.

Johann Gottlieb Graun (1703-1771) was een broer van August Friedrich en Carl Heinrich Graun. In het Kreismuseum Bad Liebenwerda in Bad Liebenwerda, nu in de Duitse deelstaat Brandenburg, is een permanente tentoonstelling aan de drie broers gewijd. Johann Gottlieb begon zijn opleiding als zanger in Dresden en nam les bij Pisendel. In 1723 trok hij naar Praag om verder te studeren bij Tartini. Nadat hij als concertmeester had gediend in Merseburg in Saksen-Anhalt, en de zoon van Bach vioolles had gegeven, trok hij naar zijn broer Carl Heinrich en kwam eveneens in dienst bij kroonprins Frederik de Grote, in Neuruppin, Rheinsberg en Berlijn. Johann Gottlieb componeerde wel 400 werken, waaronder ouvertures, symfonieën, soloconcerti, voornamelijk voor viool en klavecimbel, concerti grossi, triosonates, kwartetten, cantates en liederen.

De cantate “Apollo amante di Dafne” verklankt het verhaal over de zonnegod Apollo die de nimf Daphne achtervolgde, omdat hij hartstochtelijk verliefd was op haar. Zij beantwoordde zijn liefde echter niet. Daphne smeekte de riviergod Peneus om haar te helpen en hij veranderde haar in een laurierboom. De cantate “Disperata Porcia” verklankt het verhaal rond de tweede vouw van Brutus, de moordenaar van Caesar. In juni 45 v.Chr. scheidde Marcus Junius Brutus nl. van zijn vrouw Claudia en hertrouwde met zijn volle nicht, Porcia Catonis, de koelbloedige dochter van Cato uit zijn eerste huwelijk met Atilia, een weduwe met drie kinderen. Zij was op de hoogte van de plannen voor de moordaanslag op Julius Caesar, en als dat bekend was geworden dat haar man gedood was tijdens de slag bij Philippi, pleegde zij zelfmoord.

De in Nederland geboren sopraan, Hannah Morrison (foto), werd geboren in een Schots-IJslands gezin en groeide op in Nederland, waar ze van 1998 tot 2003 zang en piano studeerde aan de Muziekacademie Maastricht. Na het behalen van haar diploma verhuisde ze naar de hochschule für Musik und Tanz Keulen en begin 2009 vervolgde ze haar studie bij professor Barbara Schlick, eindigend met een concertexamen. Tijdens deze periode voltooide ze ook haar Masters in Music in Performance-graad aan de London Guildhall School of Music and Drama bij professor Rudolf Piernay. Verder heeft ze inspiratie opgedaan in masterclasses van Evelyn Tubb en Anthony Rooley, Barthold Kuijken, Andrew Lawrence-King, Sir Thomas Allen, Dame Kiri Te Kanawa en Matthias Goerne.

Muzikaliteit, virtuositeit en een groot plezier in het spelen karakteriseren het Main-Barockorchester Frankfurt al meer dan tien jaar. De nadruk ligt op een interpretatie van oude muziek in de zin van historisch, modern en levendig, die de luisteraar ontroert en hem in de ban houdt. Het repertoire van het orkest omvat vroege Italiaanse barokmuziek, evenals werken uit het begin van de klassieke periode en omvat, naast belangrijke orkestrale literatuur, cantates, passies en opera’s. Door zijn intense concertactiviteit is de reputatie van dit schitterend kamerorkest, gespecialiseerd in de interpretatie van barokmuziek onder leiding van Martin Jopp, goed ingeburgerd. Regelmatige samenwerking met gerenommeerde solisten, deelname aan internationale festivals, opnames en uitzendingen en uitgebreide reeksen concerten liggen aan de basis van hun succes.

De Duitse violist Martin Jopp (foto) begon zijn muzikale studies op 7-jarige leeftijd bij Susanne Hecklinger in Tübingen. Hij studeerde (moderne) viool in Stuttgart bij Werner Keltsch voordat hij een postuniversitair diploma in barokviool behaalde bij Gottfried von der Goltz, leider van het Freiburg Barok Orkest, in Würzburg. Vandaag speelt Martin Jopp in L’Orfeo Baroque Orchestra (Michi Gaigg) en het Stuttgart Barockorchester (Frieder Bernius), en is de artistiek directeur van het Main Baroque Orchestra, Frankfurt en concertmeester van Barucco (Wenen) en Il Gusto Barocco (Stuttgart). Als kamermuzikant treedt hij op met L’Arcadia en het ensemble Echo du Danube.

Graun Apollo & Dafne Hannah Morrison Main-Barockorchester cd Accent ACC24362

http://www.stretto.be/2019/06/03/ontdek-twee-schitterende-barokoperas-iipermestra-en-gli-amori-dapollo-e-di-dafne-van-francesco-cavalli-op-de-labels-challenge-classics-en-glossa/