“Clavecin XX – Falla – Poulenc – Françaix – Gorecki” door Justin Taylor en Orchestre National de Lille o.l.v. Chloé Dufresne op het label Alpha.

Het klavecimbel, dat over het algemeen als een barokinstrument wordt beschouwd en waarvan men dacht dat het met de Franse Revolutie was verdwenen, bloeide in het eerste derde van de 20e eeuw weer op en inspireerde tot originele composities. Justin Taylor geeft ons op het album Clavecin XX een ‘persoonlijk’ overzicht van het klavecimbel in de 20ste eeuw .

Lees verder

“Arriaga, Complete String Quartets” door Cuarteto Quiroga op het label Cobra Records. Een heuse ontdekking!

             

Het Cuarteto Quiroga presenteert op deze cd de 3 Strijkkwartetten van Juan Crisóstomo Arriaga (1806-1826) in een authentieke, historisch verantwoorde opname, gespeeld op instrumenten met darmsnaren, met een warme, transparante klank en een duidelijke verbinding met de klankwereld van rond 1820. Arriaga componeerde deze werken op 16-jarige leeftijd!, een bewijs van een verbazingwekkende, volwassen, creatieve, maar veel te korte carrière als componist. Lees verder

Igor Stravinsky “Fairy Tales – Song of the Nightingale – The Faun and the Shepherdess – Divertimento – Pulcinella Suite” door Susan Platts (mezzosopraan) en het befaamd Buffalo Philharmonic Orchestra o.l.v. JoAnn Falletta, op het label Naxos.

Igor Stravinsky staat bekend om zijn verklanking van schitterende sprookjes in bv. “Petrushka” en “Vuurvogel”. Een ander voorbeeld is zijn ballet “Pulcinella” uit 1920, vol barokke theatraliteit, hier te horen in de vorm van een concertsuite. De andere werken op dit programma zijn weliswaar minder bekend: het stralend, symfonische “Le Chant du Rossignol” uit 1917 en “Le Baiser de la fée” uit 1928, beide gebaseerd op verhalen van Hans Christian Andersen.

Lees verder

“Tchaikovsky – Rococo Variations and other Works for Cello & Orchestra” door Gabriel Schwabe en Sinfonieorchester Aachen o.l.v. Christopher Ward op het label Naxos.

Het oeuvre van Tsjaikofski voor cello bestaat uit Variaties op een Rococo-thema, op. 33, de Nocturne nr. 4 uit zijn Zes Stukken voor piano, op. 19, het Andante cantabile uit zijn Strijkkwartet nr. 1, op. 11, Pezzo capriccioso op. 62, de Scène van Aurora en Désiré (Andante cantabile), bewerkt naar Doornroosje, op. 66 (2de Akte nr. 15 (a)) en de Serenade voor strijkorkest in op. 48. Op deze cd ontdekt u weliswaar ook de Canzonetta uit zijn Vioolconcerto, de Valse sentimentale. Tempo di Valse (Arr. voor cello & orkest door Gabriel Schwabe) uit zijn Six Morceaux Op. 51 en zijn Romeo & Juliet Fantasie Ouverture.

Lees verder

Benoît Mernier, “Ustica, Sturm und Klang, Musiques Nouvelles”, door Tatiana Samouil, David Lively, Gergely Madaras, Sarah Laulan en het Orchestre Philharmonique de Liège, op het label Cypres.

“Ustica” markeert een volgende fase in de hechte relatie tussen Benoît Mernier (1964) en het label Cypres, die in de loop van 25 jaar de evolutie van de muzikale taal van de componist en de bevestiging van zijn artistieke identiteit heeft gevolgd. Deze cd verschijnt ter gelegenheid van de première van zijn nieuwe opera, Bartelby, in de Opéra Royal de Wallonie. 

Lees verder

“Oh Weh !”, door Pierre Dumoussaud & L’Atelier de musique, op het label b.records.

Na “Wendepunkt” vervolgt Pierre Dumoussaud dit keer met de bariton Stéphane Degout en het ensemble Aude Extrémo, zijn epische reis door de schemering van de Duitse romantiek met een zelden uitgevoerd, driedelig werk van Max Reger, rijk aan nachtelijke tinten en elfachtige dansen, naast twee van Gustav Mahlers belangrijkste, poëtische cycli, gezongen door Stéphane Degout. Het Deauville Easter Festival Orchestra koos daarbij voor een intieme kamermuziekbezetting, typerend was voor het Wenen van toen en perfect om deze verhalen over liefde en dood te verklanken. Lees verder

“La Luce” door Simone Kermes, het Warsaw Chamber Opera Orchestra en het Warsaw Chamber Opera Chorus o.l.v. Julien Salemkour, op het label Prospero.

La Luce is veel meer dan een stilistische collage. Het album ontvouwt een muzikale dramaturgie die licht begrijpt als metafoor voor hoop, transcendentie en emotionele openbaring. Simone Kermes gebruikt haar buitengewone technische beheersing niet als doel op zich, maar als middel om zeer uiteenlopende expressieve werelden vorm te geven – van barokke affectretoriek en klassieke zielportretten tot moderne, door film geïnspireerde klankpoëzie. Lees verder