“Venezia 1631, La Festa della Salute, zur Befreiung von der Pest, for the Delivrance from the Plague”, door ecco la musica, op het label Christophorus.

In de zomer van 1630 werd Venetië in navolging van Milaan, getroffen door de pest. De regering stelde quarantaine in voor slachtoffers en verbrandde de lijken, maar was helaas niet in staat de dood van duizenden te voorkomen. De pest woedde 18 maanden en doodde bijna 50.000 mensen, meer dan een derde! van de bevolking. Doge Nicolò Cantarini zwoer een grote kerk te bouwen voor de verlossing van de pest, en hoewel hij het zelf niet kon meemaken, werd deze gelofte ingevuld. Met de Santa Maria della Salute werd een van de mooiste kerken van de stad gebouwd. Sinds het jaar 1631, wordt er elk jaar in november, het feest ter ere van ‘Santa Maria della Salute’ gevierd. De 16de eeuw beleefde een aanzienlijke ontwikkeling van de Cappella Ducale van San Marco, die tot het einde van de 17de  eeuw, het belangrijkste centrum van muzikale activiteit in de stad was. Bewijs hiervoor was de overvloed aan belangrijke musici die het ontving in die “Gouden Eeuw”, hetzij als maestri di cappella, of als organisten (Claudio Merulo, Andrea en Giovanni Gabrieli), of als virtuoze instrumentalisten (bv. de cornetspeler Giovanni Bassano). Claudio Merulo en Andrea Gabrieli speelden daarnaast een belangrijke rol in de opkomst van de Venetiaanse klaviermuziek en van muziek in de concertato-stijl. De neef van Andra Gabrieli, Giovanni, kon worden beschouwd als de vaandeldrager van de Venetiaanse school als geheel. De cornet virtuoos Giovanni Bassano, componeerde dan weer prachtige meerkorige motetten in de concertato stijl voor de liturgie in San Marco. Met dergelijke werken profileerde Bassano zich dan ook als de waardige opvolger van de beide Gabrieli’s.Het Festa della Salute , dat elk jaar op 21 november wordt gevierd, is een bedevaart van dankzegging naar de basiliek van Santa Maria della Salute aan het Canal Grande. De traditie gaat terug tot 1630, na de zware pestepidemie die het noorden van Italië trof, inclusief Venetië, tussen 1630 en 1631, de epidemie die door Alessandro Manzoni werd aangehaald in zijn historische roman “I promessi sposi” (“De verloofden”). Op het hoogtepunt van de pest, bij gebrek aan andere oplossingen, organiseerde de regering van de Republiek Venetië, een processie van gebed tot de Maagd Maria, die drie dagen en drie nachten duurde. De gehele overgebleven bevolking nam deel. Op 22 oktober 1630 deed de Doge een gelofte om een ​​grote votieftempel te bouwen als de stad de ziekte zou overleven. Een paar weken na de processie onderging de epidemie een scherpe vertraging en nam vervolgens langzaam af tot ze in november 1631, definitief verdween. De eerste bedevaart van dankzegging vond plaats op 28 november 1631, meteen na het einde van de epidemie.De Republiek Venetië kondigde de bouw aan van een nieuwe kerk in Punta della Dogana, tussen het Canal Grande en het Giudecca-kanaal. De architect aangesteld met de constructie, Baldassarre Longhena, een van de belangrijkste exponenten van de barokarchitectuur van die tijd, ontwierp een barokke tempel met een achthoekige structuur met daarboven een imposante koepel, de huidige basiliek van Santa Maria della Salute, ingewijd op 21 november 1687, die met zijn schilderijen van Tintoretto en Titiaan, één van de beroemdste bezienswaardigheden van Venetië is geworden. Om de bedevaart te vergemakkelijken werd en wordt een tijdelijke houten brug gebouwd om Punta della Dogana te verbinden met Santa Maria del Giglio in het centrum van de stad. Zelfs vandaag nog steken duizenden inwoners de votiefbrug over om het hoofdaltaar van de majestueuze basiliek te bezoeken om dank te zeggen en de Maagd Maria te vragen hen in goede gezondheid te houden. Er is immers nog steeds een sterke symbolische band ​​tussen Venetië en de Maagd Maria.Het ensemble ecco la musica is op zoek gegaan naar hoe de muziek van het eerste Festa della Salute in 1631, zou kunnen hebben geklonken, door het bestaande te combineren met wat toen nieuw was en om de overleden componisten te herdenken. Met het einde van de epidemie was er nl. ook een muzikale verandering, van de meerkorige muziek van Gabrieli, naar de stijl van de seconda prattica van Monteverdi, met solozang en virtuoze strijkersbegeleiding.Het ensemble ecco la musica werd opgericht in 1987. Sindsdien wil ecco de rijke schat, vooral 17e-eeuwse muziek, weer toegankelijk maken voor het publiek. Alle leden van het ensemble hebben zich gespecialiseerd in het bespelen van historische instrumenten met de nodige uitvoerings-praktische kennis om de muziek van het opkomende becijferde bastijdperk, ontstaan ​​in de culturele centra in Noord-Italië, weer tot leven te brengen door middel van oude speeltechnieken en bron onderzoek. De bezetting van  ecco varieert afhankelijk van het programma, tussen drie en dertien musici en zangers. Naast de samenwerking met operahuizen (München, Frankfurt), het deelnemen aan concerten en het opnemen van verschillende vocale ensembles (Knabenchor Hannover, Münchner Dommusik), treedt ecco la musica regelmatig op in binnen- en buitenland. Na intensief onderzoek nam het ensemble in de zomer van 2015 in samenwerking met de SWR een cd op met veelal onuitgegeven werken van de Stuttgarter componist Johann Michael Nicolai (1629 – 1685). Alle zangers en muzikanten van  ecco la musica werken ook samen met andere gerenommeerde groepen ALTER MUSIK & Conductors (waaronder Les Arts Florissants, Balthasar Neumann Ensemble, Dresden Chamber Choir, Cantus Cölln, René Jacobs, Hermann Max).Op de cd staat werk van Giovanni Paolo Cima, Alessando Grandi, Giovanni Rovetta, Francesco Cavalli, Antonio Bertali, Bartolomeo de Selma y Salaverde, Dario Castello, Claudio Monteverdi, Giovanni Battista Riccio, Giovanni Battista Fontana, Tarquinio Merula, Giuseppe Scarani en Bartolomeo Barbarino. De uitvoerders zijn Heike Hümmer, viola da gamba & lira da gamba, Matthias Sprinz, trombone, Gerlinde Sämann, zang, Andreas Pilger, viool & viola da braccio, Anna Schall, cornet, Andrea Baur, citarone en Christoph Lehmann, orgel.Tracklist:

Cima: Concerti ecclesiastici: No. 50, Sonata à 4

Grandi: Motetti con sinfonie, Book 1: No. 8, Salve Regina

Rovetta: Salmi concertati, Op. 1: No. 18, Canzon seconda à 3

Cavalli: Cantate Domino

Bertali: Sonata à 2 in D Minor

de salma y Salaverde : Canzonie, fantasie et correnti: No. 22, Canzon No. 12

Castello : Sonate concertate in stil moderno, Book 2: No. 14, Sonata à 4

Monteverdi: Messa a quattro voci et salmi concertati: No. 4, Confitebor tibi, Domine, SV 193Riccio: Divine lodi musicali, Book 3: No. 39, Sonata à 4

Fontana: 18 Sonatas in 1, 2, 3 Parts: No. 2 in D Major

Castello: Sonate concertate in stil moderno, Book 1: No. 6, Sonata à 2

Merula: Motetti e sonate concertati, Op. 6: No. 20, Favus distillans à 4

Scarani: Sonate concertate a due e tre voci, Book 1: No. 18, Sonata sopra “La novella”

Barbarino: Ave dulcissima MariaVenezia 1631 La Festa della Salute, zur Befreiung von der Pest for the Delivrance from the Plague ecco la musica cd Christophorus CHR 77457