“Messiaen Turangalîla Symphony”, door het Nationaltheater Orchester Mannheim o.l.v. Alexander Soddy, op het label Oehms. Fenomenaal!

Het Sanskrietwoord “Turangalîla” vertaalt zich als dynamiek en vitaliteit. Olivier Messiaen, die een expert was op het gebied van Indiase ritmes, gaf deze titel aan zijn gigantisch opus en noemde het een “Hymne à la joie”. Solisten zijn Tamara Stefanovich (piano) en Thomas Bloch (ondes martenot). “L’Ascension” (1933), “Quatuor pour la fin du Temps” (1940), “Vingt regards sur l’Enfant-Jésus” (1944), “Turangalîla-Symphonie” (1946-48), de opera “Saint François d’Assise, Scènes Franciscaines”, (1979-1983) en de “Messe de la Pentecôte” (1960), het zijn maar enkele van de memorabele composities van Olivier Messiaen. Voor Olivier Messiaen was muziek een voortdurende dialoog tussen ruimte en tijd, tussen klank en kleur, een dialoog die leidt tot eenwording. Tijd is ruimte, klank is kleur, zo stelde hij. Ruimte is een samenstelling van tijdseenheden, samengestelde geluiden bestaan gelijktijdig als een samenstelling van kleuren. “De musicus die denkt, ziet, hoort en spreekt door middel van deze fundamentele concepten”, vervolgde Messiaen, “kan tot op zekere hoogte het hiernamaals, “l’au-delà”, benaderen”.Messiaen deed dit o.a. aan de hand van modern geadapteerde invloeden van de Franse Ars nova (Vitry & Machaut), het Gregoriaans, Indische en antiek-Griekse modi, zijn zeven “Modes à transposition limitées”, “Valeurs ajoutées” en zijn elastische “rythmes non rétrogradables”. In één van zijn sublieme, laatste orkestwerken “Éclairs sur L’Au-delà…”, gecomponeerd tussen 1987-1992, zijn daarenboven geluiden van Australische vogelsoorten verwerkt. Het geheel noemde hij zijn “langage communicable”. Lees voor de gelegenheid eens zijn “Technique de mon langage musical”, Paris, Leduc, 1944.Messiaen werkte het idee van kleuren in muziek uit en ontwikkelde zijn systeem van de 7 “modes à transposition limitée”, die voor hem specifieke kleuren opriepen. Als docent aan de École Normale de Musique, componeerde hij in 1934, drie proefstukken voor de studenten, waaronder het “Morceau de lecture à vue”. Hoewel schijnbaar van weinig belang, zou het thema precies tien jaar later terugkomen als het ‘Liefdesthema’ in Messiaens wellicht belangrijkste pianowerk, “Vingt Regards sur l’Enfant-Jésus”. Kent u overigens “Messiaen au pays de la Meije”? Dit is sedert 1998 de naam van een jaarlijks Messiaen Festival tijdens de zomer in het paradijselijke La Grave in de Franse Hautes-Alpes/région Provence-Alpes-Côte d’Azur. Net zoals het meer van Luzern de gedroomde locatie was en is voor Wagners “Nibelungen”, zo bezit La Grave het natuurschoon “au-delà”, waar Messiaens engelachtige boodschap vervolmaakt wordt.De volgende 40 jaar kwamen de ideeën van het christendom, (Indiase) ritmes, vogelgezang en kleur volledig tot uiting in zijn muziek. “Des canyons aux étoiles” uit 1974 was dienaangaande een hoogtepunt. Dit groots werk voor piano en orkest is een monumentale cyclus van meditaties over de majesteit van God in al zijn schepping. Het vierde en het negende deel van de twaalf delen zijn volledig en uitsluitend voor piano solo. Heel uitzonderlijk in het oeuvre van Messiaen was het resonantie-effect dat werd gecreëerd door in stilte clusters met de onderarm te spelen terwijl korte noten in de rechterhand worden gespeeld, en door volledig klinkende clusters met de palm van de hand te spelen, beide in “Le Moqueur polyglotte” of spotlijster. Opvallend is ook het dicht gekleurd, weelderig vogelgezang, waarbij gebruik werd gemaakt van een combinatie van modaliteit en chromatiek.De Turangalîla-symfonie uit 1946 en 1948, werd gecomponeerd in opdracht van dirigent Serge Koussevitzky voor het Boston Symphony Orchestra. De première met Yvonne Loriod aan de piano en Ginette Martenot aan de Ondes Martenot, vond plaats op 2 december 1949 o.l.v. van de toen 31-jarige Leonard Bernstein. De Franse première vond plaats op 25 juli 1950 in Aix-en-Provence, o.l.v. Roger Désormière, de dirigent van het Nationaal Orkest van Frankrijk.Terwijl de meeste muziek van Messiaen religieus geïnspireerd was, werd de Turangalîla-symfonie gecomponeerd in een periode waarin de componist sterk onder de indruk was van het befaamd Tristanmotief uit Wagners opera (“Handlung”) “Tristan und Isolde”. De symfonie is op te vatten als een meditatie over de vreugde van de liefde. De naam komt uit het Sanskriet, komt van  Turanga en Lîla, wat zoveel betekent als ‘liefdeslied en hymne van vreugde, tijd, beweging, ritme, leven en dood’. Voor het ritme liet hij zich inspireren door de tala uit de Indiase muziek, een ritmische cyclus van een bepaald aantal tellen. In de Hindoestaanse muziek bestaan cycli van minimaal 6 matras (tellen), tot en met een maximum van 28 matras. Elke matra heeft zijn eigen, specifieke klank. Het spetterend, van levensvreugde overlopend, tiendelig meesterwerk is geschreven voor een groot orkest van ruim honderd man, dat uitgebreid werd met een solopiano en met ondes Martenot, die beide een aantal opvallende solopassages moeten spelen, en vereist wel acht tot elf slagwerkers.De Turangalîla-Symphonie is eigenlijk het centraal deel van een trilogie over het thema Tristan en Isolde, het thema van liefde en dood. Het eerste deel van dit drieluik is de cyclus van Harawi-melodieën, gedichten over liefde en dood, en het derde deel is “Cinq Rechants” voor a capella koor. Voor Messiaen was Turangalîla vooral een concertante symfonie. De diversiteit van de partijen, in navolging van de vrijheid die de opdrachtgever hem had gegeven, omvat de houtblazers, het strijkkwintet, het koper inclusief een extra sectie trompetten, maar ook celesta en vibrafoon, die de klank van gamelan oproepen. De aanwezigheid van de ondes Martenot (foto), maar ook van Turkse en Chinese cimbaal, maracas en tam-tam, onderstreept hoezeer Messiaen, als fijn en doordacht  orkestrator, van de overdaad aan een uitgebreid en krachtig orkestpalet hield, om heel nieuwe instrumentale kleurcombinaties te creëren.

De pianoschriftuur is bijzonder virtuoos en bevat veel van de hedendaagse innovaties die Messiaen in die tijd ontwikkelde in andere fresco’s voor dit instrument “Vingt regards sur l’Enfant-Jésus” of “Visions de l’Amen”. De alomtegenwoordigheid van dit instrument en het belang ervan in de partituur maken deze symfonie tot een waar concerto voor piano en orkest. Turangalîlâ drukt tegelijkertijd leven en dood, energie en vreugde, zang, beweging en ritme uit. Messiaen structureerde zijn kolossaal werk met vier hoofdthema’s, die op sleutelmomenten in het werk verschijnen, “thème statue, “théme fleur”, “théme d’amour” en een louter ritmisch thema.

De delen zijn :

Introduction (modéré, un peu vif)

Chant d’amour I (modéré, lourd)

Turangalîla I (presque lent, rêveur)

Chant d’amour II (bien modéré)

Joie du sang des étoiles (vif, passionné, avec joie)

Jardin du sommeil d’amour (très modéré, très tendre)

Turangalîla II (un peu vif – bien modéré)

Développement de l’amour (bien modéré)

Turangalîla III (bien modéré)

Final (modéré, presque vif, avec une grande joie)

De opname is een productie van de Musikalischen Akademie des Nationaltheater Orchesters Mannheim e.V. in samenwerking met het Nationaltheater Mannheim.

Alexander Soddy (°1982) (foto) werd geboren in Oxford en volgde voor hij directie en zang studeerde aan de Royal Academy of Music in Londen, een opleiding tot koorknaap aan Magdalen College in zijn geboortestad. Hij studeerde piano bij Michael Dussek en studeerde vervolgens musicologie en analyse in Cambridge met een koorbeurs van Selwyn College. Na het afronden van zijn studie in 2004, werd hij repetitor en dirigent bij de National Opera Studio in Londen, waar hij werd ondersteund door de Friends of Covent Garden en Scottish Opera. Sinds het seizoen 2016/17 is Soddy algemeen muziekdirecteur bij het Nationaltheater Mannheim en in deze rol is hij ook artistiek directeur van de Musical Academy van het Nationaltheater-Orchester Mannheim e.V. Van 2010 tot 2012 was hij aangesteld als kapelmeester bij de Staatsopera van Hamburg en van 2013 tot 2016 was hij chef-dirigent van het Stadttheater Klagenfurt.

Messiaen Turangalîla Symphony Tamara Stefanovich (piano) Thomas Bloch (ondes martenot) Nationaltheater Orchesters Mannheim Alexander Soddy cd Oehms OC472

http://www.stretto.be/2017/05/13/compleet-oeuvre-van-olivier-messiaen-1908-1992-magistraal/