Authentieke “Mozart, Overtures”, door Kölner Akademie o.l.v. Michael Alexander Willens op het label BIS. Heerlijk!

Vanaf het midden van de 17de eeuw werd de Sinfonia, later de ouverture, een orkeststuk dat vooraf ging aan een grootschalig dramatisch werk. Deze opname brengt twaalf ouvertures uit Mozarts opera’s samen. Ze introduceerden de actie, soms stilistisch, soms door thema’s te citeren die later gezongen zouden verschijnen, om een dramatische indruk te creëren, nog voor men iets op het podium zag.

Mozarts opera’s omvatten 22 muziekdramatische werken in een verscheidenheid aan genres, variërend van kleinschalige jeugdwerken tot de evenwichtige opera’s uit zijn volwassen jaren. Drie werken zijn onvoltooid gebleven (“L’Oca del Cairo”, “Lo sposo deluso” en “Zaide”). In zijn vroege werken, werken van een nog niet 15-jarige!, volgde Mozart zowel de traditionele vormen van de Italiaanse opera seria en opera buffa als die van het Duits Singspiel. In zijn latere werken vond een vermenging plaats van vormen, zoals in Don Giovanni waarin de rol van Donna Anna een seria-karakter heeft, die van Leporello en Zerlina in de buffa-sfeer zitten en er voor het karakter van Donna Elvira een combinatie van seria en buffa is.

Na een drie en een half jaar lange ‘grand tour’ (van 9 juli 1763 tot november 1766) langs de grote Noord-Europese steden die begon toen Wolfgang amper zeven jaar oud was, ging Mozart tussen 1769 en 1773, samen met zijn vader Leopold, drie keer naar Italië. Het duo reisde via Innsbruck naar het zuiden en door de Brennerpas naar Italië, trokken via Bozen en Rovereto naar Verona en Mantua, om vervolgens richting het westen naar Milaan te gaan. Tijden de eerste reis, een langere tour van 15 maanden, bezochten ze er de belangrijkste steden.

De tweede (augustus – september 1771) en derde reis (oktober 1772), waren opnieuw naar Milaan, waar Wolfgang de opera, “Mitridate”, afmaakte, waartoe hij bij zijn eerste bezoek de opdracht had gekregen. Het verblijf in Italië leverde naast “Mitridate” trouwens ook nog twee andere opdrachten op, nl. die voor “Ascanio in Alba” en “Lucio Silla”. Mozarts eerste grote operasucces vond plaats in Milaan op 26 december 1770. Hij was 14 jaar oud… De reden dat Leopold Mozart zijn zoon op reis meenam naar Italië, was trouwens om hem vertrouwd te maken met de laatste ontwikkelingen op vocaal gebied, met name de opera.

Mozart was pas 14 jaar oud toen hij “Mitridate, Re di Ponto” componeerde, een nobele opera seria gebaseerd op het toneelstuk van Jean Racine uit 1673, over het conflict tussen de twee broers, Sifare en Farnace, om de hand te krijgen van Aspasia, de reeds tot koningin uitgeroepen verloofde van hun vader, Mithridates VI, van ca. 120 tot 63 v.Chr., de koning van Pontus, een koninkrijk aan de zuidkust van de Zwarte Zee. Een groot succes bij de première, wordt Mozarts “Mitridate” vandaag, helaas nog maar zelden opgevoerd. Volgens de correspondentie van Leopold kwam de componist Josef Mysliveček (foto), regelmatig op bezoek bij de Mozarts terwijl zij in Bologna verbleven. Mozart gebruikte Myslivečeks opera “La Nitteti”, op een libretto van Pietro Metastasio, als bron van motieven voor zijn eigen opera “Mitridate, re di Ponto” en diverse symfonieën. Het libretto van Mitridate, van de Turijnse dichter Vittorio Amedeo Cigna-Santi (1725-1785), werd oorspronkelijk geschreven voor de componist, Quirino Gasparini, wiens “Mitridate” in 1767, in Turijn werd opgevoerd. Gasparini was maestro de capello van de kathedraal in Turijn.

De Venetiaanse schrijver en dichter Lorenzo Da Ponte is bijna 150 jaar na zijn overlijden in de vergetelheid geraakt. Maar, dankzij Mozart, wordt hij vandaag erkend als één van de grootste librettisten aller tijden. Voor ‘de goddelijke Mozart’, zoals hij de componist in zijn latere jaren noemde, schreef Da Ponte nl. libretti die meesterwerken waren van poëzie en inzicht in de complexiteit van menselijke emoties. Tussen 1786 en 1790 componeerde Mozart een meesterlijke “Italiaanse” trilogie van opera’s voor Wenen, alle op teksten van Da Ponte.

Met de hulp van Salieri (foto) solliciteerde en kreeg Da Ponte in 1781 de functie van librettist bij het Italiaans theater in Wenen. Hier vond hij ook een patroon in de bankier Raimund Wetzlar von Plankenstern, die ook weldoener was van Mozart. Als hofdichter en librettist in Wenen werkte hij samen met Mozart, Salieri en Vicente Martín y Soler. Zijn eerste groot succes was het aanpassen van een komedie van Beaumarchais tot het libretto voor Mozarts opera “Le nozze di Figaro”. Daarna volgden “Don Giovanni”, “Così fan tutte”, en libretti voor andere componisten.

Zijn libretto voor “Don Giovanni” was een bewerking van een scenario, oorspronkelijk geschreven door Giovanni Bertati en in 1787 uitgevoerd in Venetië als “Don Giovanni Tenorio”, op muziek van Gazzaniga. “Don Giovanni, o sia Il convitato di pietra”, van Giuseppe Gazzaniga (1743-1818) was qua verhaal gebaseerd op “El burlador de Sevilla” uit 1637 van Tirso de Molina, en was bewerkt tot libretto door Giovanni Bertati. De première vond plaats in februari 1787 in het Teatro Giustiani di San Moisé in Venetië en trok de aandacht van Mozart en Lorenzo da Ponte. Dit resulteerde uiteindelijk in de première van Mozarts meesterwerk in Praag op 29 oktober 1787.

Het toneelstuk “Le Mariage de Figaro” werd in Wenen verboden omdat het te onbeschaamd en te bedreigend was voor de gevestigde orde. Maar, ondanks dat verbod, besloot Mozart toch om er een opera buffa van te maken. Mozart werkte aan de opera “Le nozze di Figaro” tussen midden oktober 1785 en april 1786 en deed dit samen met Lorenzo da Ponte, die in zes weken het libretto schreef. Daarbij zette Da Ponte de tekst van het toneelstuk om in poëtisch Italiaans en verwijderde de politieke aspecten. Zo werd bv. de toespraak van Figaro tegen de erfelijkheid van de adel, vervangen door een boze aria gericht tegen overspelige vrouwen.

La Clemenza di Tito (KV 621) op een libretto van Pietro Metastasio, aangepast door Caterino Mazzolà, (Mozarts laatste opera), werd op 6 september 1791 voor het eerst opgevoerd in het Gräflich Nostitzschen Nationaltheater (Statentheater of Stavovské divadlo) in Praag, ter gelegenheid van de kroning van keizer Leopold II als koning van Bohemen. In dit theater ging in 1787, ook Mozarts Don Giovanni in première. De opdracht voor La clemenza di Tito werd pas in juli 1791 verstrekt en Mozart voltooide de opera pas de dag voor de opvoering. Tot de jaren zestig van de 20ste eeuw is de opera niet vaak opgevoerd, maar vanaf 1980 was de opera in meer dan twintig wereldsteden te zien.

De 12 hier samengebrachte ouvertures bestrijken 21 jaar van Mozarts carrière, van Mitridate tot La Clemenza di Tito (1791), het hoogtepunt van zijn werk in het opera seria-genre dat met hem zou verdwijnen, en niet te vergeten meesterwerken als Die Entführung aus dem Serail, Le nozze di Figaro en Così fan tutte. De Kölner Akademie, die op historische instrumenten speelt, en dirigent Michael Alexander Willens demonstreren Mozarts ongeëvenaard vermogen om de aandacht van het publiek te trekken met deze briljante ouvertures, waarvan sommige tot zijn beroemdste werken behoren, zowel op het podium als op concerten.

De Amerikaanse dirigent en contrabassist, Michael Alexander Willens, behaalde zijn Bachelor of Music en Master of Music aan de Juilliard School in New York, waar hij directie studeerde bij John Nelson (1941). Hij studeerde ook bij Jacques-Louis Monod (1927) (telg van de beroemde familie), Harold Farberman (1929-2018), leerling van Copland en ex slagwerker van het Boston Symphony Orchestra, bij Leonard Bernstein in Tanglewood, en koordirectie bij Paul Vorwerk, de oprichter van het ensemble Musica Pacifica in Los Angeles. Michael Alexander Willens is de dirigent van de in 1996 opgerichte “Kölner Akademie”, een ensemble dat op zowel historische als moderne instrumenten speelt. Zijn brede ervaring heeft hem een ongewone diepgang en vertrouwdheid met uitvoeringspraktijkstijlen gegeven, variërend van barok, klassiek en romantisch tot hedendaags. Hij heeft concerten gegeven voor de serie “Great Performer’s” in Lincoln Center in New York en op grote festivals in Duitsland, Oostenrijk, Frankrijk, Spanje, Nederland, Italië, België, Estland en IJsland, die alle de hoogste waardering kregen in de pers.

Tracklist:

Ascanio in Alba, K111: Overture

Così fan tutte, K588: Overture

Der Schauspieldirektor, K486: Overture

Die Entführung aus dem Serail, K384: Overture

Die Zauberflöte, K620: Overture

Don Giovanni, K527: Overture

Idomeneo, K366: Overture

La clemenza di Tito, K621: Overture

La finta giardiniera, K196: Overture

Le Nozze di Figaro K492 – Sinfonia

Lucio Silla, K135: Overture

Mitridate, rè di Ponto, K87: Overture

Mozart Overtures Kölner Akademie Michael Alexander Willens SACD BIS 2062