Beklemmende en beklijvende “Brieven van Nelson Mandela”, geschreven tijdens zijn gevangenschap, uitgegeven door Spectrum.

Toen de 44-jarige, Zuid-Afrikaanse advocaat, activist en politicus Nelson Mandela (1918-2013), in 1962, werd gearresteerd tijdens de intensivering van de meedogenloze campagne tegen politieke tegenstanders van het apartheidsregime in Zuid-Afrika, had hij geen idee dat hij de volgende 27 jaar in de gevangenis zou doorbrengen. Tijdens de 10.052 dagen opsluiting, schreef Mandela honderden brieven aan onverzettelijke autoriteiten, mede-activisten en stugge overheidsfunctionarissen. Maar veruit de meest memorabele brieven schreef hij aan zijn vrouw, Winnie, en zijn vijf kinderen.

Nu, in het jaar dat Mandela honderd zou zijn geworden, bieden 255 van Mandela’s  brieven, hier vertaald door Rob de Ridder, waarvan de meeste nog nooit eerder werden gepubliceerd, het meest intieme portret van Mandela sinds zijn autobiografie “De lange weg naar de vrijheid”. Of het nu gaat om zijn genegeerd verzoek om de begrafenis van zijn zoon Thembi bij te wonen, zijn onwrikbare steun aan Winnie, of zijn ideeën over mensenrechten die tot op de dag van vandaag nog actueel zijn, “Brieven uit de gevangenis” onthult de heldenmoed van een man die weigerde om zijn morele waarden te verloochenen, ondanks de buitengewone straf die daar tegenover stond.

“Nelson Mandela’s leven als veroordeelde”, zo lezen we, “begon in de Pretoria Local Prison nadat hij op 7 november 1962 schuldig was bevonden aan het verlaten van het land zonder paspoort en het aanzetten van arbeiders tot staken. In 1963 werd hij als gevangene opnieuw voor de rechtbank gebracht op beschuldiging van sabotage en op 12 juni 1964 werd hij veroordeeld tot levenslang. Dezelfde dag werd hij in Pretoria nog bezocht door zijn vrouw, Winnie, maar enkele uren later werden hij en zes van de zeven kameraden die met hem waren veroordeeld, zonder enige waarschuwing op een militair vliegtuig gezet voor de lange  vlucht naar Kaapstad, vanwaar ze naar de beruchte gevangenis op Robbeneiland werden overgebracht.

Ze mochten eenmaal per zes maanden slechts één bezoeker ontvangen en eenmaal per zes maanden slechts één brief schrijven en één brief ontvangen van maximaal vijfhonderd woorden. Bezoek was alleen toegestaan op zaterdag en zondag, en brieven werden alleen op zaterdag afgeleverd. Gevangenen konden één bezoek inruilen voor de ontvangst van twee brieven.

De omstandigheden werden vanaf 1967 een beetje beter en dat was zonder twijfel te danken aan de bemoeienis van Helen Suzman (foto), een parlementslid van de oppositie aan wie Mandela vertelde over ‘een schrikbewind’ dat op het eiland heerste.

Ondanks de meedogenloze censuur van de bureaucraten werd Nelson Mandela als gevangene een productieve brievenschrijver. Gedurende zijn periode in de gevangenis, van 5 augustus 1962 tot 11 februari 1990, schreef hij honderden brieven. Die bereikten niet allemaal ongeschonden de geadresseerden. Mandela was nl. officieel een gevangene van ‘klasse D’. Gevangenen uit deze laagste klasse hadden slechts recht op één bezoek of brief per half jaar. Althans in theorie. In praktijk werden de spaarzame brieven lang vertraagd of gecensureerd.

Sommige brieven werden dusdanig gecensureerd dat ze onbegrijpelijk waren geworden. Woorden en zinnen werden eruit geknipt, andere werden om onbekende redenen met grote vertraging bezorgd, en sommige werden niet eens verzonden. Hij slaagde er weliswaar in enkele brieven te verbergen in de spullen van gevangenen die werden vrijgelaten, waardoor ze de gevangenis uit werden gesmokkeld.

Mandela, die op het moment dat hij in de gevangenis verdween, vader was van vijf jonge kinderen, mocht zijn kinderen niet zien tot ze zestien jaar oud waren. Brieven waren daarom zijn belangrijkste middel om ze op te voeden.

De pijnlijkste van Mandela’s brieven waren de ‘Speciale brieven’ buiten zijn brievenquotum, die hij heeft geschreven na de dood van zijn geliefde moeder Nosekeni in 1968, en na de dood van zijn oudste zoon, Thembi, een jaar later. Het was hem verboden bij de begrafenissen aanwezig te zijn en hij kon niet anders dan zijn kinderen en andere familieleden in deze droevige tijden troosten met zijn brieven.

In 1982 werd Mandela met andere ANC-leiders overgeplaatst naar de Pollsmoor Maximum Security Prison in Tokai. Zes jaar later verhuisde hij naar de Victor Verster Prison, in de buurt van Paarl in de provincie West-Kaap, waar hij een vrijstaande woning van een cipier kreeg toegewezen, evenals een eigen kok en bezoek mocht ontvangen.

De brieven werden bijgevolg geschreven vanuit de Pretoria Local Prison (november 1962 – mei 1963), de Robbeneiland Maximum Security Prison (mei 1963 – juni 1963 en Juni 1964 – maart 1982), de Pollsmoor Maximum Security Prison (maart 1982 – augustus 1988), het Tygerberg Hospital & Constantiaberg MediClinic (augustus – december 1988) en de Victor Verster Prison (december 1988 – februari 1990).

Nelson Mandela heeft met zijn brieven een veelomvattend archief nagelaten, waarin hij zijn 26,5 jaar durend verblijf in de gevangenis heeft vastgelegd, en waarin zijn boosheid, zijn zelfbeheersing en zijn liefde voor familie en land weerklinken. Dit verhaal biedt een unieke kijk in de gedachten van Mandela en bevestigt opnieuw dat Mandela tot de meest inspirerende historische figuren van de twintigste eeuw behoorde. Een onvergetelijk portret aan de hand van deze nooit eerder gepubliceerde brieven uit de gevangenis. Warm aanbevolen.

Nelson Mandela Brieven uit de gevangenis 704 bladz. Uitg. Spectrum ISBN 978 90 00 36038 3