Igor Stravinsky: Threni Requiem Canticles

Philippe Herreweghe verrast met een nieuwe cd met werk van Igor Stravinsky uit zijn latere periode. Voorzien van zijn vertrouwd koor en orkest en puike vocale solisten, bezorgde Herreweghe ons een memorabele opname van muziek die helemaal nog niet zo bekend is.
Vier composities
Op de cd zijn opgenomen het Anthem “The Dove Descending Breaks the Air” (1962), Threni: Id est lamentationes Jeremiae Prophetae (1958), het Requiem Canticles (1965-66) en Da Pacem Domine (1957). Geef toe, niet meteen kassuccessen. Met deze cd openbaart Philippe Herreweghe ons weliswaar heel overtuigend zijn inzicht in gestructureerde atonaliteit. Onder zijn geïnspireerde, doordachte en zeer lyrische leiding, onthult hij met het Collegium Vocale Gent en deFilharmonie, Stravinsky’s beredeneerde poëzie. Bijzonder.
Zoektocht naar spiritualiteit
Het belang en de waarde van Igor Stravinsky als sleutelfiguur van de muziek van de 20ste eeuw, gaat verder dan zijn Sacre du printemps of Petrouchka. “Threni” (1957-1958) bv. was zijn langste en meest ambitieuze, dodecafonisch werk. Dit complex en veeleisend werk was één van de hoogtepunten van zijn laatste periode (jaren ’50 en ’60). In een werk als het Requiem Canticles (1966) ging Stravinsky nog verder richting de toekomst. Dit laatste meesterwerk leek wel het overzicht van de evolutie van heel zijn leven. De combinatie van elementen uit zijn verschillende stijlperioden markeerde Stravinsky’s zoektocht naar cerebrale spiritualiteit.
Een Requiem voor Princeton
Requiem Canticles “To the memory of Helen Buchanan Seeger” voor alt, bas, koor en orkest, werd gecomponeerd in 1965-1966 en voltooid in augustus 1966 in Hollywood. Het werk werd o.l.v. Robert Craft voor het eerst uitgevoerd op 8 oktober 1966 in de Princeton University. Requiem Canticles werd in 1965 besteld door Stanley Seeger, ter nagedachtenis aan zijn moeder. Helen Buchanan Steeger had nl. een groot legaat nagelaten aan de Universiteit. Stanley Seeger wilde dat een deel van het geld gebruikt werd voor een muzikaal monument ter ere van en ter nagedachtenis aan zijn moeder. Requiem Canticles bestaat uit twee keer drie vocale bewegingen tussen een prelude, een interlude en een postlude.
Dodecafonisch
Requiem Canticles is gebaseerd op een twaalftoonreeks. De intervallen tussen de tonen bepalen de reeks. De twaalf tonen zijn even belangrijk en onafhankelijk en de muziek heeft geen toonaard. De reeks klinkt in zijn grondvorm, in kreeftengang of retrograad waarin de richting van de tonen is omgedraaid, in omkering van die kreeftengang waarin de richting van de tonen en van de intervallen wordt omgedraaid, en de reeksen kunnen worden getransponeerd. In deze relatief korte compositie maakte Stravinsky gebruik van twee reeksen. De gebruikelijke vierde vorm heeft hij vervangen door een reeks die begint met de eerste noot van de kreeftengang waarna hij de kreeftengang in omkering volgde. Requiem Canticles werd uitgevoerd tijdens zijn eigen uitvaartmis op 15 april 1971 in de Santi Giovanni e Paolo in Venetië.
T.S.Eliot
Het Anthem ‘The Dove descending breaks the air’ is een seriële compositie voor koor a capella op een tekst van T.S. Eliot, gecomponeerd in 1962. Het anthem werd voor het eerst uitgevoerd tijdens de Monday Evening Concerts in Los Angeles in februari 1962 en werd gecomponeerd op vraag van Cambridge University Press, die een compositie van Stravinsky wilde opnemen in een liedboek. Stravinsky koos het vierde deel van ‘Little Gidding’, het laatste deel van Eliots “Four Quartets”.
Ambitieus en complex
Threni: id est Lamentationes Jeremiae Prophetae is de toonzetting voor vocale solisten, koor en orkest van Latijnse verzen uit het boek Klaagliederen van de profeet Jeremias. Het was Stravinsky’s eerste dodecafonisch werk. De muziek is sober maar is tevens een hoogtepunt in zijn carrière. De compositie is zowel op geestelijk als op stilistisch gebied belangrijk en was de meest ambitieuze en structureel de meest complexe van al zijn religieuze composities. De 75-jarige Stravinsky componeerde Threni tussen de zomer van 1957 en het voorjaar van 1958. Hij begon er aan eind augustus 1957 op de piano van de nachtclub! in het hotel waar hij verbleef in Venetië. Het werd voor het eerst uitgevoerd op 23 september 1958 in een zaal van de magistrale Scuola Grande di San Rocco in Venetië. Stravinsky droeg zijn werk op aan Alessandro Piovesan, de directeur van de Biënnale van Venetië, die onlangs overleden was.
De profeet in de concertzaal
Stravinsky componeerde Threni voor de Biënnale van Venetië. Het werk werd voor het eerst gepubliceerd in 1958 en voor het eerst opgenomen in 1959 onder leiding van de componist. Stravinsky had al eerder in de jaren ‘50 twaalftoonstechniek gebruikt, bv. in zijn Canticum Sacrum (1955) en in Agon (1957), maar geen van deze was uitsluitend of volledig dodecafonisch, terwijl Threni dat wel was. Threni was eerder bestemd voor een concertzaal dan voor liturgisch gebruik, Stravinsky koos de tekst vrij uit de eerste hoofdstukken van het Bijbels boek. Het heeft drie delen: de grote centrale beweging wordt omringd door twee kortere. Ernst Krenek componeerde de Klaagliederen reeds in 1942. Stravinsky erkende dat zij hem hadden beïnvloed en daarnaast had hij muziek van Tallis, Byrd en Palestrina bestudeerd.
Een aanrader
De vierde compositie op deze cd, Da pacem Domine (in diebus nostris), is een arrangement van het zes stemmig, geestelijk a capella motet (hymne) in het Latijn van Carlo Gesualdo da Venosa (1566-1613). Het motet behoort tot Gesualdo’s Sacræ Cantiones Liber Secundus uit 1603. De vocale solisten zijn Christina Landshamer (sopraan), Ewa Wolak (alt) en Maximilian Schmitt (tenor), Magnus Staveland (tenor), Florian Boesch (bas bariton) en David Soar (bas). Het koor is het Collegium Vocale Gent en het orkest is de Royal Flemish Philharmonic, het geheel o.l.v. Philippe Herreweghe. Een aanrader.

Philippe Herreweghe Collegium Vocale Gent en deFilharmonie  PHI LPH020