

Rond 1500 waren wereldbeeld en zelfperceptie nauw verweven met de Bijbel. Kunst bood bescherming, wekte gevoelens, gedachten en intenties op die bijdroegen aan het zielenheil. Beelden creëerden een meditatieve matrix om de ziel te onderzoeken en herstellen, waarbij de kijker elk bizar detail kon aftasten, elk laagje betekenis kon afpellen en intens geraakt werd door bloed, tranen en liefde. Dit boek bekijkt laatmiddeleeuwse en vroegmoderne kunst als een instrument voor de ziel, bekijkt kunst met als doel verlossing.


















