Hans Mulder, “De ontdekking van de natuur”, een prachtguitgave van Terra.

Veel van de belangrijkste natuurhistorische handschriften, gedrukte boeken, tekeningen en aquarellen zijn te vinden in de Artis Bibliotheek, onderdeel van het Allard Pierson, de collecties van de Universiteit van Amsterdam. Twintig verhalen over draken, insecten, bacteriën, vogels en nog veel meer, zijn nu, doorspekt met anekdotes, gebundeld in een magnifiek, rijk geïllustreerd boek.Vanaf de vroege zestiende eeuw verschenen er in Europa steeds meer studies waarin dieren en planten ‘naar het leven’ werden beschreven en verbeeld. In de daaropvolgende eeuwen werd het onderzoek naar de natuurlijke wereld verdiept en werd de kunst om die wonderbaarlijke natuur af te beelden geperfectioneerd. In “De ontdekking van de natuur” zijn verhalen en de beschreven ontdekkingen doorspekt met anekdotes over de bijzondere mannen en vrouwen die er tussen 1500 en 1900 voor hebben gezorgd dat wij het leven om ons heen en dat van onszelf zoveel beter begrijpen.

Lees bv. over de draak die in 1572 op een akker bij Bologna werd verslagen, over Van Leeuwenhoek, die met behulp van de door hemzelf gemaakte microscoop, bacteriën in zijn eigen tandplak ontdekte, of over hoe de jonge Charles Darwin tijdens zijn reis met de Beagle, inzichten kreeg die de basis legden voor zijn evolutieleer. John Gould (foto) bv. ontdekte als vogeldeskundige, in 1837, dat de vinken die door Darwin tijdens zijn reis van de Beagle op de Galapagoseilanden waren verzameld, een aparte groep vormden.“In dit boek”, zo vertelt Mulder, “met een nogal ambitieuze titel, vertel ik u natuurlijk niet hét verhaal over de ontdekking van de natuur. Dat kan helemaal niet. Het zijn twintig verhalen over onderwerpen en mensen die een meer of minder belangrijke rol hebben gespeeld in het ontsluieren van de geheimen die de natuur verborg voor de Europese mens tussen pakweg 1500 en 1900”. “Het schrijven van een boek over de natuurlijke historie”, zo vervolgt hij, “heeft een belangrijk pluspunt: het kan mooi worden geïllustreerd. Het zal duidelijk worden dat in het behandeld tijdvak 1500-1900, de ontwikkeling van de wetenschap op een paar uitzonderingen na, min of meer gelijke tred houdt met de ontwikkeling van de teken- en schilderkunst. In de loop van de tijd werden de afbeeldingen steeds beter, fotografisch bijna. Sterker nog, beter dan fotografisch. In dit boek is dan ook volop ruimte gemaakt voor die wonderschone verbeeldingen van de natuur”, vertelt Hans Mulder nog.De collectie van de Artis Bibliotheek (foto) laat zien hoe de mens zijn verwondering voor de natuur heeft weergegeven in gedrukte werken, handschriften, pentekeningen en aquarellen. De nadruk ligt daarbij op de periode 1500 tot 1900, een tijdspanne waarin wetenschap en kunst een steeds snellere ontwikkeling doormaken. De visie van de mens op de wereld vernieuwde. Deze collectie maakt de veranderende opvattingen prachtig zichtbaar. De kern van de collectie wordt gevormd door het voormalig boekenbezit van het in 1838 opgericht Amsterdams genootschap Natura Artis Magistra (De natuur is de leermeesteres van de kunst), beter bekend als Artis. Die collectie werd in 1939 in bezit overgedragen aan de Universiteit van Amsterdam en bevindt zich nog steeds in de daarvoor gebouwde Artis Bibliotheek. De oude verzamelingen van de Amsterdamse Hortus Botanicus maken ook deel uit van het rijk natuurhistorisch bezit van de Universiteit van Amsterdam. Het verzamelgebied beslaat daarmee alle terreinen van de natuurlijke historie: zoölogie, botanie, geologie en paleontologie. Inmiddels zijn daar moderne onderwerpen als ecologie en natuurbescherming aan toegevoegd.Vanaf de tweede helft van de 17de eeuw werd de microscoop gebruikt voor de bestudering van kleine dieren. Insecten werden ontleed, beschreven en getekend, vaak door enthousiaste amateurs, onder wie de Amsterdamse zilversmid Joannes Schepens (1741-1810). In de collectie van de Artis Bibliotheek bevindt zich een bijzonder manuscript met een indrukwekkende titel: ‘De groote wonderen Gods, beschouwd in het kleine Diertje, de Honingbye. Door veele haarer Leeden zoo uyt als inwendig met derzelve Koleur en door vergrootglazen zeer naukeurig afgetekend voor de Oogen te stellen en in het bezonder: het Kunstwerktuyg de Angel in alle zijne deelen onderzogt’. Op minutieuze wijze bestudeerde Schepens de honingbij en legde zijn bevindingen en zijn microscopische tekeningen vast in “De groote wonderen Gods beschouwd in het kleine diertje: de honigbye”. In het boek ontdekt u verder o.a. Albertus Seba (1665-1736) (foto), een Nederlandse apotheker, zoöloog, auteur, verzamelaar en eigenaar van een Naturaliën kabinet, en de Engelse natuuronderzoeker, tekenaar en ontdekkingsreiziger, Mark Catesby (1682-1749).De collecties omvatten verder topstukken zoals de albums met aquarellen van dieren, die bedoeld waren als voorbeeld voor de werken van Conrad Gessner (1516-1565), een Zwitsers natuuronderzoeker, filoloog, botanicus en arts, die vanwege zijn “Historiae animalium”, beschouwd wordt als een van de grondleggers van de zoölogie, de met de hand ingekleurde boeken van Maria Sibylla Merian (1647-1717) (foto) over de metamorfose van de rups naar vlinder, (Anna Maria Sibylla Merian was een Duitse kunstenares en entomologe, die planten en insecten bestudeerde en daar gedetailleerde tekeningen van vervaardigde), de Moninckx-atlas met 425 aquarellen van planten uit de Amsterdamse hortus gemaakt tussen 1687 en 1750 (Maria Moninckx (ca. 1676-1757) was een Nederlandse bloemschilderes), de vogelboeken van John Gould (1804-1881), een Britse natuuronderzoeker en schilder van dieren, brieven van Charles Darwin (1809-1882) en een collectie met zo’n 60.000 afbeeldingen van dieren gemaakt tussen 1500 en 1900, de Iconographia Zoologica. Veel van deze werken zijn digitaal beschikbaar gemaakt en daarmee toegankelijk voor de hele wereld ongeacht tijd en plaats.Hans Mulder (foto) is opgeleid als historicus en werkt als conservator natuurlijke historie van het Allard Pierson, de collecties van de Universiteit van Amsterdam. Hij publiceert over de geschiedenis van het boek en over hoe in de westerse samenleving de kijk op de natuur in de loop der tijd veranderde. Onderwerpen waarover hij ook doceert aan de UvA. Met Marieke van Delft was hij verantwoordelijk voor de eindredactie van de heruitgave van het werk van Maria Sibylla Merian, Metamorphosis insectorum Surinamensium (Lannoo, 2016). Veel van de belangrijkste natuurhistorische handschriften, gedrukte boeken, tekeningen en aquarellen die Mulder in dit boek heeft gebruikt, zijn te vinden in de Artis Bibliotheek, onderdeel van het Allard Pierson.Hans Mulder De ontdekking van de natuur 256 bladz. geïllustreerd Uitg. Terra/AllardPierson ISBN 9789089898432

http://www.stretto.be/2019/11/18/het-verhaal-van-de-reuzenschildpad-de-evolutietheorie-van-darwin-opnieuw-verteld-en-geillustreerd-een-uitgave-van-van-goor-magnifiek/