Parker Quartet – Kim Kashkashian, György Kurtág, Moments musicaux & Officium breve, Antonin Dvorák, String Quintet op.97, op het label ECM New Series. Heel bijzonder.

Op hun debuut cd in de reeks ECM New-Series, speelt het in Boston gevestigd Parker Quartet, geprezen door de Washington Post voor “uitzonderlijke virtuositeit en fantasierijke interpretatie”, opvallende muziek voor strijkkwartet van György Kurtág. Het wordt daarbij vergezeld door altvioliste, Kim Kashkashian, voor de uitvoering van het 3de Strijkkwintet van Antonin Dvořák.In dit krachtig, contrastrijk programma, wordt Dvořáks magnifiek, laatste Strijkkwintet (nr. 3), gecomponeerd in Amerika, in 1893, omlijst door twee van Kurtágs geconcentreerde, minutieuze werken, nl. zijn Six Moments musicaux op. 44 (2005) en het Officium breve (1988/1989), in memoriam de Hongaarse componist, Endre (Andreae) Szervánszky (1911-1977). Overal is het gevoel voor kleur en textuur van het Parker Quartet aanwezig. De inzichten van het kwartet in de bijzondere klankwereld van György Kurtág (°1926), zijn trouwens ontwikkeld door uitgebreid samen te werken met de beroemde, nu 95-jarige, Hongaarse componist.Na 10 jaar altviool te hebben gespeeld in het orkest van het Nationaal Theater van Praag, en na het componeren van zijn eerste ambitieuze werken in 1865, nam Antonin Dvořák (1841-1904) in 1871, ontslag bij het orkest om zich te wijden aan compositie. Hij leefde van privélessen en had een baan als kerkorganist. Door de eerste lokale successen en het begin van zijn bekendheid, kreeg hij gedurende vijf jaar een beurs van de Oostenrijks-Hongaarse staat waarmee hij zijn Vijfde symfonie, verschillende kamermuziekwerken en een prachtige, van Duitse en Slavische romantiek doordrongen, Serenade kon componeren. Op 33-jarige leeftijd trouwde hij in 1875 met zijn pianoleerlinge, Anna Čermáková en de eerste van hun negen kinderen werd geboren. Na een groot succes in de jaren ’80 in Engeland, werd hij in 1892, directeur van het door Jeanette Thurber opgericht National Conservatory in New York. Daar ontstonden zijn “Amerikaanse” werken, zoals de magistrale symfonie nr. 9 in e-klein “Uit de Nieuwe Wereld”, op. 95.Dvořák, wiens vader de citer bespeelde, verdiepte zich in de Slavische volksliederen en vertaalde op creatieve wijze de inhoud ervan in zijn eigen muziek. Hij wendde zich vaak tot typische Tsjechische en Slavische thema’s om de nationale beweging te ondersteunen, hoewel hij werd benaderd door zijn Duitse uitgever Simrock om af te stappen van het idee van patriottische thema’s en in plaats daarvan werken te schrijven, gebaseerd op wereldberoemde literaire werken. Dvořák weigerde echter. In een van zijn brieven aan Simrock schreef hij: “… een kunstenaar heeft ook een land waarvoor hij een vast geloof en een vurig hart moet hebben.”Antonín Dvořák componeerde zijn Strijkkwintet in Es, op. 97, B. 180, tijdens de zomer die hij doorbracht in Spillville in Iowa. De compositie voor strijkkwartet met een tweede altviool, werd voltooid in iets meer dan een maand, onmiddellijk nadat hij zijn American String Quartet (nr. 12) op. 96 had voltooid. Net als het Kwartet bevatte ook het Kwintet, Dvořáks fijn Boheems idioom vanuit Amerikaanse inspiraties. Het kwintet werd in januari 1894, samen met de tweede uitvoering van het Amerikaans Kwartet, in première gespeeld door het bekend Kneisel Quartet (foto) in New York.Kurtág (foto) componeerde zijn 6 Moments musicaux, op 44, tussen 1999 en 2005, toen hij halverwege de zeventig was. Opgedragen aan zijn zoon, zijn ze, net als deze van Schubert, individuele stukken, elk met een eigen programmatische suggestie. Invocatio (aanroeping) is een smeekbede tot de goden, een aanroeping van de muze voor het reciteren van een epos. Het proces is gespannen en beladen. Footfalls is spannend en schaars. De titel verwijst mogelijk naar het muzikaal gestructureerd toneelstuk uit 1976, van Samuel Beckett (“The walking should be like a metronome”), die een blijvende invloed had op de muziek van Kurtág, maar komt ook uit een gedicht van de Hongaarse dichter, Endre Ady (1877-1919), over het geluid van voetstappen, de hoopvolle anticipatie, maar uiteindelijk komt niemand, alleen eenzaamheid achterlatend.Het derde stuk, Capriccio, is eigenzinnig en grillig, onder invloed van Stravinsky. Het vierde stuk is een elegie voor de beroemde, Hongaarse leraar en pianist, György Sebök (1922-1999). Rappel des oiseaux (etude pour les harmoniques) is de herinnering aan vogels die bijna volledig wordt uitgedrukt in harmonieken, een techniek die de snaarinstrumenten griezelige, vogelachtige geluiden geeft. De invloed van Messiaen is onmiskenbaar. In het slotstuk, Les Adieux (op de manier van Janáček), roept Kurtág specifiek de invloed op van de Tsjechische componist, Leoš Janáček, wiens passie, ritmische vitaliteit en nadruk op de natuurlijke cadans van spreektaal, allemaal in het spel lijken te zijn. Heel bijzonder. De cd werd opgenomen in de Radio DRS Studio in Zürich.Het Parker Quartet, (Daniel Chong viool en Ken Hamao, viool, Jessica Bodner altviool en Kee-Hyun Kim cello), opgericht en momenteel gevestigd in Boston, heeft talloze onderscheidingen gewonnen, waaronder de Concert Artists Guild Competition, de Grand Prix en de Mozartprijs op de Bordeaux International String Quartet Competition in Bordeaux, en de prestigieuze Cleveland Quartet Award van Chamber Music America. De leden hebben diploma’s in uitvoering en kamermuziek behaald aan het New England Conservatory of Music en de Juilliard School, en het Quartet maakte van 2006 tot 2008, deel uit van het prestigieuze Professional String Quartet Training Program van het New England Conservatory. Enkele van hun meest invloedrijke mentoren waren de oorspronkelijke leden van het Cleveland Quartet, Kim Kashkashian, György Kurtág en Rainer Schmidt.De Amerikaanse altvioliste van Armeense afkomst, Kim Kashkashian (°1952), studeerde bij Walter Trampler en Karen Tuttle aan het Peabody Conservatory of Music. Kashkashian werkt intensief samen met componisten als Sofia Goebaidoelina, Krzysztof Penderecki, Gia Kantsjeli, György Kurtág, Tigran Mansurian, Arvo Pärt en Peter Eötvös, hetgeen tot resultaat had dat het modern oeuvre voor altviool enorm groeide. In 2007 voerde Kim Kashkashian met het Amsterdam Sinfonietta in Muziekcentrum Vredenburg in Utrecht, bv. de wereldpremière uit van het stuk “Neharot, neharot” van Betty Olivero. In 2006 werd ze muziekdocent aan het New England Conservatory of Music in Boston. Daarvoor doceerde zijn aan de Universiteit van Indiana en aan conservatoria in Freiburg en Berlijn. Kashkashian heeft meer dan 30 cd-opnames gemaakt met zowel klassieke als eigentijdse muziek. Onder andere voerde ze in 1994 de drie sonates voor Viola da Gamba van J.S. Bach uit, waarbij Keith Jarrett de klavecimbelpartij speelde. Zij won in 1980 de tweede prijs in de Lionel Tertis Competition en in hetzelfde jaar de ARD Competition in München. In 1999 evenals in 2003 won zij met haar cd met werken van Luciano Berio, een Edison Music Award, en in 2000, de Prijs van Cannes voor kamermuziek.Parker Quartet Kim Kashkashian György Kurtág Moments musicaux Officium breve Antonin Dvorák String Quintet op.97 cd ECM New Series 2649 485 5984