“Henri-Jacques de Croes, Brussels, 1734, VI Concerti for violin”, door le Pavillon de Musique o.l.v. Ann Cnop, op het label Et’cetera.

Het label Etcetera introduceert de debuutopname van het nieuw oude muziekensemble, ‘le Pavillon de Musique’, opgericht door Ann Cnop, de voormalige eerste violiste van ‘La Petite Bande’. Zij kozen voor onbekende maar heerlijk mooie, verfijnde concerti.De Antwerpenaar Henri-Jacques de Croes, (1705-1786) (foto) , was een Zuid-Nederlandse/Belgische componist, violist en kapelmeester. In november 1723 werd hij eerste violist aan de Sint-Jacobskerk in Antwerpen. In 1729 trad hij in Frankfurt in dienst van Thurn en Taxis, waar hij in dienst bleef tot 1744. Later werd hij kapelmeester van de kapel van Karel van Lotharingen. Hij overleed in Brussel. Zijn zoon Henri-Joseph (1758-1842) was ook violist, en van 1776 tot 1783 kapelmeester van de Prinsen van Thurn en Taxis in Regensburg.Henri-Jacques de Croes was een leerling van Joseph Guillaume Soussé. Soussé, (1676-1752) eveneens geboren in Antwerpen, was priester, zanger en ‘maître de chant’ van verschillende kerken in Antwerpen. Soussé was van 1707 tot 1711, de eerste tenor in de kerk van Sint-Jacobs in Antwerpen, vervolgens van 1711 tot 1718, zangmeester aan de Sint-Andries kerk (foto) in Antwerpen, alvorens terug te keren naar Sint-Jacobs. Hij had als zanger en leerling, Henri-Jacques de Croes, die in 1716 werd toegelaten tot de Sint-Andries. De twee mannen ontmoeten elkaar in Sint-Jacobs, waar de Croes van 1723 tot 1729, eerste violist was. In 1729 betrad hij Frankfurt in dienst van de Prins van Thurn und Taxis (Tour et Taxis), die residenties had in Brussel, Frankfurt en Regensburg. In 1744 keerde hij terug naar Brussel als concertmeester (eerste violist) van de kapel van Karel van Lorreinen, voor hij in 1746 kapelmeester werd.De term ‘Concerto’ is enigszins dubbelzinnig, en de betekenis ervan in de geschiedenis was ook voortdurend aan verandering onderhevig. Sinds ongeveer het midden van de 18de eeuw is de term in het Duitstalig gebied geleidelijk overgegaan naar een opkomend genre van instrumentale muziek waarin het principe van het onderling harmoniseren van verschillende stemmen of vocale groepen, een van de constituerende kenmerken was. Dit principe had ook invloed op de vocale muziek. De bijeenkomsten van Collegia musica werden ook “concerten” genoemd, net als het openbaar of semi openbaar musiceren in een auditorium dat stilaan op gang kwam.Het soloconcerto, verscheen net als de sonate en de symfonie, voor het eerst aan het begin van de 18de eeuw in Italië en verspreidde zich over vijf generaties violisten/componisten over heel Europa. De benaming ‘concerto’ werd voor het eerst gebruikt in 1602 door de franciscaan, Lodovico Grossi da Viadana (foto), in zijn “Concerti Ecclesiastici”, motetten voor vocale partijen en orgel, de eerste publicatie van kerkmuziek met basso continuo. Deze muziekvorm, ontstaan uit de canzone van Frescobaldi en Giovanni Gabrieli, groeide o.a. bij Salomone Rossi, Biagio Marini en Tarquinio Merula, rond 1637, uit tot de ‘sonata da chiesa’ of triosonate met basso continuo. Giovanni Battista Bassani in zijn “Affetti musicali”, en Giuseppe Torelli waren de scheppers van het instrumentaal ‘concerto da camera’.De door hen gebruikte bezetting, twee violen en een baslijn, tussen 1692 en 1709, werd later door Corelli (foto), Geminiani, Vivaldi en anderen ontwikkeld, en werd ook toegepast door Bach en Händel. Het soloconcerto ontwikkelde zich in de barokperiode vanuit het concerto grosso, waarbij een solistengroep of concertino concerteerde t.o.v. het instrumentaal ensemble of ripieno, en bood de solist de mogelijkheid om zijn virtuoze techniek te etaleren.Het Soloconcerto is omstreeks 1700 in Italië ontstaan en werd door leerlingen van Corelli en door Vivaldi ontwikkeld. Hun nieuwe concertostijl werd door componisten in heel Europa nagevolgd en na jaren van weerstand tegen al wat Italiaans was, volgden in de jaren 1720 zelfs de Fransen. Met name Vivaldi’s concerti werden regelmatig uitgevoerd op de Concerts Spirituels, toen de belangrijkste publieke/openbare concerten in Parijs. Daar speelde de violist Jean-Marie Leclair vaak zijn Sonaten en zijn composities begonnen een toename van Italiaanse invloed te vertonen.Deze verzameling concerti van de Croes werd lange tijd als verloren beschouwd. maar uiteindelijk werd ze in haar geheel gevonden in de Musik- och teaterbiblioteket in Stockholm. Ze bevinden zich ook in Regensburg, maar in slechte staat en incompleet. Deze concerti zijn duidelijk in Italiaanse stijl en doen vaak denken aan Vivaldi. Ze worden in het RISM (Répertoire International des Sources Musicales) vermeld als concerti grossi. Deze term is hier weliswaar niet strikt correct, aangezien twee even belangrijke solo-vioolpartijen in contrast staan met twee begeleidende violen zoals in een concerto grosso bezetting. De in totaal 4 violen zijn twee aan twee onderverdeeld, 2 solo’s en 2 ripieno’s. De vierde vioolpartij bv. is dus de partij van de violino secondo ripieno. Maar, de Croes week daar aanzienlijk van af, door van de eerste viool solo de belangrijkste partij te maken, en de partij van de tweede solo viool eerder te beperken. De werken lijken daardoor strikt genomen, eerder op Vioolconcerti dan wel op concerti grossi. De Croes wijzigde ook het belang van de overige vioolpartijen. In het eerste Concerto bv. speelt de tweede ripieno viool nl. een belangrijkere rol dan de eerste ripieno viool. Dit alles resulteerde in verfijnde, boeiende en opbouwende dialogen met een eigenzinnig karakter. De uitvoerders, “le Pavillon de Musique”, zijn Ann Cnop, barokviool en directie, Yun Kim, François Fernandez en Marieke Vos, barokviool, Frans Vos, barokaltviool, Mathilde Wolfs, barokcello, Elise Christiaens, barokcontrabas, en Ben Van Nespen, klavecimbel. Warm aanbevolen.Na vioolessen bij Frans Vos en kamermuziek bij Florent Van de Vondel aan het Mechels Stedelijk Conservatorium, studeerde Ann Cnop (°1981) (foto), afkomstig uit Vilvoorde, viool bij Elisa Kawaguti en zang bij Dina Grosberger aan het Lemmensinstituut. In 2004 behaalde ze haar Master (magna cum laude) en zette ze haar studie barokviool verder bij Sigiswald Kuijken aan het Conservatorium in Brussel. Tijdens haar beide studies volgde ze ook masterclasses barokviool bij Johannes Leertouwer en RyoTerakado en kamermuziek bij Rainer Hofmann. Sinds 2013 is ze concertmeester van het Duits orkest, Concerto Foscari, in Hannover, speelt ze vaak in duo met Luc De Vos (piano), en is ze de eerste violiste van het Strijkkwartet, Quatuor a4”. Daarnaast doceert ze viool en barokviool aan het Conservatorium van Gent.Henri-Jacques de Croes, Brussels, 1734, Vi Concerti for violin le Pavillon de Musique Ann Cnop 2 cd Et’cetera KTC 1707

http://www.stretto.be/2020/11/15/subtiele-brussels-triosonatas-de-croes-van-maldere-godecharle-door-project-boussu-op-het-label-etcetera/