Toccata’s van Bach op piano

In november 1705 reisde de 20-jarige J. S. Bach te voet naar Lübeck om er in de Marienkirche Dietrich Buxtehude, de onbetwiste meester van het orgel in Noord-Duitsland, te horen spelen. Op dit moment kende de jonge Bach reeds dankzij de ontwikkeling van de muziekuitgeverijen, alle muziekstijlen die toen aan de verschillende Duitse vorstenhoven voorkwamen. Het was de tijd dat de barok in heel Europa hoogtij vierde, maar voor Bach was er één stijl die hem meer dan alle andere typeerde, de “Stylus Phantasticus”, die uit Rome door Frescobaldi was geïmporteerd door zijn leerling Froberger, en waarvan Buxtehude de erfgenaam en laatste grote meester was.

De “Stylus Phantasticus” was bijzonder geschikt voor instrumentale muziek. Het was bedoeld om het genie van de improvisator te benadrukken, zijn vermogen om voortdurend verbazingwekkende harmonische sequenties te ontwikkelen, zich plotseling van een fugue naar een freesectie en omgekeerd te verplaatsen, het geheel in een virtuositeit. Deze stijl is te vinden in Bachs vroege klaviercomposities, gecomponeerd in Arnstadt en tijdens zijn vroege jaren in Weimar.

Het was in die tijd dat hij zijn eerste Toccatas BWV910-916 voor klavier componeerde. Ze vormden geen cyclus en werden op verschillende momenten gecomponeerd, waarschijnlijk tussen 1705 en 1714. Ze werden samen gebracht door zijn broer Johann Christoph in het “Andreas Bachbuch”, en werden pas gepubliceerd na Sebastians overlijden. Van zeer verschillende lengtes en complexiteit, zijn ze virtuoos en fris en zijn het stuk voor stuk kleine meesterwerken.

Toccata hoorde qua vorm thuis in de categorie van het Noord-Duitse, 17de-eeuwse, meerdelige ‘prealudium-pedaliter’ en qua stijl in die van de ‘Stylus phantasticus’ (vrije fantastische stijl). Deze stijl werd in de tweede helft van de 17de eeuw door Vincent Lübeck, Johann Adam Reincken (beiden uit Hamburg), Dietrich Buxtehude (uit Lübeck) en Nicolaus Bruhns (uit Hussum) tot op grote hoogten gebracht.

Het woord ‘toccata’, afgeleid van het Italiaanse “toccare” wat ‘aanraken’ betekent, duidde op een compositie met een sterk virtuoze inslag. Vrijwel alle klavecimbeltoccata’s van Bach werden in de Stylus Phantasticus gecomponeerd. Dit is verklaarbaar uit het feit dat het orgel van de hofkapel in Weimar wegens reparatie en uitbreiding een tijd lang onbespeelbaar was. Mogelijk kreeg Bach van zijn adellijke broodheren de opdracht om in kleiner verband, in salons van met name het ‘Rote Schloss’ (net buiten het grote stadskasteel gelegen), op de voor hem normale, favoriete manier te musiceren volgens de vrije fantastische stijl.

Athanasius Kircher (1602-1680) beschreef de “Stylus phantasticus” in zijn traktaat “Musurgia Universalis” reeds als de meest vrije en ongehinderde methode voor compositie, aan niets gebonden, noch aan tekst noch aan een muzikaal thema. De stijl is gerelateerd aan de improvisatie, maar wordt gekenmerkt door het gebruik van korte contrasterende episodes en een vrije vorm”. Ook Johann Mattheson (1681-1764) noemde de “Stylus Phantasticus” de meest vrije en ongebonden manier van componeren.

In zijn “Musurgia Universalis” (1650) beschrijft Kircher zijn ideeën over muziek. Hij geloofde dat de harmonie in muziek de proporties van het universum weerspiegelden. In het boek staat een ontwerp van een door stromend water aangedreven, zelf spelend orgel, de muzieknotatie van vogelzang en tekeningen van muziekinstrumenten. In “Phonurgia Nova” (1673) filosofeerde Kircher over de mogelijkheid om muziek naar verre locaties te verzenden. Een deel van zijn rijke muziekinstrumentenverzameling maakt tegenwoordig deel uit van het Nationaal muziekinstrumentenmuseum in Rome.

Belangrijke navolgers van de “Stylus phantasticus” waren de organist en componist Girolamo Frescobaldi (1583-1643) uit Rome en zijn Oostenrijkse leerling, Johann Jakob Froberger (1616-1667) die deze opvallend, nieuwe wijze van musiceren in Noord-Europa introduceerde. In orgelcomposities en vooral orgelimprovisaties van de Noord-Duitse musici Johann Adam Reincken (1643-1722) uit Hamburg en Dietrich Buxtehude (1637-1707) uit Lübeck, kwamen het breed-uitgesponnen Praeludium-pedaliter en de omvangrijke Noord-Duitse koraalfantasie van de “stylus phantasticus”, op monumentale wijze tot uitdrukking. Bach was de laatste grote musicus die deze “fantastische stijl” beheerste.

Amandine Savary, de pianiste van het beroemde Dali Trio, koos deze frisse, virtuoze werken voor haar eerste solo-cd. Ze gaf in dit repertoire uitdrukking aan haar perfecte beheersing van het klavier en met haar hele gamma van haar gevoeligheid, gaf ze Bachs geweldige momenten van muzikale emotie weer. Een schitterende cd!

Bach Toccatas Amandine Savary cd muso mu-007

http://www.stretto.be/impromptus-van-schubert/