“Schwarze Milch der Frühe, wir trinken sie abends, wir trinken sie mittags und morgens, wir trinken sie nachts”. Sieghild Bogumil-Notz, “Paul Celan – Die fortschreitende Erschließung der Wirklichkeit beim Schreiben”, een uitgave van Georg Olms Verlag.

Paul Celan (1920-1970) was een Duitstalige dichter met een literaire betekenis van wereldformaat. In navolging van Barbara Wiedemann van de universiteit van Tübingen (“Antschel Paul – Paul Celan – Studien zum Frühwerk”, Niemeyer Verlag, Tübingen, 1985 en “Paul Celan: Briefe 1934-1970, ‘etwas ganz und gar Persönliches’” (Suhrkamp Verlag, Berlin, 2019), bundelde de Celan specialiste, Sieghild Bogumil-Notz van de universiteit van Bochum, artikelen die het wetenschappelijk debat, dat ze meer dan vier decennia lang had met het werk van de dichter, documenteren.

Celan, (Roemeense uitspraak, Tschelan) was het pseudoniem van Paul Antschel, een anagram van zijn Roemeense achternaam, Ancel. Hij werd geboren in Czernowitz in Boekovina, in wat toen nog het koninkrijk Roemenië was, (nu Tsjernivtsi in het zuidwesten van Oekraïne), schreef en dichtte meestal in het Duits, en woonde lange tijd in Wenen en Parijs. Beïnvloed door het symbolisme en het surrealisme, thematiseerde hij indringend de Jodenvervolging, waarna zijn poëzie zoals bij Johannes Bobrowski (1917-1965) en de geconcentreerde, seriële beknoptheid van de muziek van Anton Webern, almaar cryptischer en hermetischer werd, verwijzend naar historische en politieke gebeurtenissen. In 1955 werd hij tot Frans staatsburger genaturaliseerd, maar in april 1970 sprong hij in de Seine in Parijs. Zijn beide ouders waren in het “Zwangsarbeitslager” in Michailowka in Wolgograd, door de nazi’s vermoord. Zijn stoffelijk overschot werd, net als van Joseph Roth, begraven op het cimetière de Thiais, in het zuidwesten van Parijs.

De teksten in het boek gaan over de creatieve fasen van Celan op basis van een duidelijke perspectiefwisseling bij de toegang tot zijn poëzie. De rangschikking van de essays doorbreekt de chronologie van hun publicaties om het methodologisch principe te illustreren van de concrete metonieme lezing die ze hebben ontwikkeld. Hierdoor wordt de innovatieve bijzonderheid van de poëtische, theoretische en literair-historische locatie van Paul Celan duidelijker voor de lezer. Sommige bijdragen zijn gericht op het vergelijkend perspectief.

Ze richten zich op de relatie van Paul Celan met Mallarmé en zijn tijdgenoten Jacques Dupin en André du Bouchet, evenals zijn werk als vertaler. Celan schreef zelf in het Duits en maakte nl. een groot aantal vertalingen van poëzie uit het Frans, Engels, Russisch, Italiaans, Roemeens, Portugees en Hebreeuws. Daarnaast is er zijn uitgegeven correspondentie, in het Duits of in het Frans, met o.a. Nelly Sachs, de Joods-Duitse auteur van de gedichtenbundel, “In den Wohnungen des Todes”, zijn vrouw, de schilderes en grafisch kunstenares, Gisèle Lestrange (1927-1991) en zijn zoon Eric (°1955), Hermann Lenz (alter ego, “Eugen Rapp”) en zijn vrouw, Hanne Trautwein, de Nederlandse zangeres en verzetsstrijdster, Dina Kloos-Barendregt, en zijn minnares, Ingeborg Bachmann, een scharnierrelatie tussen Heidegger (zij) en Wittgestein (Celan), die met Celan lid was van “Gruppe 47”.

Sieghild Bogumil-Notz heeft het over “Paul Celans Wende, Entwicklungslinien in der Lyrik Paul Celans (I &II)” en “Celans Hölderlinlektüre im Gegenlicht des schlichten Wortes, Grundformen poetischen Sprechens dargestellt am Beispiel der Analyse von Paul Celans Gedicht ‘Auch der Runige’” en over “Zur Dialoggestalt von Paul Celans Dichtung dargestellt am Gedicht ‘Stimmen’ und seiner Siegelung in ‘Landschaft’ und ‘Wutpilger-Streifzüge’”.

In “Todtnauberg” behandelt ze de thematiek van Martin Heidegger (1889-1976) die sinds 1922, een hut bezat in Todtnau in het Zwarte Woud, waar hij enkele van zijn boeken schreef en bezocht werd door o.a. de natuurkundige Werner Heisenberg, Paul Celan, de redacteur van “Der Spiegel”, Rudolf Augstein en de filosofen Hermann Mörchen en Hans-Georg Gadamer. Na dit hoofdstuk vervolgt de auteur met Geschichte, Sprache und Erkenntnis in der Dichtung Paul Celans, Celan und Mallarmé: Kontinuität oder Wandel in der zeitgenössischen Poesie? Hölderlin im Gespräch mit Celan, “Paul Celan. De passage à Vienne”, “Paul Celan als vertaler van André du Boucher en Jacques Dupin”.

Jacques Dupin (1927-2012), een Frans dichter en kunstcriticus, werd geboren in de stad Privas in Zuid-Frankrijk, waar zijn vader psychiater was in een psychiatrisch ziekenhuis. In 1944 verhuisde het gezin naar Parijs, waar de dichter René Char hem in 1950 hielp bij het publiceren van zijn eerste dichtbundel. In 1966 was hij medeoprichter van het poëzie kwartaal L’Éphémère, met dichters als André du Bouchet, Yves Bonnefoy en Paul Celan. Hij was de publicatiedirecteur bij Galerie Maeght, die Joan Miró, een goede vriend, vertegenwoordigde.

De galerie vertegenwoordigde ook Marc Chagall, Alberto Giacometti, Francis Bacon en Wassily Kandinsky. Giacometti en Bacon schilderden beiden zijn portret. Dupin schreef de biografie van Miró, talrijke monografieën over het werk van de kunstenaar, en werd door de familie van Miró gemachtigd om de enige authentieke autoriteit van het werk van de kunstenaar te zijn; een rol die hem zeer gewild maakte bij verzamelaars. In 1987 was Dupin trouwens de curator van een retrospectief van Miró’s werk in het Solomon R. Guggenheim Museum, het eerste retrospectief in New York sinds 1959.

André du Bouchet werd in 1924 geboren in Parijs en woonde in Frankrijk tot 1941, toen zijn familie het bezette Europa verliet voor de Verenigde Staten. Hij studeerde eerst vergelijkende literatuur aan het Amherst College en daarna aan de Harvard University. Na een jaar les te hebben gegeven, keerde hij terug naar Frankrijk en raakte bevriend met de dichters Pierre Reverdy, René Char en Francis Ponge, en met de schilders Pierre Tal-Coat en Alberto Giacometti. Du Bouchet was een van de voorlopers van wat later ‘poésie blanche’ of ‘witte poëzie’ zou worden genoemd. In 1956 publiceerde hij een dichtbundel getiteld Le Moteur blanc. In 1966 richtte hij samen met o.a. Yves Bonnefoy, Jacques Dupin, Louis-René des Forêts en Gaëtan Picon, het tijdschrift, “L’Ephémère” op. Twintig nummers (les éditions de la Fondation Maeght) werden gepubliceerd van 1966 tot 1973.

In 1961 werd du Bouchets eerste grote dichtbundel, “Dans la chaleur vacante”, met lovende kritieken gepubliceerd, en hij won dat jaar de Prix de la Critique. Hij schreef ook kunstkritiek, met name over de werken van Nicolas Poussin, Hercules Seghers, Pierre Tal-Coat (Tachisme), Bram van Velde en Giacometti, en vertaalde werken van Paul Celan, Hölderlin, Osip Mandelstam, Boris Pasternak, Laura Riding (eigenl. Laura Reichenthal), William Faulkner, Shakespeare en James Joyce. In 1983 won hij de “Prix national de la poésie”.

Sieghild Bogumil-Notz doceerde vergelijkende, Duitse literatuur en theaterwetenschappen (“Allgemeine und Vergleichende Literaturwissenschaft”) aan de Ruhr Universiteit in Bochum. Ze was o.a. verbonden aan de Sorbonne Nouvelle-Paris III (voor Poésie et théâtre. Des affinités électives”) en bekleedde vervangende en bezoekende lectoraten in binnen- en buitenland (o.a. Keulen en Bordeaux). Haar andere belangrijkste werkterreinen zijn o.a. Vergelijking van de poëzietheorie en de geschiedenis van Duitse, Franse en Spaanse poëzie in de 19de– en 20ste eeuw, en hedendaags theater, vooral het theater van Heiner Müller (1929-1995).

Lees voor de gelegenheid ook eens Thomas Sparr, “Todesfuge, Biographie eines Gedichts” (Deutsche Verlags-Anstalt, München, 2020), Hans-Peter Kunisch, “Todtnauberg, die Geschichte von Paul Celan, Martin Heidegger und ihrer unmöglichen Begegnung” (DTV Verlagsgesellschaft, München, 2020) (foto), Werner  Hamacher, “Keinmaleins Texte zu Celan” (Klostermann Verlag Rote Reihe, Frankfurt am Main, 2019) en Wolfgang Emmerich, “Nahe Fremde, Paul Celan und die Deutschen” (Wallstein Verlag, Göttingen, 2020). Warm aanbevolen.

Sieghild Bogumil-Notz Paul Celan – Die fortschreitende Erschließung der Wirklichkeit beim Schreiben Duits 350 bladz. uitg. Georg Olms Verlag AG, ISBN 9783487422831

http://www.stretto.be/2020/11/26/paul-celan-verzameld-werk-vertaald-en-toegelicht-door-ton-naaijkens-een-prestigieuze-uitgave-van-atheneum-polak-van-gennep/