“Nouvelles Suites de clavecin” van Louis Couperin en François Couperin, “L’Alchimiste”, door Christophe Rousset en Bertrand Cuiller op harmonia mundi. Aanraders.

De 2 cd box, “L’Alchimiste”, is vol. 1 van een nieuwe, complete opname van het werk voor klavecimbel van François Couperin. In dit eerste volume tekent Bertrand Cuiller met een uitgebreide selectie uit de “Ordres”, met alliteraties, dubbele betekenissen en parodieën, het portret van een mysterieuze alchemist, een miniatuurtheater van de wereld, vrij geïnspireerd door de raadselachtige wereld van het theater. Christophe Rousset stelt op zijn beurt de dansen uit de “Nouvelles Suites” van Louis Couperin voor.

Louis Couperin (1626-1661) uit Chaumes-en-Brie, de neef van de beroemde François Couperin, was klerk in Chaumes en later in het nabijgelegen Beauvoir. In 1650 of 1651 brachten de broers Louis, François (bijgenaamd l’Ancien) en Charles Couperin, met enkele vrienden, een serenade in het kasteel van Chambonnières op de naamdag van diens bewoner, de componist Jacques Champion de Chambonnières, de grondlegger van de Franse klavecimbel school. Die was gecharmeerd en introduceerde de violist en componist van het werk, Louis, in Parijs aan het hof. Het is waarschijnlijk dat de Chambonnières, Louis Couperins leraar was. Louis Couperin vestigde zijn naam als componist met zijn vele klavecimbelwerken. De meeste van die composities zijn bewaard gebleven in het zogenaamd Bauyn-manuscript, deels in de universiteitsbibliotheek van Berkeley/Californië, en deels in het bezit van de Bibliothèque Nationale in Parijs. Het manuscript is samen met het Parville manuscript en het Manuscrit de Mademoiselle de la Pierre, de belangrijkste verzameling van 17de eeuwse, Franse klavecimbelmuziek. Het manuscript uit de tweede helft van de 17de eeuw, was oorspronkelijk in het bezit van André Bauyn, chevalier, seigneur de Bersan, van waar de naam.

In zijn klavecimbelwerken met de vele versieringen en de typische ‘style brisé’, gaf Louis Couperin niet alleen blijk van groot vakmanschap, hij onderscheidde zich ook, vooral in zijn passacailles en chaconnes, door zijn originele, onverwachte akkoorden, muzikale verrassingen, buitengewone melodielijnen en cadensen, die nog steeds uitzonderlijk en modern klinken.

De werken kunnen door de uitvoerder volgens hun toonaard, tot suites of “Ordres” gegroepeerd worden. De bewegingen, veelal gestileerde dansvormen, worden vooraf gegaan door een “prélude non mésuré” (zonder maatstrepen). In de loop van de zeventiende eeuw, verving het klavecimbel nl. stilaan de luit en nam het klavecimbel een aantal speeltechnieken van de luit over, zoals gebroken akkoorden (‘le style luthé’ of ‘brisé’). De eerste “préludes non mesurés” verschenen rond 1650, en waren van de hand van Louis Couperin. Zijn préludes werden genoteerd in notengroepjes, verbonden door langgerekte, golvende rondingen (foto). Ook Nicolas Lebègue noteerde met behulp van verschillende notenwaarden zijn ongemeten preludes. In zijn boek met klavecimbelstukken, gepubliceerd in 1677, werden de eerste ongemeten preludes gedrukt, deze van Louis Couperin bleven manuscripten.

Op het hoogtepunt van zijn carrière werd François Couperin (1668-1733) beschouwd als een klavecimbel- en orgelcomponist en leraar, die zijn gelijke niet had. Ook internationaal was hij bekend. Bach nam zelfs zijn “Les Bergeries” (6è ordre, tweede boek) op in zijn “Notenbüchlein für Anna-Magdalena Bach”. Zijn klavecimbel boeken met in totaal ruim 240 stukken, verschenen vanaf 1713. Couperin rangschikte zijn stukken volgens toonaard en noemde zijn ordening, “Ordres”. Het “Premier Livre de Clavecin” uit 1713 werd gecomponeerd in de lijn van de toen gangbare klavecimbel stijl in Frankrijk. Vanaf het tweede boek waren de composities veel typischer en duidelijker ‘Couperin’, sterk individuele karakterstukken met een zeer sterke melodie. Het derde klavecimbelboek verscheen in 1722, met daar in opgenomen de vier “Concerts royaux”. “Les goûts réünis ou Nouveaux concerts” kwamen in 1724 uit, doorgenummerd van vijf tot veertien, als het vervolg op de “Concerts royaux”.

Op de beide cd’s, “L’Alchimiste”, staan gestileerde dansen en onderhoudende programmastukjes uit de vier boeken “Livres de Pièces de clavecin” van François Couperin, bv. “Les Tricoteuses”, “La Divine Babîche, ou les Amours badins” of “La Belle Javotte jadis l’Infante”. In de laatst episode van “La Croüilly ou la Couperinette” (het zesde stuk uit de vingtième ordre), krijgt Bertrand Cuiller het gezelschap van Isabelle Saint-Yves op basse de viole. Bertand Cuiller bespeelt een klavecimbel van Philippe Hameau, een copie van een anoniem model uit de 17de eeuw. Op de beide cd’s met de “Nouvelles Suites” van Louis Couperin, bespeelt Christophe Rousset daarentegen een klavecimbel uit 1652 van Ioannes Couchet uit Antwerpen, behorend tot de collectie van het “Musée de la musique” in Parijs. Twee bijzonder waardevolle uitgaven.

Louis Couperin Nouvelles Suites de Clavecin Christophe Rousset 2 cd harmonia mundi HMM 902501.02François Couperin L’Alchimiste Un petit théâtre du monde Bertrand Cuiller 2 cd harmonia mundi HMM 902375.76