Lully, “Atys” door Les Talens Lyriques o.l.v. Christophe Rousset, op het label Château de Versailles. Magnifiek!

“Château de Versailles” laat u kennismaken met deze opera dankzij alweer een opmerkelijke en meer dan kwaliteitsvolle opname door Les Talens Lyriques o.l.v. Christophe Rousset en het Choeur de chambre de Namur. Solisten zijn o.a. Reinoud Van Mechelen, Marie Lys, Ambroisine Bré en Philippe Estèphen!

In 1672 verkreeg Jean-Baptiste Lully (1632-1687) van Louis XIV, het Privilege van de Académie Royale de Musique. Een jaar later componeerde hij zijn eerste Tragédie lyrique, “Cadmus et Hermione”, wat een overweldigend succes was. Een Tragédie lyrique of Tragédie mise en musique, was het belangrijkste operagenre aan het Franse hof van de 17de – en 18de eeuw. Het genre werd door Lully ontwikkeld uit elementen van de Franse tragedie, het komedieballet, het ballet de cour en de Italiaanse opera, en werd later stilistisch voortgezet door Rameau. Opera was nl. in de loop van de 17de eeuw, zowel bij het hof als bij het muziekminnend publiek, heel populair geworden in Parijs. In 1669 werd aan de koning toestemming gevraagd tot de oprichting van een speciale voor de opera geschikte schouwburg. Deze kreeg officieel de naam Académie d’opéra en werd in 1671 geopend. De eerste stukken die werden opgevoerd waren van Robert Cambert en Perrin. Maar Perrin moest naar de gevangenis vanwege een schuldprobleem en Cambert kreeg al spoedig concurrentie van Lully, die in 1672 privileges van Perrin overnam en van de koning toestemming kreeg tot de oprichting van de overkoepelende “Académie Royale de Musique”, waarvan hij de directeur werd. In 1673 nam hij ook de privileges van Cambert over en kwam de koninklijke schouwburg volledig onder zijn beheer.

Een kwart eeuw lang regeerde Jean-Baptiste Lully als de machtigste musicus in Frankrijk, en van daaruit was zijn invloed verspreid over heel West-Europa. Die macht was vooral voelbaar in het theater, in opera en ballet, hoewel hij veel had geïmporteerd uit zijn geboorteland Italië. Hij was ook essentieel in het creëren van een nieuwe stijl van de Franse ouverture. Lully behield Italiaanse componenten als de ouverture (maar met het ‘Frans’ schema langzaam-snel-langzaam), voegde introductiemuziek voor de dansers toe, voegde instrumentale delen bijeen tot symfonieën, die sfeer of actie uitdrukten, en introduceerde enkele Italiaanse dansstijlen. Verder introduceerde hij verschillende nieuwe instrumenten in het strijkorkest zoals hout- en koperblazers, wat nieuwe muzikale mogelijkheden bood, met een specifieke instrumentatie, die werd doorgegeven aan zijn opvolgers, onder wie Rameau.

Als directeur van de muziekacademie kreeg Lully van de koning ook de bevoegdheid opera’s en gelijkaardige producties in andere schouwburgen goed- of af te keuren, waardoor hij veel invloed kon uitoefenen op het geboden repertoire. Hij beperkte het aantal musici in dienst van andere theaters en had het volledig monopolie in het Frans muziekleven, gesteund door de openlijke bewondering voor zijn werk door de Franse koning en de vele privileges die hem geschonken waren. Het publiek vond zijn werk prachtig en in 1681 werd de sur-intendant, Lully, secrétaire du roy. Het hofleven met zijn vele feesten, partijen en ontvangsten stelde speciale eisen aan het soort muziek dat een hof musicus diende te componeren.

Lully componeerde in zijn begintijd een serie Italiaanse divertissementen en tussen 1655 en 1671, wel dertig balletten. Hij had daarmee grote invloed op de dansstijl aan het koninklijke hof. In plaats van de gebruikelijke muziek die geschikt was voor langzame en statige bewegingen, componeerde Lully levendige dansen op een snel ritme, het menuet, de gavotte en de bourrée. De maître de ballet, Pierre Beauchamp op zijn beurt, bekend als zowel danseur groteske’ als ‘danseur noble’, was daarenboven vermaard om zijn expressieve en knotsgekke uitbeelding van dronkaards, jaloerse echtgenoten, waanzinnige heksen en absurde Moren.

Lully’s “Atys” is een tragédie en musique, bestaande uit een proloog en vijf bedrijven op een libretto van Philippe Quinault naar Ovidius Fasti. De opera ging in januari 1676, in première voor het koninklijk hof door Lully’s Académie Royale de Musique in het Château de Saint-Germain-en-Laye. De eerste publieke uitvoering vond plaats in april 1676 in het Théâtre du Palais-Royal in Parijs.

Hoewel Atys door het Parijs publiek met onverschilligheid werd onthaald, werd het bekend als “l’Opéra du Roi” vanwege de voorliefde van Louis XIV ervoor, het werd gegeven in het Château de Fontainebleau in augustus 1677 en herhaald in Saint-Germain in 1678 en 1682. Er werden nog concertuitvoeringen gegeven in het Château de Versailles in juni 1749 en juni 1751 en in Fontainebleau (zonder de proloog) op 17 november 1753. Het meesterwerk werd voor het eerst uitgevoerd in Den Haag in 1687, Marseille in februari 1689, Lyon op 7 augustus 1689, Brussel op 19 november 1700 en Lille in 1720.

Atys was de eerste Franse tragedie over liefde. In de opera moet Atys nl. als gunsteling van Célénus, de koning der Phrygiërs, een groot feest voorbereiden vanwege de komst van godin Cybèle. Sanaride moet binnenkort met de koning trouwen, maar ze houdt van Atys, die ook van haar houdt. Maar ook godin Cybèle is verliefd op Atys…

De scène voor de proloog is in het paleis van het allegorisch personage Time. Een koor van de getijden van de dag en de nacht zingt de lof van een ‘held’ (Louis XIV) in “Ses Justes loix, ses grands exploits” (“Zijn rechtvaardige wetten, zijn grote heldendaden”). Flore, de godin van de lente en haar nimfen arriveren en bespreken de komst van de lente en voeren dansen uit. Een Zephyr daarentegen klaagt over de komst van de lente en de veldslagen die zullen volgen.

Net als de held op het punt staat te vertrekken naar de strijd, arriveert Melpomene en, in een gebaar dat functioneert als een overgang naar Act I, gaat hij verder met het vertellen van het verhaal van Atys. Iris komt dan binnen en geeft de boodschap van de godin Cybèle door. Dit wordt gevolgd door meer dansen en het koor, “Préparez vous de nouvelles festes”. De opera die volgt is een verhaal over de goden en offers. Letterlijk goddelijk en heldhaftig gebracht met veel fantasie en fijne ornamenten in muziek en stemmen. Een magnifiek spektakel. Niet te missen!

Rolverdeling:

Reinoud Van Mechelen: Atys

Marie Lys: Sangaride, Flore

Ambroisine Bré: Cybèle

Philippe Estèphe: Célénus

Apolline Raï-Westphal: Melpomène, Mélisse

Gwendoline Blondeel: Iris, Doris

Kieran White: Un Zéphyr, Le Sommeil

Nick Pritchard: Morphée

Antonin Rondepierre: Phantase

Olivier Cesarini: Le Temps, Le fleuve Sangar, Phobétor

Romain Bockler: Idas

Vlad Crosman: Un songe funeste

Lully Atys Reinoud Van Mechelen Marie Lys Ambroisine Bré Philippe Estèphe  Chœur de chambre de Namur Les Talens Lyriques Christophe Rousset 3 cd Collection Opéra français N° 19 Château de Versailles CVS 126