Het Italiaans Trecento door “La Fonte Musica” en “La Morra” op de labels Alpha en Ramée. Wonderbaarlijk mooi!

Naar de bron van de polyfonie

La Fonte musica, opgericht in 2005, is een ensemble gespecialiseerd in laat middeleeuwse muziek op authentieke instrumenten. Het werd opgericht door Michele Pasotti om de muziek van de verbazingwekkend muzikale periode van het einde van de middeleeuwen tot het begin van het humanisme (ca. 1320-1440) te interpreteren, met bijzondere aandacht voor het Italiaans Trecento (14de eeuw). Aan de basis van elk project van La Fonte musica ligt filologisch onderzoek. Centraal binnen de interpretatieve idee van La Fonte musica staat het humanistisch imperatief “tornare alle fonti”, naar de bron (van de middeleeuwse polyfonie), naar de diepere betekenis van de teksten. Zij willen de muzikale grammatica van experimentele en verfijnde muziek vertalen.

Ars Nova en Ars Subtilior

De concerten van La Fonte musica worden gekenmerkt door vocale en instrumentale virtuositeit die de complexiteit, details en gedurfde experimenten, typisch voor de Ars Nova en de Ars Subtilior, overbrengen. De schitterende musici zijn Michele Pasotti, luit en directie, de sopranen Francesca Cassinari en Alena Dantcheva, de tenor Gianluca Ferrarini, Efix Puleo, viella da braccio, Teodoro Baù en Marco Frezzato, viella da gamba, Federica Bianchi, clavisimbalum en gotisch orgel, Marco Domenichetti, fluiten, Marta Graziolino, harp en Ermes Giussani, trombone.

Het begon met Visconti

Op elk concert wordt het ensemble door publiek en critici geprezen voor de precisie van hun intonatie, hun diep inzicht in de partituren en teksten, en een aanstekelijke, communicatieve energie. La Fonte musica organiseerde in samenwerking met de universiteit van Pavia, een internationale, musicologische bijeenkomst over “Muziek en kunst in de Visconti gebieden”. Hun daaruit voortkomend, eerste opname project “Le Ray au Soleyl. Musica alla corte pavese dei Visconti (1360-1410)”, verscheen in april 2011 en werd uitgegeven door ORF/Alte Musik. Het gerenommeerd muziektijdschrift Diapason beoordeelde de cd met 5 diapasons en noemde het een indrukwekkende eerste cd. Ook andere critici hebben deze cd zeer positief beoordeeld. La Fonte musica registreerde haar tweede cd “Metamorfosi ‘300. Trasformazioni del mito nell’Ars Nova” in 2015.

Franse invloed

Voor de muziek betekende het Trecento een periode van sterke activiteit in Italië, gestimuleerd door veelvuldige contacten en uitwisseling met Franse musici en componisten. De term Trecento verwijst naar de Ars nova (polyfonie) in Italië, onder invloed van de toenmalige Franse muziek. De nadruk kwam te liggen op wereldlijke liederen (in het bijzonder liefdeslyriek) en veel van de ons overgeleverde muziek uit die tijd was polyfoon. Vooral de melodievorming van de kunst van de troubadours die in de vroege 13de eeuw naar Italië kwamen vanwege de vervolging van de Albigenzen, had grote invloed.

Bizar en chromatisch

Liedvormen uit de Trecento-periode waren Caccia met klanknabootsingen, Madrigaal en Ballata. Componisten waren Francesco Landini, Gherardello da Firenze, Andrea , Giovanni en Paolo da Firenze (Paolo Tenorista), Donato da Cascia, Niccolò da Perugia, Maestro Piero, Bartolino da Padova, Giovanni da Cascia en Vincenzo da Rimini. Op de cd staat ook werk van de Machaut, Vitry en Solage. Solage (ca.1340-ca.1400) was in dienst van hertog Jan van Berry. Daarom is er werk van hem aanwezig in het Chantilly-manuscript. Hij componeerde in de extreme, soms bizarre en chromatische stijl van de Ars Subtilior, typisch voor het pauselijk hof in Avignon tijdens het Groot Schisma (1378-1417). Typische voorbeelden van de Ars Subtilior zijn te vinden in de Squarcialupi Codex.

Centrum Firenze

Het centrum van muzikale activiteiten verplaatste zich in het midden van de 14de eeuw meer naar het zuiden, naar Firenze, het cultureel centrum van de vroeg Renaissance. Kenmerkend voor de volgende generatie van componisten (de meesten van hen waren Florentijnen), was een voorkeur voor de Ballata. Net als de verwante Franse virelai, bestond de ballata uit twee delen met een AbbaA stuctuur. In zijn “Decamerone”, vertelt Boccaccio bvb. hoe in 1348, wanneer de Zwarte Dood Firenze teisterde, een groep vrienden bijeen kwam om verhalen te vertellen en ballata’s te zingen met instrumentale begeleiding.

Drie generaties componisten

Een groot deel van de vroegste meerstemmige, wereldlijke vocale muziek van het Trecento is te vinden in de Rossi Codex en bevat muziek van de eerste generatie componisten. Hoewel veel werken van deze generatie anoniem waren, worden veel werken toegeschreven aan Piero en Giovanni da Cascia. Andere componisten van de eerste generatie waren Vincenzo da Rimini en Jacopo da Bologna, componisten verbonden aan de hoven van het noorden van Italië, met name Milaan en Verona. Een aantal obscure namen overleven in latere bronnen, zoals Bartolo da Firenze (1330-1360). De laatste generatie van componisten van het tijdperk waren Niccolò da Perugia, Bartolino da Padova, Andrea da Firenze, Paolo da Firenze, Matteo da Perugia en Johannes Ciconia, die geen Italiaan was. Ciconia was waarschijnlijk afkomstig uit Luik.

Kunst van het vertellen

Sinds de 14de eeuw, dronk muziek van de bron van mythen. Wanneer componisten niet de heilige geschiedenis of de verhalen rond Christus toonzetten, wendden ze zich tot de mythen als de kunst van voorbeeldige verhalen. Metamorfosi Trecento is een muzikale verkenning van die mythen en van de polyfonie van de late Middeleeuwen. Luitist Michele Pasotti en de zangers en instrumentalisten brengen deze wonderlijke verhalen weer tot leven met schoonheid en kunstzinnigheid.

Hoofse liederen

Metamorfosi Trecento is de titel van een muzikaal onderzoek naar deze klassieke mythen die herleefden in de laatmiddeleeuwse polyfonie. Oude mythen, vooral overgedragen door de Metamorfosen van Ovidius, middeleeuwse vertalingen en bewerkingen, verschenen in verschillende composities van het Ars Nova repertoire. In de teksten van de hier opgenomen chansons begonnen mythen hun morele functie te verliezen en begonnen ze de hoofse liefde te dienen.

Metamorfosen

De teksten vertellen over metamorfosen of gedaanteverwisselingen. Zo is er de geschiedenis van Dafne, die ervan droomde een boom te worden om te ontsnappen aan Apollo (“Quel perseguita”), Philomene, omgevormd tot een nachtegaal, of Orpheus, die wilde dieren kon betoveren maar niet kon reizen in het rijk van de doden zonder de liefde te verliezen. (“Non sono dolce”). Er is het prachtig verhaal van Calisto, bemind door Jupiter en omgevormd tot een beer om vervolgens het sterrenbeeld Ursa Major te worden (Calextone), en er is de ongelukkige liefde tussen Ariadne en Theseus met het fataal labyrint, omgezet in een politieke allegorie. We horen van Medusa en haar verschrikkelijke blik, Diana en haar onfortuinlijke minnaar Acteon (“Non più al su’amante Diana piacque”), en het bedrieglijk lied van Circe, de “bella Yguana”, symbool van verleidelijkheid, in de hypnotische ban van muziek (“Si chome al Chanto della bella Yguana”).

De archieven van San Lorenzo in Florence herbergen een perkament of palimpsest (Palinsesto di San Lorenzo), dat werd gebruikt om de eigendommen van de kerk vast te leggen. Tussen de opvallend gekleurde pagina’s bevindt zich een opvallend manuscript van muziek die rond 1410-1420 in Florence werd gecompileerd. Later werd de muziek gewist om ruimte te maken voor nieuwe inhoud. Hoewel zijn muzikale oorsprong al meer dan dertig jaar bekend is, werden de 216 composities als grotendeels onleesbaar beschouwd. Onlangs hebben onderzoekers en wetenschappers van de Universiteit van Hamburg ze weer zichtbaar gemaakt dankzij de technologie van multispectrale beeldvorming. De “Palimpsest van San Lorenzo”, de naam waaronder de verzameling nu tegenwoordig bekend staat, is een onschatbare bron van wereldlijke, polyfone muziek, samengesteld tussen de veertiende en vroege vijftiende eeuw. De bloemlezing omvat niet alleen composities bekend door andere hedendaagse manuscripten, maar ook volledig onbekende werken van Florentijnse componisten, o.a. van Giovanni en Piero Mazzuoli (vader en zoon). La Morra blaast op deze uitzonderlijke cd, deze herontdekte muzikale schatten nieuw leven in. Van onschatbare waarde! Niet te missen!

Dit is top!

Mooiere stemmen kan u zich nauwelijks voorstellen. De expressie, articulatie en intonatie zijn meer dan perfect. Men brengt de liederen acterend, vol reliëf en diepgang. Instrumenten vervolmaken het geheel. Aanstekelijk, virtuoos en briljant. Devotie van Machaut wisselt af met guitigheid en sensualiteit van da Caserta. Vocale virtuositeit d.m.v. van melismen bij da Perugia en da Bologna vieren hoogtij. Alles klinkt zuiver, helder en oorspronkelijk. Dit is top, deze twee cd’s mag u geenszins missen.

Metamorfosi Trecento LA FONTE MUSICA Michele PASOTTI cd ALPHA 286

Splendor da ciel La Morra cd Ramée RAM1803