“Franz von Gaudy, Ausgewählte Werke, Band 1: Venetianische Novellen und italienische Erzählungen” (Herausgegeben von Doris Fouquet-Plümacher), een uitgave van Olms. Een ontdekking!

Met de 220ste verjaardag en de 180ste verjaardag van het overlijden van de dichter, Franz von Gaudy (1800-1840), vindt er in 2020 een dubbele viering en herdenking plaats, waarin von Gaudy terugkeert naar de literaire wereld met dit openingsdeel van een nieuwe, meerdelige editie. Het omvat de novellen en korte verhalen die zijn geschreven tijdens zijn Italiaanse reizen in 1835 en 1838-1839 en biedt, in een kritische studie-uitgave, voor het eerst, een betrouwbare tekst, gedrukt in de moderne spelling, evenals een biografische en cultuurhistorische classificatie op basis van huidige bronnen en recent onderzoek.

Franz von Gaudy was een laatromantische en realistische schrijver van de “Vormärz”, de periode voor de maartrevolutie van 1848. De schrijvers van het “Junges Deutschland” en “Biedermeier” behoorden in die periode vaak tot de politieke oppositie. Franz von Gaudy schreef romans, kortverhalen, reisverhalen, maar ook gedichten, ballades en romances. Zijn stijl had daarentegen een uitgesproken satirische inslag. Daarnaast was hij een uitstekende vertaler uit het Frans en het Pools. Gerespecteerd en veel gelezen in zijn tijd, is hij vandaag ten onrechte vergeten, hoewel sporen van zijn receptie reikten tot o.a. Friedrich Nietzsche en Arno Schmidt, die een biografie schreef over Friedrich de la Motte Fouqué, een familielid van von Gaudy’s verloofde.

Franz Bernhard Heinrich Wilhelm Freiherr von Gaudy kwam uit een Schotse familie die tot de Pruisische militaire adel behoorde. Zijn vader, de luitenant-generaal, Friedrich Wilhelm Leopold von Gaudi (1765-1823), kreeg tijdens de bevrijdingsoorlogen verschillende taken toegewezen, en was van 1809 tot 1813, militaire gouverneur van de toekomstige koning Friedrich Wilhelm IV. Zijn moeder was gravin Constantia Ottilie Franziska Johanna von Schmettow-Pommerzig (1772-1817), die bekend stond als een bewonderaarster van Rousseau.

Gaudy ging van 1810-1815 naar het Französisches Gymnasium (Lycée français) (foto) in Berlijn, en van 1815 tot 1818, naar de Fürstenschule, “Landesschule Pforta” (foto) in Schulpforta/Bad Kösen in Naumburg (Saale) in Sachsen-Anhalt. Op verzoek van zijn vader ging hij in 1818, weliswaar tegen zijn wil, in het Pruisisch leger, en werd in 1819 bevorderd tot luitenant. Wegens schulden werd hij overgeplaatst naar Breslau/Brieg, van daaruit in 1825, naar het 6de regiment in Glogau en het Groothertogdom Posen/Poznan.

Toen Pruisen op het Congres van Wenen in 1815, het Groothertogdom Posen kreeg toebedeeld, werd de Pools-Pruisische aristocraat, politicus, componist, cellist en zanger, Anton Heinrich Radziwill (1775-1833) (foto), er stadhouder. Hij onderhield banden met Niccolò Paganini, Goethe, Chopin en Ludwig van Beethoven, was een verdienstelijk zanger, en speelde goed cello. Hij componeerde o.a. Duitse, Franse en Poolse liederen met piano en cello- en met gitaar en cellobegeleiding, en toneelmuziek bij Goethe’s “Faust”.

Radziwiłł was gehuwd met Frederika Dorothea Louise Philippine van Pruisen (1770-1836), een dochter van prins Ferdinand, de jongste zoon van de Pruisische koning en keurvorst van Brandenburg, Frederik Willem I. en Sophia Dorothea van Hannover, de dochter van de Engelse koning, George I. Louise van Pruisen had van 1796 tot 1815 een Salon in het Radziwiłł-Palais aan de Wilhelmstraße in Berlijn, waar ze tal van grote kunstenaars uitnodigde. In 1875 werd dit paleis de (Alte) Reichskanzlei van Otto von Bismarck. In 1935 bouwde Albert Speer, de Neue Reichskanzlei aan de Voßstraße (foto’s).

In 1825 werd von Gaudy opgesloten in de vesting Glogau in Neder-Silezië, gelegen aan de rivier de Oder, en in 1827 in de vesting Silberberg (“Twierdza Srebrna Góra”) in Silezië, het fort dat in 1807 een aanval van Napoleon weerstond, maar tijdens de belegering onder aanvoering van Jerome Bonaparte, grotendeels werd verwoest. Het lot van Franz von Gaudy vertoonde parallellen met dat van von Chamisso en Heinrich von Kleist (1777-1811) (foto). Geboren in 1800 in Frankfurt an der Oder, leidde ook het pad van deze zoon van een Pruisische officier, net als bij Kleist en von Chamisso, die van 1798 tot 1807, in het Pruisisch leger diende, naar het leger en naar de literatuur. Franz von Gaudy was ook altijd betrokken bij duels. Eén daarvan leidde in 1827 tot vier maanden gevangenisstraf in het Silezisch fort, Silberberg (nu “Twierdza Srebrnogórska”) (foto).

Na het overlijden van zijn vader in 1823, raakte von Gaudy verarmd en was hij gedwongen om langer in het leger te blijven. Als student schreef hij poëzie en vanaf 1823 publiceerde hij in Silezische tijdschriften en almanakken. Hij aanbad de Duitse schrijver van satirische romans, Jean Paul (Richter) (1763-1825) en bootste hem af en toe na qua stijl. Franz von Gaudy hield zich ook bezig met historische, vooral heraldische studies en oefende zijn taalvaardigheid in vertalingen uit het Pools, Oudfrans en Provençaals.

Gaudy’s eerste werk, “Erato”, 1829, bestaat uit drie delen: “Freud und Leid” (gedichten, opgedragen aan Heine), “Wasserrosen” (proza, opgedragen aan de legerofficier en schrijver August (von) Blumröder (1776-1860), de auteur van “Der Selbstmord, psychologisch erklärt und moralisch gewürdigt” (1837)), en “Elegien” opgedragen aan zijn voormalige verloofde, Jenny von Rochow. Zij was de buitenechtelijke dochter van Friedrich Ehrenreich Adolf Ludwig Rochus von Rochow (1770–1799) die huwde met de schrijfster, Caroline Philippine von Briest. Caroline scheidde van von Rochow en huwde met de bekende schrijver, Friedrich de la Motte Fouqué. Vandaar dat ze bekend is als Caroline de la Motte Fouqué (foto).

In 1832 verschenen von Gaudy’s satirische stukken, “Gedankensprünge eines der Cholera Entronnenen”. Vanaf 1833 woonde hij na 15 jaar dienst in het leger, met een klein pensioen, als professionele schrijver in Berlijn. Het afscheid aan het leger noemde von Gaudy zijn “Menschwerdung”… Chamisso stelde hem voor aan de “freie Gesellschaft zur wissenschaftlichen Unterhaltung“, bekend als “Mittwochsgesellschaft”, waar hij contact had met o.a. Joseph von Eichendorff, Emanuel Geibel, Willibald Alexis (1798-1871) uit Breslau, de grondlegger van de realistische historische roman in de Duitse letterkunde, en de dichter en schilder, August Kopisch (1799-1853) (foto).

Daarnaast werkte von Gaudy samen met von Chamisso, mee aan de redactie van de Duitse “Musenalmanach”, en ging hij in 1835 met de bekende kunsthistoricus en later de schoonvader van Paul Heyse, Franz Kugler (1808-1858), op reis naar Italië. Eén van de studenten van Kugler was Jakob Burckhardt, en Brahms componeerde zijn Ständchen (“Der Mond steht über dem Berge”), het eerste Lied van de “Fünf Lieder” voor stem en piano, op. 106/1 uit 1885-1888, op tekst van Kugler.

Daarna publiceerde von Gaudy “Mein Römerzug” (1836) en “Aus dem Tagebuche eines wandernden Schneidergesellen”, een vrolijk, ironisch verhaal, dat zijn bekendste werk werd. In 1838–1839 ondernam hij tweede reis naar Italië. Geheel onverwacht overleed hij op 5 februari 1840 als gevolg van een beroerte. Zijn stoffelijk overschot werd bijgezet op het Friedhof I van de Jerusalems- und Neuen Kirchengemeinde in Berlijn-Tempelhof-Kreuzberg. De manuscripten van zijn laatste werken, die al gereed waren om te worden gedrukt, verschenen pas in 1844 in de volledige editie. Franz von gaudy was de oom van de schrijfster en dichteres, Alice von Gaudy (1863-1929).

Gaudy begon met kleine bijdragen in Silezische kranten en schreef, geïnspireerd door zijn literaire vrienden uit Breslau, Karl Schall en Karl von Holtei, dramatische scènes. In 1829 verscheen een bundel met gedichten (Erato), die werd beïnvloed door de stijl van Heinrich Heine. Samen met Chamisso vertaalde hij chansons van Pierre-Jean de Béranger, wiens gemakkelijk te vangen toon en hun voorliefde voor alledaagse onderwerpen hij adopteerde in de verzameling, “Korallen” (1834).

In zijn Romeins epos, “Kaiser-Lieder” (1835) bracht hij hulde aan Napoleon, wat hem succes bij het publiek opleverde, maar van hem tegelijkertijd een controversiële auteur maakte in het politiek reactionair klimaat van de restauratie- en Biedermeier periode. Hij werd populair door zijn reisverhalen (“Mein Römerzug”, Berlijn 1836, 3 delen), en door zijn verhalen uit Italië, vooral de Venetiaanse romans en het humoristisch verhaal “Aus dem Tagebuch eines wandernden Schneidergesellen”. Als romanschrijver werd hij gewaardeerd om zijn humoristische aanraking en de fantasierijke levendigheid van zijn vertelstijl.

Meer info over von Gaudy op https://franzvongaudy.wordpress.com

Ontdek de verteller, Franz von Gaudy, van Frankfurt via Potsdam en Neumark, naar de Silberberg en Venetië. Na de levensbeschrijving van Franz Freiherr Gaudy, “Kindheit und Jugend, 1800–1818”, “Leutnant in der preußischen Armee, 1818–1833”, en “Schriftsteller in Berlin 1834–1840”, volgen de 11 “Venetianische Novellen”, “Antonello, der Gondolier”, “Das Modell”, “Villa Tornaquinci”, “Der Schatzgräber”, “Frau Venus”, “Die Gefangenen”, “Canaletta”, “Die Braut von Ariccia”, “Die Maske”, “Die Brenta-Blume”, en “Gianettino l’Ingrese”.

Daarna volgen de 8 Italienische Erzählungen, “Schloß Pizzighetone”, “Die Calvi”, “Die Verratenen”, “Der Stumme”, “Der Deutsche in Trastevere”, “Kalabresische Feindschaft”, “Der Liebeszauber”, en “Baffetto”. Tot slot volgen de uitgebreide bibliografie, Quellen, Franz von Gaudy. Erstausgaben, Zur Edition der Ausgewählten Werke, Forschungsgeschichte, Der Nachlaß Gaudys, Die Ausgabe der Sämtlichen Werke durch Arthur Mueller 1844 en de Textgrundlage und Edition der Ausgewählten Werke, en Weitere Literatur.

Dr. Doris Fouquet-Plümacher (°1940) (foto) werkte na haar studie Duitse en Romaanse studies in Saarbrücken, Aix-en-Provence en Kiel en aan de bibliotheek van de Vrije Universiteit van Berlijn. Ze publiceerde over vroeg 19de-eeuwse literatuur en is redacteur van een meerdelige selectie van Franz von Gaudy’s geschriften.

Franz von Gaudy Ausgewählte Werke – Band 1 Venetianische Novellen und italienische Erzählungen (Herausgegeben von Doris Fouquet-Plümacher) Duits 426 bladz uitg. Georg Olms Verlag ISBN 978-3-487-15849-5

http://www.stretto.be/2020/06/05/nikolaus-ludwig-von-zinzendorf-materialien-und-dokumente-die-taglichen-losungen-und-lehrtexte-der-brudergemeine-uitgegeven-door-georg-olms-verlag/