Subtiele “Brussels Triosonatas, De Croes, van Maldere, Godecharle” door Project Boussu, op het label Etcétera.

De musici van Project Boussu bestaan uit Geerten Verberkmoes, Ann Cnop (viool), Shiho Ono (viool) en Mathilde Wolfs (cello). Zij brengen samen triosonates voor 2 violen en cello van Henri-Jacques de Croes (1705-1786), Eugene Godecharle (1742-1798) en Pieter van Maldere (1729-1768). De 6 triosonates op deze opname, alle gecomponeerd in de 18de eeuw, worden uitgevoerd op historische instrumenten en bevatten verschillende première-opnamen.Pieter Van Maldere (foto) werd geboren in Brussel en volgde een opleiding tot violist en componist, waarschijnlijk bij Jean-Joseph Fiocco en Henri-Jacques de Croes, verbonden aan de Brusselse hofkapel.  Vanaf 1749 was hij net als de Croes, violist aan het hof van gouverneur-generaal der Nederlanden, Karel Alexander van Lotharingen (foto). Van 1751 tot 1753, was hij directeur van de Philarmonick Concerts in Dublin. Van Maldere begeleidde de prins op zijn vele reizen, onder meer naar Frankrijk (Parijs), Bohemen (Praag) en Oostenrijk (Wenen), waar hij in Schönbrunn, zijn eerste twee komische opera’s liet opvoeren, “Le Déguisement pastoral” (1756) en “Les Amours champêtres” (1758). In Wenen speelde hij ook voor keizerin Maria Theresia, en zijn werken waren gekend bij Mozart en Haydn. Karl Ditters von Dittersdorf vermeldde hem als een van de belangrijkste virtuozen van zijn tijd. Terug in Brussel, componeerde Van Maldere opera’s en wel meer dan 40 symfonieën, ouvertures en sonates. In 1758 werd hij gepromoveerd tot kamerheer (valet de chambre) van de prins, en vervolgens werd hij co-directeur van de Muntschouwburg van 1763 tot 1767, het jaar waarin de onderneming helaas op een financieel fiasco uitliep. Ignaz Vitzthumb (1724-1816) was er in die jaren dirigent. Tot zijn leerlingen in de kapel behoorden onder meer de violist, Joseph Gehot (1756-na 1795), en de klarinettist, Amand Vanderhagen (1753-1822). Na zijn overlijden werd Pieter Van Maldere door zijn broer opgevolgd als eerste violist in de kapel.Henricus-Jacobus (Henri-Jacques) de Croes (foto) werd in 1723 eerste violist aan de Sint-Jacobskerk te Antwerpen en in 1729, trad hij in Frankfurt, in dienst van Thurn en Taxis, waar hij in dienst bleef tot 1744. Later werd hij kapelmeester van de kapel van Karel van Lotharingen. Zijn zoon Henri-Joseph de Croes (1758-1842), eveneens een violist, was van 1776 tot 1783 kapelmeester van de Prinsen van Thurn en Taxis in Regensburg.Eugène Godecharle werd geboren in Brussel in 1742. Hij was afkomstig uit een familie van musici en ontving zijn muzikale opleiding aan de Koninklijke Kapel in Brussel. Zijn vader, Jacques-Antoine Godecharle, was er kapelmeester van de Sint-Niklaaskerk en baszanger in de hofkapel van Prins Karel van Lotharingen, de gouverneur van de Oostenrijkse Nederlanden. Eugène Godecharle perfectioneerde zijn vioolspel in Parijs, en terug in Brussel, was hij instrumentalist en muziekleraar in de Sint-Gorikskerk/église Saint Géry, een functie die hij bekleedde tot zijn overlijden. In 1770 werd hij violist aan de Koninklijke Kapel en in 1787, na het overlijden van Henri-Jacques de Croes, probeerde hij de post van kapelmeester te verwerven, maar de voorkeur ging naar Ignaz Vitzthumb (foto). Pas in 1794 werd Godecharle de eerste violist van de koninklijke kapel. Onder zijn leerlingen was de violist, Corneille Vander Plancken (1772-1849), die de eerste violist werd bij de opera. Zijn jongere broer Lambert-François Godecharle (1753-1819), was eveneens lid van de koninklijke kapel en was een componist van religieuze muziek.Deze opname werd gemaakt in het kader van een tweejarig onderzoeksproject uitgevoerd door instrumentmaker en organoloog, Geerten Verberkmoes, aan het KASK & Conservatorium, de kunstacademie van HOGENT en howest (België). De musici spelen op replica-instrumenten, gebouwd door Geerten Verberkmoes, gebouwd naar structureel ongewijzigde voorbeelden van de Brusselse instrumentenbouwer, Benoit Joseph Boussu (1703-1773), bewaard in de collectie van het Muziekinstrumentenmuseum in Brussel.
Geerten Verberkmoes (°1968) uit Bergen op Zoom, studeerde muziek en muziekinstrumentenbouw en werkte op het gebied van akoestiek. Hij is sinds 2001 muziekinstrumentenbouwer en vanaf 2010 doceert hij instrumentenbouw en akoestiek aan de School of Arts in Gent, België. Verberkmoes richt zich momenteel op de constructie van en het onderzoek naar historische strijkinstrumenten. Daarnaast behaalde hij in juni 2020 een doctoraat aan de Universiteit Gent op een studie over het leven en de instrumenten van de 18de-eeuwse vioolbouwer, Benoit Joseph Boussu. Zijn organologische publicaties zijn verschenen in vakbladen als Early Music, The Galpin Society Journal en The Strad.De violiste, Ann Cnop (°1981), is regelmatig soliste op grote podia van Mexico tot Japan. Onder leiding van Sigiswald Kuijken voerde ze bv. Bachs concerti en Mozarts Sinfonia Concertante uit, en met Il Fondamento speelde ze het Vioolconcerto in e van Mendelssohn. Ze is sinds 2013 concertmeester van het Duits orkest Concerto Foscari (Hannover), speelt in duo met Luc Devos (piano) en is de eerste violiste van het strijkkwartet Quatuor a4. In 2019 behaalde ze een doctoraat aan de Universiteit Gent, met een focus op de viooltechniek in de Romantiek. Ze doceert barokviool aan het conservatorium van Mechelen en is actief als onderzoekster aan het conservatorium van Antwerpen.Shiho Ono, sinds 2009 gevestigd in België, is een historische instrumentvioliste en lerares vioolaan de Musikakademie der Deutschsprachigen Gemeinschaft in Eupen. Shiho, geboren in Japan, groeide op in een muzikantenfamilie in de Auvergne (Frankrijk). Na haar afstuderen aan het Chicago College of Performing Arts bij Yuko Mori, werd ze van 2004 tot 2009 lid van het Nagaokakyo Chamber Orchestra (Japan). Met een diepe interesse in historisch geïnformeerde praktijk keerde ze in 2009 terug naar Europa en studeerde ze instrumentinterpretatie bij Mira Glodeanu en Alessandro Moccia aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel, waar ze haar Master diploma met de hoogste onderscheiding behaalde.Na het behalen van een eerste prijs op de Axion Classics Dexia-wedstrijd in 2003, werd de celliste, Mathilde Wolfs toegelaten tot het Koninklijk Conservatorium van Brussel in de klas van Jeroen Reuling, waar ze in 2008 cum laude haar einddiploma behaalde. Ze volgde ook lessen bij cellist Marcio Carneiro. Mathilde kiest er vervolgens voor om zich te specialiseren in barokcello aan het Conservatorium van Amsterdam bij Viola de Hoog. Mathilde is actief in de Belgische muziekscene, waar je haar aan het werk kunt zien bij Scherzi Musicali, Les Agrémens, Conversations, Les Abbagliati, Lingua Franca, Les Timbres en A Nocte Temporis. Ze is ook lid van het strijkkwartet a4, en maakt momenteel deel uit van het Project Boussu. Daarnaast is Mathilde cellolerares aan de muziekacademie van Court-Saint-Etienne en Ottignies.

Tracklist :

de Croes: Sonate en Trio No. 3 in A minor, Op. 3

Van Maldere: Sonata for two Violins with a Thorough Bass No. 6 in D minor

Van Maldere: Sonate a Tre in E flat major

Godecharle: Trio for 2 Violins & Cello No. 1 in D, Op. 3

de Croes: Sonate en Trio No. 3 in G minor, Op. 1

Godecharle: Trio for 2 Violins & Cello No. 6 in C, Op. 3Brussel Triosonatas De Croes van Maldere Godecharle Project Boussu cd Etcétera KTC1679

http://www.stretto.be/2019/06/29/la-sonate-egaree-onbekende-maar-fijne-triosonates-op-5-van-henri-jacques-de-croes-door-het-ensemble-barrocotout-op-het-label-linn-een-meer-dan-verfrissende-ont/