Joseph Haydn, “Masses” op 4 cd’s van het label Hänssler. Indrukwekkend mooi!

Joseph Haydn speelde een grote rol in de ontwikkeling van de symfonie en het Strijkkwartet, maar droeg ook veel bij aan het genre van de mis. Op deze release zijn acht van zijn missen bijeengebracht. Enkele van deze componeerde hij voor de familie Esterhazy, van wie hij de kapelmeester en de hof componist was.

Joseph Haydn componeerde 15 missen, waarvan er zes, de missen nrs. 9 t.e.m. 14, gecomponeerd werden voor de familie Esterházy, in het bijzonder voor de viering van de naamdag van Prinses Maria Hermengilde (foto), de echtgenote van Prins Nikolaus II.(foto) In 1755 kreeg de toen 23-jarige Haydn, dankzij graaf von Fürnberg, een vaste betrekking als kapelmeester aan het hof van graaf von Morzin in Lukawitz. In 1761 werd het orkest opgeheven en kwam Haydn naar Eisenstadt, in dienst van vorst Paul II Anton Esterházy. Deze overleed echter een jaar later en werd door zijn broer Nicolaus Joseph I opgevolgd. Nicolaus Joseph I begon in 1763 aan de uitbreiding van het slot in Eszterháza (nu, Fertöd) in klassieke stijl, inclusief een concertzaal voor 400 personen. Hierdoor kreeg het slot de bijnaam “Hongaars Versailles”. Hij stichtte verder de muziekschool in Eisenstadt en nam in 1766 Joseph Haydn in dienst als kapelmeester.

De Esterházy’s waren grote cultuurliefhebbers die over een vorstelijk orkest beschikten. Hoewel Haydn weinig in contact stond met grote muziekcentra als Wenen, verwierf hij toch faam door de vele voorname gasten die bij de vorst op bezoek kwamen. Na het overlijden van vorst Nicolaus in 1790, ging Haydn naar Londen.

Tijdens zijn tweede bezoek aan Londen, aan het begin van de zomer van 1794, ontving Haydn een brief van Prins Nicolaas II Esterházy die zijn in januari 1794 overleden vader, Prins Anton I Esterházy, had opgevolgd. Anton I had weinig belangstelling voor muziek getoond. Hij was geconfronteerd met hoge schulden en voerde drastische bezuinigingsmaatregelen door, waarbij hij onder andere de reeds lang voor de familie werkende Joseph Haydn had ontslagen. Nikolaus II daarentegen wilde het muziekleven aan het hof weer nieuw leven inblazen. Hij stelde Haydn voor om terug te keren en het orkest, het koor en de solisten weer in ere te herstellen. Daarnaast zou hij jaarlijks, als enige activiteit als componist, een mis moeten componeren om de naamdag van zijn vrouw, Prinses Maria Josepha Hermengilde Esterházy, te vieren. Haydn verkoos de zekerheid van een vaste aanstelling in Esterhaza ondanks de grote inkomsten van Londen, aanvaardde het aanbod en keerde naar Esterhaza terug. Het resultaat van deze hemelse beslissing, is als het ware deze 4 cd box.

De uitgave begint met de “Missa Cellensis in honorem Beatissimae Virginis Mariae”, die gecomponeerd werd in 1766 nadat Haydn gepromoveerd was tot Kapellmeister in Esterhaza. De mis is gewijd aan het pelgrimsoord Mariazell in Stiermarken. Als laatste op de release, één van de  populairste missen van Haydn, zijn “Missa in tempore belli”, de Mis in tijden van oorlog. Het werk staat ook bekend als de “Paukenmis” vanwege het gebruik van pauken. Hij componeerde het werk in augustus 1796 toen Oostenrijk zich mobiliseerde voor de oorlog. Als gevolg van de moeilijke stemming van deze tijd, heeft Haydn verwijzingen naar gevechten geïntegreerd in de Benedictus- en Agnus Dei-bewegingen.

Op de 4 cd’s staan 8 Missen :

Missa Cellensis in C, Hob. XXII:8 (bijgenaamd “Mariazeller Messe” voor sopraan, alt, tenor en bas, koor, orkest en orgel), 1782

Missa brevis in F, Hob. XXII:1 (voor twee sopranen, koor strijkers en orgel), 1749

Missa in d, Hob. XXII:11 (bijgenaamd “Nelsonmesse” of Nelsonmis, Missa in angustiis, Imperial Mass of Krönungsmesse; voor sopraan, alt, tenor en bas, koor, trompetten, pauken, strijkers en orgel), 1798

Missa in Bes, Hob. XXII:13 (bijgenaamd “Schöpfungsmesse” voor sopraan, alt, tenor en bas, koor, orkest en orgel), 1801

Missa in Bes, Hob. XXII:14 (bijgenaamd “Harmoniemesse” voor sopraan, alt, tenor en bas, koor, orkest en orgel), 1802

Missa Sancti Bernardi von Offida in Bes, Hob. XXII:10 (bijgenaamd “Heiligmesse” voor sopraan, alt, tenor en bas, koor, orkest en orgel), 1796

Missa in Bes, Hob. XXII:12 (bijgenaamd “Theresienmesse” voor sopraan, alt, tenor en bas, koor, orkest en orgel), 1799

Missa in tempore belli in C, Hob. XXII:9 (bijgenaamd “Kriegsmesse” of Paukenmesse/’  voor sopraan, alt, tenor en bas, koor, orkest en orgel), 1796.

De Missa Cellensis (Hob. XXII:8), bijgenaamd “Mariazeller Mis”, werd gecomponeerd in opdracht van Anton Liebe von Kreutzner, een in de adelstand verheven gepensioneerde legerofficier. De mis zou bestemd kunnen geweest zijn voor de vieringen rond het toetreden tot de adelstand. De mis is dan waarschijnlijk uitgevoerd in de kerk in Wenen die in verband stond met de pelgrimages in Mariazell; de kerk in Mariazell zelf had namelijk beperkte muzikale voorzieningen voor een dergelijke mis. Een andere verklaring is dat Liebe von Kreutzner de mis bestelde als lid van het genootschap dat verantwoordelijk was voor de ceremonies van de pelgrimages naar Mariazell, los van zijn verheffing in de adelstand. Hoe dan ook, het handschrift vermeldt “Missa Cellensis Fatta per il Signor Liebe de Kreutzner”.

De authenticiteit van de Missa brevis in F blijkt uit Haydns eigen beschrijvingen. Hij nam het jeugdwerk – hij was 18 jaar toen hij het werk componeerde – in 1798-1799 op in zijn “Entwurf-Katalog” als Missa brevis in F. a due Soprani. In 1805-1806 schreef hij op de orgelpartij “di me Giuseppe Haydn mpria 1749”. In 1805 begon hij blaasinstrumenten toe te voegen, waarschijnlijk met het oog op publicatie. De partijen voor fluit, twee klarinetten, twee fagotten, twee trompetten en pauken zijn echter niet van de hand van Haydn zelf (misschien van Joseph Heidenreich), mogelijks gebaseerd op Haydns schetsen. De mis is tijdens Haydns leven niet gepubliceerd.

De Missa in d, Hob. XXII:11 kreeg in 19de eeuw de naam “Nelsonmis” toen men specifieke gebeurtenissen wilde verbinden aan de mis. Tijdens de compositie van de mis versloegen de Britten nl. onder leiding van Nelson, de vloot van Napoleon in de Slag bij Aboukir in de zomer van 1798. Deze gebeurtenis werd verbonden met de mis van Haydn. Het gebruik van trompetten in het Benedictus zouden de symbolische verklaring van Nelsons overwinning zijn. Maar het nieuws van de overwinning bereikte Oostenrijk pas in september, nadat Haydn de mis al had voltooid. Twee jaar later bezocht Admiraal Nelson Prins Esterházy in Eisenstadt, in gezelschap van de diplomaat, vulkanoloog en archeoloog Sir William Hamilton en Lady Emma Hamilton, Sir Williams echtgenote en Nelsons minnares.

Het gezelschap woonde een uitvoering van de mis ter ere van hen bij, en mogelijks ook van het Te Deum in C. Nelson zou Haydn zijn gouden zakhorloge hebben gegeven in ruil voor de pen waarmee Haydn componeerde. Lady Hamilton, een niet onverdienstelijke sopraan, vereerde Haydn sinds zijn bezoek aan Engeland en had nu de kans zich door hem te laten begeleiden op pianoforte. Haydn schonk haar het handschrift van een cantate voor sopraan en klavier “Lines from the Battle of the Nile”, die hij speciaal voor haar had gecomponeerd, en een eerbewijs was aan Nelson.

Ook de bijnaam van de Missa in Bes, Hob. XXII:13, “Schöpfungsmesse”, stamt uit de 19de eeuw. In het Gloria had Haydn nl. de liturgische tekst “Qui tollis peccata mundi” getoonzet op de vrolijke melodie van het duet van Adam en Eva uit “Die Schöpfung” (“Der thauende Morgen, o wie ermüttert er!”) (Hob.XXI:2). Het orkest citeert deze muziek met dezelfde instrumentatie, inclusief de hoornpartijen.

De bijnaam “Harmoniemesse” van de Missa in Bes (Hob. XXII:14) is niet van Haydn, maar dateert eveneens uit de 19de eeuw. De bijnaam sloeg op de instrumentale bezetting, met naast de strijkers een volledige blaassectie. In Oostenrijk noemde men muziek voor blaasinstrumenten “Harmoniemusik”. Vandaar.

De naam waarnaar in de “Missa Sancti Bernardi von Offida” wordt verwezen, Bernardi d’Offida (1604-1694), was een 17de -eeuwse kapucijner monnik die in 1795 zalig werd verklaard door Paus Pius VI. De Kapucijnen vierden het feest van Bernardo op 11 september, dat in 1796 samenviel met het Feest van de Allerheiligste Naam van Maria. Prinses Marie Hermenegilda vierde gewoonlijk haar naamdag op die dag en het is hoogstwaarschijnlijk dat de mis voor het eerst op die dag is uitgevoerd. De vieringen rond de naamdag van de prinses dat jaar omvatten ook andere toneel- en opera-uitvoeringen, “Das rotte Käpchen” van Dittersdorf, Mozarts “Zauberflöte” en een toneelstuk, “Alfred”, met muziek van Haydn.

De bijnaam, “Heiligmesse”, is dan weer afkomstig van het woord “Heilig” dat Haydn in de kantlijn van de tenorpartij schreef. Het woord verwees naar een bekende Duitse hymne “Heilig, Heilig, Heilig” dat Haydn in het Sanctus had opgenomen.

De Oostenrijkse keizerin Maria Theresia was een groot liefhebster van Haydns muziek en verwierf de Missa in Bes (Hob. XXII:12) al snel voor haar bibliotheek. Bij een uitvoering in de Weense hofkapel in mei 1800 zong de keizerin de sopraansolo. Dit heeft ertoe geleid dat lang is gedacht dat Haydn het werk speciaal voor de keizerin componeerde, vanwaar de bijnaam “Theresienmesse”. In werkelijkheid componeerde Haydn ook deze Mis voor prinses Maria Josepha Hermengilde Esterházy, voor de uitvoering op of rond haar naamdag. De Mis werd bijgevolg uitgevoerd in de Bergkirche in Eisenstadt.

Tijdens de bedreigende oorlogssfeer en tegen de achtergrond van de Eerste coalitieoorlog, ontstond de “Paukenmis”. Voor het eerst sinds 1683, was er opnieuw sprake van reëel gevaar van een invasie van het kerngebied van het Oostenrijkse rijk door de Ottomanen. De verdrijving van de Turken was voor de Oostenrijkers een belangrijke gebeurtenis die jaarlijks tijdens de Heilige Naam van Maria op 12 september werd herdacht. Met processies en speciale missen werd de overwinning levend gehouden en met kerkmuziek, met name missen en toonzettingen van het Te Deum met ongebruikelijk prominente partijen voor trompetten en pauken die de dreiging van en de overwinning in de oorlog moesten oproepen.

De “Paukenmis” werd op 26 december 1796 onder leiding van de componist voor het eerst uitgevoerd in de Piaristenkirche Maria Treu in Wenen als onderdeel van de plechtige wijding van Joseph Franz von Hofmann, de Keizerlijke en Koninklijke Algemene Betaalmeester. Op vrijdag 29 september 1797 leidde Haydn in Eisenstadt opnieuw een uitvoering als onderdeel van de activiteiten met kerkdiensten, concerten, toneelstukken en banketten, rond de naamdag van Prinses Maria Josepha Hermengilde. De bijnaam “Paukenmis” kwam voort uit de paukensolo in het Agnus Dei.

De Missa Cellensis (Hob. XXII:8), bijgenaamd “Mariazeller Mis”, werd gecomponeerd in opdracht van Anton Liebe von Kreutzner, een in de adelstand verheven gepensioneerde legerofficier. De mis zou bestemd kunnen geweest zijn voor de vieringen rond het toetreden tot de adelstand. De mis is dan waarschijnlijk uitgevoerd in de kerk in Wenen die in verband stond met de pelgrimages in Mariazell; de kerk in Mariazell zelf had namelijk beperkte muzikale voorzieningen voor een dergelijke mis. Een andere verklaring is dat Liebe von Kreutzner de mis bestelde als lid van het genootschap dat verantwoordelijk was voor de ceremonies van de pelgrimages naar Mariazell, los van zijn verheffing in de adelstand. Hoe dan ook, het handschrift vermeldt “Missa Cellensis Fatta per il Signor Liebe de Kreutzner”.

De uitvoerders zijn Michel Brodard (bas), Ingeborg Danz (alt),  Christoph Prégardien (tenor),  Ruth Ziesak (sopraan), Letizia Scherrer (Sopraan), Michael Nagy (bas), Markus Eiche (bas), Michael Nagy (bas), Maximilian Schmitt (tenor), Letizia Scherrer (Sopraan), Corby Welch (tenor), Simona Hecova (Sopraan), Ingeborg Danz (alt), Yorck Felix Speer (bas), Roxana Constantinescu (alt), Lothar Odinius (tenor), Markus Eiche (bas), Thomas Hamberger (bas), Anne Buter (Mezzo Sopraan), Christoph Genz (tenor), Priska Eser-Streit (sopraan) het Ensemble Rebel, het New York Trinity Church Choir, de Gächinger Kantorei en het Chamber Orchester uit Stuttgart, het Bach Collegium, het Orpheus Choir Munich en het Munich Court Orchestra en het Oregon Bach Festival Orchestra, alles o.l.v. Helmuth Rilling,  Owen Burdick en Gerd Guglhör. Indrukwekkend!

Joseph Haydn Masses diverse uitvoerders 4 cd Hänssler Classic 15017 

http://www.stretto.be/2019/11/12/haydns-missa-cellensis-in-honorem-beatissimae-virginis-mariae-door-het-rias-kammerchor-en-de-akademie-fur-alte-musik-berlin-o-l-v-justin-doyle-op-het-label-harmonia-mundi-top/