“Enfers”, de uitzonderlijk originele, nieuwe cd van Stéphane Degout en het ensemble “Pygmalion” o.l.v. Raphaël Pichon, op het label Harmonia Mundi.

Raphaël Pichon en Stéphane Degout verkennen op deze debuutopname voor Harmonia Mundi, het thema van de onderwereld in de Franse, muzikale barok. De Franse bariton reïncarneert nl. de figuur van Henri Larrivée (1737-1802), destijds een beroemde zanger/bariton (toen nog, basse-taille) in opera’s van Rameau en Gluck. Rond een reconstructie van een denkbeeldige dodenmis, komen religieuze en wereldlijke composities samen en onthullen Pichon en Degout zo enkele van de meest buitengewone stukken uit het opera repertoire van de Verlichting.

De Franse 18de eeuw kende zangers als Pierre de Jélyotte en Joseph Legros als beroemde haute-contres, en Claude-Louis-Dominique Chassé de Chinais als geliefde basse-taille. De basse-taille Henri Larrivée, was weliswaar de eerste Apollon in “Surprises de l’Amour”, hij zong Thésée in “Hippolyte et Aricie” en Anténor in “Dardanus”, hij zong creaties van Piccinni (de titelrol in “Roland”), Oreste in “Iphigénie en Tauride”), Danaüs (in “Danaïdes” van Salieri) en Céphale (in “Céphale et Procris” van Grétry). Larrivée droeg ook in hoge mate bij tot het succes van Glucks “Iphigenia in Aulis” (Agamemnon), “Alceste” (Hercules) en “Iphigenia in Tauris” (Orestes).

Welke plaats prikkelt de verbeelding meer en beter dan de onderwereld? Het was in de Franse late baroktijd, de plaats van terreur en verschrikking. Maar, die plaats was onweerstaanbaar schilderachtig, op het moment dat de opera machines, de ogen van de Parijzenaren, opgewonden door de luxe van de decors en de kostuums, uitstaken. Het was de plaats voor sublieme retoriek over angst en  betovering, het was de uitverkoren plaats voor een intellectuele en spirituele confrontatie met het onpeilbaar mysterie van de dood. Deze cd heeft een verhaal, een verhaal over een zanger in een mythisch kader, componisten geïnspireerd door de onderwereld, en een programma ontworpen door Thomas Leconte, een musicoloog verbonden aan het Centre de musique baroque de Versailles, als een soort anonieme parodie van een Mis voor de doden, bestaande uit een Introïtus, Kyrie, Graduel, Séquence & Offertoire, en Communion & In Paradisum.

Op de cd staan fragmenten uit “Zoroastre”, “Dardanus”, “Castor et Pollux”, “Hippolyte et Aricie”, “Les Surprises de l’Amour”, “Les Boréades” van Rameau, en “Iphigénie en Tauride”, “Armide” en “Orphée et Eurydice” van Gluck, muziek over dood en rouw op een epische schaal, die Pygmalion inspireerde tot overweldigend pathos.

De Franse bariton Stéphane Degout (°1975) studeerde af aan het conservatoire National Supérieur de Musique in Lyon en was lid van het Atelier Lyrique de l’Opéra de Lyon. Hij kreeg al snel internationale aandacht door zijn debuut als Papageno op het Festival van Aix-en-Provence. Sindsdien was hij te zien op de belangrijkste operapodia ter wereld, de Opera de Paris, het Théâtre des Champs-Élysées, de Opéra Comique, de Staatsoper, de Munt, het Theater an der Wien, het Royal Opera House, de Lyric Opera Chicago en de Metropolitan Opera, het Teatro alla Scala en de Bayerische Staatsoper. Zijn talrijke optredens op festivals omvatten Salzburg, Glyndebourne, Aix-en-Provence, Edinburgh, Tokyo en Los Angeles.

Raphaël Pichon (°1984) (foto) begon zijn muzikale opleiding aan de Maîtrise des Petits Chanteurs de Versailles en studeerde zang, viool en piano aan de Parijse Conservatoria (CRR, CNSMDP). Als jonge contratenor zong hij onder leiding van Jordi Savall, Gustav Leonhardt, Ton Koopman en Geoffroy Jourdain, met wie hij hedendaagse muziek uitvoerde. In 2006 richtte hij zijn eigen ensemble “Pygmalion” op, dat een koor en periode-instrumenten combineert. Het repertoire van het ensemble bestaat in de eerste plaats uit muziek die Bach verbindt met Mendelssohn, Schütz met Brahms, en Rameau met Gluck en Berlioz. Samen met zijn ensemble, dat ondertussen een geassocieerd ensemble is van de Opéra de Bordeaux, wordt hij uitgenodigd op de belangrijkste festivals, waarop hij schittert met zijn interpretaties van religieuze muziek van Bach en met zijn uitvoering van Tragédies lyriques van Rameau.

De uitvoerders/zangers, naast Stéphane Degout (basse-taille) (foto), zijn hier Emmanuelle de Negri (dessus), Sylvie Brunet-Grupposo (bas-dessus), Reinoud Van Mechelen (haute-contre), Stanislas de Barbeyrac, Mathias Vidal (tailles), Thomas Dolié (basse-taille) en Nicolas Courjal (basse), en het ensemble Pygmalion o.l.v. Raphaël Pichon.

Thomas Leconte stelde de Mis als volgt samen :

Introït: Rameau: “Ah ! Nos fureurs ne sont point vaines” (La Vengeance) (“Zoroastre” (IV, 6)), Jean-Féry Rebel: Chaos (“Les Élémens”), Rameau : “Voici les tristes lieux. Montre affreux” (Anténor) (“Dardanus”), Requiem æternam (“Messe de Requiem sur des thèmes de Castor et Pollux”), Gluck: “Dieux ! Protecteurs de ces affreux rivages” (Oreste) (“Iphigénie en Tauride” (II, 3 & 4)).

Kyrie: Rameau: Kyrie eleison (“Messe de Requiem sur des thèmes de Castor et Pollux”), “Dieux ! Que d’infortunés gémissent en ces lieux !” (Thésée) (“Hippolyte et Aricie” (II, 4)) en Loure uit “Les Surprises de l’amour” (II, 8).

Graduel: Gluck: “Nous ne trouvons partout que des gouffres ouverts” (“Armide” (IV, 1)), Rameau: Domine Jesu Christe (“Messe de Requiem sur des thèmes de Castor et Pollux”), Gluck: Sinfonie infernale. Air de furie (“Orphée et Eurydice” (II, 1)).

Séquence: Rameau: “Épuisons le flanc des tristes victimes” (Abramane) – “Ministres, redoutés du plus puissant empire” (Abramane, Érinice) (“Zoroastre” (IV, 5 & 6)), Air grave pour les Esprits infernaux (“Zoroastre” (IV, 5)), “Quel bonheur ! L’Enfer nous seconde” (Abramane, Les Furies, choir) (“Zoroastre” (IV, 6)), Gluck: Danse des Furies (“Orphée et Eurydic”e (II)) en Ramea : “Vous, qui de l’avenir percez la nuit profonde” (Pluton) – “Quelle soudaine horreur” (Trois Parques) (“Hippolyte et Aricie” (II, 5)).

Offertoire: “Qu’ai-je appris? Puissant maître des flots” (Thésée) (“Hippolyte et Aricie” (III, 6)), Hostias et preces tibi (“Messe de Requiem sur des thèmes de Castor et Pollux”), “Quelle plainte en ces lieux m’appelle ?” (Phèdre) (“Hippolyte et Aricie” (IV, 4)) enJe ne te verrai plus!” (Thésée) (“Hippolyte et Aricie” (V, 2))

Communion & In Paradisum: Gluck: Ballet des Ombres heureuses (“Orphée et Eurydice” (II, 2)), Rameau: Requiem æternam (“Messe de Requiem sur des thèmes de Castor et Pollux”) en “Entrée de Polymnie” (“Les Boréades” (IV, 4)).

Een uitvoering met schitterende contrasten en kleuren, mooie fraseringen, expressief weergegeven spanningen, angsten en verschrikkingen, donkere dramatiek, versterkt door een theatrale visie, alles is een toonbeeld van finesse en homogeniteit. De schoonheid van de stemmen, de flexibiliteit en helderheid van de dictie, de adel van de declamatie, en de muzikaliteit die elk woord verlicht, maken van deze uitvoering/opname de perfectie. Uitzonderlijk stijlvol. Schitterend! Niet te missen!

Enfers Degout Pichon Pygmalion Rameau Rebel Gluck cd Harmonia Mundi HMM902288

http://www.stretto.be/2020/04/26/im-truben-licht-verschwinden-schon-die-berge-epic-lieder-balladen-door-bariton-stephane-degout-en-pianist-simon-lepper-op-het-label-harmonia-mundi-choix-de-france-musiqu/