“Opera en drama” van Richard Wagner, vertaald uitgegeven door Ijzer/epo. Een must!

Het boek  der boeken over muziek (volgens Richard Strauss) is vertaald in het Nederlands. In de reeks uitgaven van de geschriften van Richard Wagner verscheen  “Opera en drama”.

Sinds 2013 geeft uitgeverij IJzer/epo de eerste Nederlandse vertalingen uit van het prozawerk van Richard Wagner. Na de uitgave van Wagners “Het kunstwerk van de toekomst” en zijn “Geschriften over kunst, politiek en religie” verscheen nu “Opera en drama”, het boek dat Wagners nieuwe ideeën bevat over het Gesamtkunstwerk in de periode (1851) waarin hij  de tekst van zijn Ring des Nibelungen schetste. De Ring zou dan ook de uitwerking zijn van die ideeën. “Opera en drama”, geschreven als 37 jarige vluchteling in Zürich, gaat o.a. over het belang van het orkest, de diepe betekenis van taal, de relatie tussen muziek en woord en over de betekenis van de mythologie en het mythische in zijn (muziek)drama’s. Wagner schrijft over de relatie tussen kunst en samenleving en gaat nader in op zijn ideaal om met de kunst de wereld te veranderen en een nieuwe menselijke gemeenschap te stichten. De losbandige opera en het verstarde theater moeten wijken voor het kunstwerk van de toekomst voor het volk.

Na de heel interessante, historische  inleiding over Wagner als revolutionair en hervormer, zijn Züricher Reformschriften, zijn idee van Totale of totalitaire kunst en de samenvatting van de inhoud en van de vertaling, volgen Wagners eigen 20 uitgebreide hoofdstukken, verdeeld over drie delen. Die delen dragen de titels ‘De opera en het wezen van de muziek’, ‘Het theater en het wezen van de dramatische dichtkunst’ en ‘Dichtkunst en muziek in het drama van de toekomst’.

Na een mislukte politieke revolutie richtte Wagner zich op de hervorming van de kunst. Terwijl hij werkte aan de tekst van Der Ring des Nibelungen, zocht  Wagner hoe hij alle kunsten met elkaar kon verenigen. “Der Ring ist der Dichtung meines Lebens, all dessen was ich bin und all dessen was ich fühle”. Wagner wou totaalkunst.

Hij droeg zijn boek op aan zijn vriend en geestgenoot van het eerste uur, de jonge componist en criticus Theodor Uhlig (1822-1853) die hem een boek had bezorgd over de Völsunga-saga, de bewerking van de Oude Edda, de oudste bron voor het Noorse verhaal van Sigurd en Brunhilde.  Wagner kende Uhlig uit zijn tijd in Dresden (1842-1849). Het waren trouwens ook de artikelen van Uhlig in het Neuen Zeitschrift für Musik tegen Meyerbeers  opera “De Profeet” (1849), die Wagner in 1850 inspireerden tot het schrijven van zijn  essay “Das Judenthum in der Musik”. Meyerbeers opera was nl. in 1850 in Duitse vertaling van Ludwig Rellstab opgevoerd in Hamburg.  Het oorspronkelijk libretto was in het Frans en was van de hand van Eugène Scribe. Op gedichten van Rellstab componeerde Schubert enkele liederen die opgenomen werden in de door uitgever Haslinger samengestelde verzameling  “Schwanengesang”. In 1852 voltooide Wagner de tekst van Das Rheingold en van Walküre en herzag  hij belangrijke delen uit zijn tekst/gedicht Der junge Siegfried en Siegfrieds Tod. De tekst van beide laatste voltooide hij in 1856 en noemde hij respectievelijk Siegfried en Götterdämmerung. Meer uitleg over en duiding van zijn nieuwe ideeën beschreef hij in zijn “Eine Mitteilung an meine Freunde”.

Het overkoepelende doel van Wagners theoretische hoofdwerk was zijn poging om muziek (opera) en toneel (drama), melodie en vers, gevoel en verstand op een organische manier met elkaar te verzoenen in zijn nieuwe muziekdrama, het Gesamtkunstwerk. Het eerste deel is o.a. gewijd aan de operageschiedenis, de opera rond 1600 in Firenze, de hervormingen van de opera van Gluck, de serieuze opera en de frivole opera (seria en buffa). Wagner omschrijft het ontstaan en eerste ontwikkeling van de opera als de toen decadente amusementsvorm aan de Noord-Italiaanse vorstenhoven. Ofschoon de kern van de opera, de aria, oorspronkelijk voortkomt uit de volksmelodie, gaat het in de opera nog slechts om de virtuositeit van de zangers, zo schrijft hij. De hervormingen van Gluck, met zijn poging om de muziek beter op de tekst van het drama te laten aansluiten, hebben dit probleem niet definitief kunnen oplossen. En dan is er nog Rossini, een componist die melodieën als kunstbloemen maakt.

Als alternatief ziet Wagner de eigentijdse opera die zich op de volksmelodie richt. Eerste schuchtere poging van Weber was volgens Wagner onvoldoende. Wagner ziet de opkomst van het operakoor als een reactie op de onderdrukking van het volk. Enkel Beethoven met het slotkoor van zijn Negende Symfonie, gaf de eerste aanzet voor het muzikaal drama van de toekomst. Meyerbeer noemt hij de ‘windvaan van de Europese operamuziek’, belust op effectbejag. Verder schrijft hij over de verhouding tussen de musicus en de dichter en over de melodie als het uiterlijk van de muziek en de harmonie als het innerlijke. En het is nota bene dit deel dat eindigt met Wagners beschouwingen over de vrouw want  aan het einde van dat eerste deel bekritiseert Wagner de Italiaanse opera als een prostituee (eine Lustdirne), de Franse als een kokette (eine Kokette) en de Duitse als een preutse vrouw (eine Prüde). Wat hij verder over de vrouw schrijft kan ik u alleen maar ten zeerste aanbevelen (blz. 156).

In het tweede deel heeft hij het over het literair drama en lezen we zijn kritiek op de kunsttheorie van Lessing. Hij heeft het verder over het klassiek drama en de middeleeuwse roman, de Roman en de mythe  als materiaal voor het drama, het nieuwe drama vanuit het bewustzijn van het volk en over de Oedipusmythe als relatie tussen het individu en de staat. De staat moet volgens de toen nog anarchistische Wagner vernietigd worden om de mens te laten herrijzen door de zuiver menselijke liefde. De kunst legt daarbij het verband tussen het verstand en het gevoel om het bewuste met het onbewuste en het algemene met het individuele te verbinden. Het poëtisch  wonder is  de relatie tussen het gevoel en het verstand. Hij heeft het verder over  het genealogisch verband tussen taal en melodie en over de rol van de klinkers en de medeklinkers in relatie tot het verstandelijke en gevoelsmatige van taal.

In het derde deel behandelt hij het poëtische vers en het Griekse vers tegenover de germaanse talen  en de romaanse talen. En het is hier dat hij uitweidt over zijn dichterlijk geheim, stafrijm of alliteratie, en dat hij schrijft over het zintuiglijk vermogen om  de klank van de klinkers op te nemen en over de gevoeligheid voor  allittererende medeklinkers. De raven fluisterden nl. Wodan hun boodschap  in zijn oor in, in stafrijm… Wodan noteerde ze als runen.

In dit essentieel deel heeft Wagner het over de Worttonsprache en gaat hij nader in op de relatie tussen woord, melodie, harmonie, toonsoort en modulatie bij de opbouw van muzikale perioden of frasen. Het is ook in dit deel dat het ‘spraakvermogen’ van het orkest  aan bod komt dat  de handeling ondersteunt.  Het orkest doet dit op een auditieve wijze  aan de hand van Erinnerungsmotiven als  voorgevoel of herinnering, als wegwijzers voor het gevoel. De term Leitmotiv werd pas in 1871 geïntroduceerd door F.W. Jähns in zijn boek “Carl Maria von Weber in seinen Werken”. Het was vervolgens Hans von Wolzogen die in 1876 in zijn “Thematischer Leitfaden durch die Musik zu Richard Wagners Festspiel Der Ring des Nibelungen.”,  de term zijn Wagneriaanse betekenis gaf, zoals we die nu kennen. Wagner concludeert zijn boek met de gedachte dat de dialectische uitleg van de wijze waarop alle bestanddelen van het drama in het groter geheel opgaan,  Hegeliaans  is.

In zijn voorwoord schrijft de erudiete Pierre Audi (foto), directeur van de Nederlandse Opera, o.a. “In  Opera en drama legt Wagner ons zijn ideeën over het Gesamtkunstwerk uit. Het voegwoord und is hierbij van doorslaggevend belang als de componist laat zien in zijn muziekdrama Tristan und Isolde. Het gaat Wagner nl. om de verbinding van opera en drama, net als de geliefden met elkaar zijn versmolten. Na een periode van deconstructie is de Wagnerregie van de 20ste en 21ste eeuw misschien in een impasse geraakt. Misschien brengt de hernieuwde lectuur van Oper und Drama ook nu nieuwe inspiratie en betreden wij een nieuwe fase van Wagnerregie en –receptie. We bevinden ons nu in een periode waarin we alle bronnen voor onze nieuwe, eigentijdse en moderne kunst aan de maatstaf van Wagner kunnen meten. We kijken (zeer kritisch) op hem terug om ons opnieuw te oriënteren. Wagners theorieën zijn een referentiepunt, dat als vertrekpunt voor onze blik op de toekomst kan dienen.”

Zeker weten, zo veel is duidelijk. Naast zijn schitterende vertaling zijn de uitgebreide inleidingen op de teksten en de verhelderende noten van Philip Westbroek  (foto) erbij, een heuse meerwaarde. Warm aanbevolen, zeker, zeker lezen.

Wagner Opera en drama 450 bladz. Uitg. Ijzer/distributie epo ISBN 9789086841103

https://www.epo.be/nl/muziek/487-Opera-en-drama-9789086841103.html