Haydns “Missa Cellensis in honorem Beatissimae Virginis Mariae” door het RIAS Kammerchor en de Akademie Fur Alte Musik Berlin o.l.v. Justin Doyle, op het label harmonia mundi. Top!

Joseph Haydn componeerde tussen 1749 en 1805, 15 missen, waarvan er zes, de missen 9 t.e.m. 14, gecomponeerd werden voor de familie Esterházy, in het bijzonder voor de viering van de naamdag van Prinses Maria Hermengilde, de echtgenote van Prins Nikolaus II. De Missa Cellensis in honorem Beatissimae Virginis Mariae Hob. XXII: 5 was de vijfde mis die Haydn componeerde.

Tijdens zijn tweede bezoek aan Londen aan het begin van de zomer van 1794, ontving Haydn een brief van Prins Nicolaas II Esterházy die de in januari 1794 overleden Prins Anton I Esterházy had opgevolgd. Nikolaus II wilde het muziekleven aan het hof weer nieuw leven inblazen. Hij stelde Haydn voor om terug te keren en het orkest, het koor en de solisten weer in ere te herstellen. Daarnaast zou hij jaarlijks, als enige activiteit als componist, gezien zijn ervaring binnen het genre, een mis moeten componeren om de naamdag van zijn vrouw, Prinses Maria Josepha Hermengilde Esterházy, te vieren. Haydn aanvaardde het aanbod en keerde naar Esterhaza terug.

Haydns eerste vier Missen waren de Missa brevis in F, Hob. XXII:1 voor twee sopranen, koor strijkers en orgel, gecomponeerd rond 1749 (er bestaat een tweede versie met blazers en pauken uit 1805 maar van deze is het niet zeker of het van Haydn is), de Missa ‘Sunt bona mixta malis’ in d, Hob. XXII:2 voor koor, gecomponeerd rond 1767-1769, de Missa ‘Rorate coeli desuper’ in G, Hob. XXII:3; gecomponeerd ca. 1748 (dit werk werd in 1957 teruggevonden), en een Mis in G, Hob. ii.73 voor koor, violen en orgel.

Haydn componeerde twee Missen met de naam “Missa Cellensis”. Daarenboven was vanaf rond 1800, de “Missa Cellensis in honorem Beatissimae Virginis Mariae”, gecomponeerd in 1766, bekend als de Missa Sanctae Caecilia (Ceciliamis). De bijnaam “Cecilia” zou een uitvoering kunnen doen vermoeden tijdens een van de vieringen van de Cecilia Congregatie in Wenen op de feestdag van de Heilige Cecilia op 22 november. In 1975 werd in Roemenië echter een fragment van het handschrift gevonden van het Kyrie. Daaruit bleek dat de afgekorte titel “Missa Cellensis”, de mis verbond met de pelgrimskerk in Mariazell in Stiermarken. Zell of Celle werd het Latijnse Cellensis. Ook Haydn ging er op bedevaart. Haydn had de mis onder die titel opgenomen in zijn Entwurf-Katalog, maar men heeft deze mis lang aangezien voor de andere Missa Cellensis (Hob. XXII: 8) uit 1782, bijgenaamd “Mariazeller Mis”.

Opvallend is dat Haydn conventionele en moderne of modieuze vormen in zijn mis combineerde. Het Kyrie opent ingetogen met een largo, waarop direct een allegro volgt met opgewekte sterk versierende violen en onstuimige fanfares van trompetten, begeleid door pauken. Anders is de sfeer van het Christe, een allegretto voor tenorsolo, waarin Haydn teruggreep naar de Italiaanse kerkmuziek van de tweede helft van de 18de  eeuw, zoals bijvoorbeeld in de imitaties tussen de eerste en tweede viool. Het tweede Kyrie is een fuga in vivace tempo. De fuga als vorm keert viermaal terug in de mis, in het Gloria en in het Credo, en in het Gratias en het Dona nobis pacem. Het In gloria Dei Patris sluit het Gloria af met een groots opgezette fuga.

In het Credo wordt het woord ‘credo’ verschillende malen herhaald. In Haydns mis wordt het steeds gezongen door de sopraan. Het Credo is in drie delen, met een snelle opening, voor sopraan en koor en het Et incarnatus est voor tenor solo, gevolgd door een lang uitgewerkt Crucifixus. Een grote krachtige fuga voor het Et resurrexit voor sopraan en tenor met koor, sluit het Credo af. Het Sanctus en het Benedictus met partijen voor twee hoorns en fagot, componeerde hij beide voor koor. Een krachtige fuga voor Dona nobis pacem sluit het Agnus Dei af.

Een gedroomde compositie voor de Engelse koorspecialist, Justin Doyle (foto), de gewezen chorister van Westminster Cathedral, choral scholar aan King’s College, Cambridge, en gastprofessor koordirectie aan de Hochschule für Musik Hanns Eisler in Berlijn. De vocale solisten zijn Johanna Winkel (sopraan), Benjamin Bruns (tenor), Sophie Harmsen (alt), en Wolf Matthias Friedrich (bas). In deze interpretatie vol levendige contrasten, bevestigen het RIAS Kammerchor en de Akademie für Alte Musik hun buitengewoon vermogen om elke subtiliteit van de compositie met opera-achtige energie te vertolken. Schitterend! Deze uitvoering is top en is niet te missen!

Haydn Missa Cellensis in honorem Beatissimae Virginis Mariae Rias Kammerchor Akademie Fur Alte Musik Berlin Justin Doyle cd harmonia mundi HMM 902300

http://www.stretto.be/2018/05/20/joseph-haydn-masses-op-4-cds-van-het-label-hanssler-indrukwekkend-mooi/