“Constant Permeke”, alweer een heel bijzondere uitgave van Hannibal. Niet te missen!

Het boek, “Constant Permeke”, verschijnt naar aanleiding van de heropening van het Permekemuseum in Jabbeke. Want, na drie jaar renovatiewerken is het zover. Het Permekemuseum opent vanaf 29 maart, opnieuw haar deuren voor het publiek. Het boek is prachtig geïllustreerd met tientallen schilderijen, beelden en tekeningen en veel archieffoto’s, die samen met verhelderende essays van Permeke-experts als o.a. Inne Gheeraert en literaire bijdragen van David Van Reybrouck en Daniël Rovers, een uitvoerige, deskundige kijk geven op zijn leven en zijn werk. 

Tegen het einde van de 19de eeuw was België één van de meest geïndustrialiseerde landen ter wereld. Vooral het noorden van het land, Vlaanderen, waar bossen met fabrieksschoorstenen, stinkende rook uitstootten en arbeiders samengepropt zaten in smerige sloppenwijken. Geen wonder dat kunstenaars als Emile Claus in zijn Villa Zonneschijn in Astene, Valerius De Saedeleer, George Minne en Gustave Van de Woestyne, na de periode van het realisme, de Scholen van Tervuren, Dendermonde en Kalmthout, Les XX en La Libre Esthétique, in hun zeegezichten, alledaagse taferelen en portretten, veelal van familieleden en vrienden, droomden van een andere wereld, van Vlaanderen zoals het vroeger was, ongecompliceerd en ongerept. De echo’s van dat verloren Elysium vonden ze in vergeten boerendorpen en in hun verbeelding. Het gevoel van iets dat verloren en verdwenen was, drong ook door in de werken van James Ensor, Rik Wouters en Léon Spilliaert. Slechts één plek ter wereld had hun burleske humor, kleurrijke romantiek en gedempte melancholie kunnen produceren, ‘le plat pays’, aan de grijze Noordzee.

Terwijl rond 1900 het impressionisme hoogtij vierde in België, zette een aantal kunstenaars in Gent zich af tegen het vastleggen van vluchtige indrukken. Samen met jonge intellectuelen keerden zij zich ook tegen het kapitalisme en de toenemende industrialisering, één voor één trokken zij weg uit de stad en vestigden zich in het naburig dorp aan de Leie, Sint-Martens-Latem. In de nadagen van het symbolisme verdiepten de kunstenaars zich daar in de natuur en het landleven, op zoek naar oorspronkelijkheid en verdieping. Voor hun werk grepen zij naar stijlmiddelen uit het verleden, maar hun kunst was ook authentiek en verfrissend.

Het was daar ook dat Constant Permeke, Gust De Smet, Frits Van den Berghe en Edgard Tytgat hun eigenzinnige kijk hadden op de breekbare realiteit van na de Eerste Wereldoorlog. Het waren de Vlaamse belle époque en de jaren tussen de twee wereldoorlogen van de 20ste eeuw, een verhaal over symbolisme, impressionisme, het luminisme van de Leiestreek tussen Deinze en Gent van de groep “Vie et Lumière”, expressionisme, de mystieke Latemse School en het Brabants fauvisme, maar bovenal, een boeiend verhaal over wortels en de zoektocht naar een gevoel van verbondenheid in een snel veranderende wereld.

Hoewel het werk van de schilder en beeldhouwer, Constant Permeke (1886-1952), doorgaans tot het (Vlaams) expressionisme wordt gerekend, exploreerde de kunstenaar een veelheid aan registers. Al vanaf het begin van zijn loopbaan kreeg hij ruime internationale erkenning met terugkerende onderwerpen als huiselijke taferelen en mensen in hun alledaagse handelingen. Zijn landschappen en zeegezichten straalden een verstilde, soms sublieme warmte uit.

Voor Permeke waren kunst en leven nauw met elkaar verbonden. Zijn oeuvre zinderde van levenslustige, rauwe energie maar ademt ook weemoed. De techniek van het schilderen – met krachtige borstelstreken, toetsen, vegen, krassen en vlekken – combineerde hij met tekenen en omlijnen. Volledig in de lijn van het modernisme zocht hij hoe hij het academisme kon doorbreken en hoe hij de schilderkunst telkens opnieuw kon uitvinden.

Het Permekemuseum is gehuisvest in ‘de vier winden’ in de West-Vlaamse gemeente, Jabbeke, het huis dat Permeke tussen 1928 en 1930, liet bouwen door de architect Pierre Vandervoort (1891-1946). Wie Permeke zegt, zegt dan ook Jabbeke en omgekeerd. Geboren in 1886, in Antwerpen, als de zoon van de landschapschilder en de eerste conservator van het Stedelijk Museum voor Schone Kunsten in Oostende, Henri Permeke (1849-1912), afkomstig uit Poperinge, verhuisde de ganse familie in 1892, naar Oostende.

Hij zou er blijven wonen tot het einde van de jaren ‘20 met tijdens de oorlogsjaren, een kleine maar belangrijke tussenstop in Folkestone, Stanton St Bernhard, Chardstock in Devonshire en Sidford, in Engeland. In april 1919, keerde Permeke, met zijn “Marietje” en hun drie kinderen, terug naar België, en nam opnieuw zijn intrek in de Oostendse Vuurtorenwijk, in de volksmond Opex genoemd, naar de naam van de maatschappij Ostende Phare et Extension. Vanaf 1929 tot aan zijn overlijden in 1952, woonde hij in het landelijke Jabbeke.

Het magnifiek Permekemuseum biedt een permanente inkijk op een aantal treffende onderwerpen uit Permekes leven en werk. Er worden verhalen verteld met kunstwerken, gebruiksvoorwerpen, archiefmateriaal, foto’s en films. Samen met de heropening van het Permekemuseum opent de allereerste tentoonstelling “Constant Permeke in tegenlicht”. De tentoonstelling biedt een verrassende kijk op een dertigtal in het oog springende kunstwerken van Constant Permeke, die zijn verscheidenheid en zijn grensverleggende karakter bevestigen en nodigt bezoekers uit om vanuit nieuwe inzichten de kunst van Permeke te benaderen. Voor deze tentoonstelling werden uitzonderlijke bruiklenen toegestaan uit private collecties en (inter)nationale musea. Het is de eerste tentoonstelling bij de heropening van het Permekemuseum na een grondige renovatie.

Deze tentoonstelling loopt vanaf 29 maart tot en met 3 november 2024. 

Permekemuseum

Gistelsteenweg, 341,

8490 Jabbeke T 00 32 (0)59 50 81 18

info@permekemuseum.be

Constant Permeke 197 bladz. geïllustreerd uitg. Hannibal ISBN 9789464666977